Gravenhurst

Optredens zonder voorprogramma’s, ze bestaan nog. Ofwel heb je dan
een band met een naam, de capaciteiten en een oeuvre om er een
marathonconcert van te maken. Ofwel heb je een band zonder deze
eigenschappen, die ervoor zorgt dat we een uur vroeger thuis zijn
dan de gemiddelde concertavond ons toelaat. Het zal niet verbazen
dat Gravenhurst zich in de tweede categorie bevindt.

Naast “santé” en “merci” trakteerde frontman Nick
Talbot ons bij het betreden van het podium op een voorbeeld van
zijn beheersing van de taal van Zola en Brel: “bonsoir”.
Even verder blies Black Rebel Motorcycle Club een uitverkochte
Orangerie omver. In de al even uitverkochte Rotonde was daar geen
noot van te horen, want het leuke zaaltje ontving de zachte en
semi-zachte decibels van de half psychedelische, half shoegaze,
half folkband, half indieband Gravenhurst. Hoewel, zacht?

Gravenhurst begon er inderdaad behoorlijk stevig aan en maakte snel
duidelijk dat alles wat op plaat een beetje ballen bezit in het
ronde zaaltje een paar cojones extra zou krijgen. De
titeltrack van het laatste album The Western Lands
rockte bijgevolg iets harder dan de versie die we in ons hoofd
hadden. Zo is het, Gravenhurst stak van wal met een instrumentaal
nummer, wellicht om die enkelingen hun gelukzaligheid door hun
gewonnen ticket vakkundig te ontfutselen door hen valse angst te
bezorgen dat ze naar een band zonder zang zouden moeten luisteren.
Gelukkig voor hen bleek de microfoon voor Talbots neus meer dan
voor de obligatoire, dagelijks herhaalde grapjes tussen de nummers
in – op dat vlak mag de man zich wel wat bijscholen – en kregen we
zijn malse vocalen vanaf ‘She Dances’ richting trommelvliezen
gestuurd. Jammer genoeg zat het met zijn meestal feilloze stem hier
niet altijd mee. Het duurde een tijdje vooraleer de volledige sound
goed zat trouwens want te weinig strakheid in gitaarspel (‘Hollow
Man’ en ‘Trust’) of vastheid in stem (opnieuw ‘Hollow Man’ en
vooral ‘Hourglass’) deden ons even wanhopen dat deze avond een maat
voor niets zou worden.

Onze gebeden werden gelukkig aanhoord en het tij keerde. ‘Down
River’, het openingsnummer van Fires In Distant
Buildings
, eindigde met een heerlijk snelle en stevige finale
met een lap noise erbij om het af te leren. ‘Velvet Cell’ zat van
in het begin zeer goed en ‘Saints’ bleek net als het daaropvolgende
‘Tunnels’ een meer dan aangenaam rustmoment. Afsluiten deed
Gravenhurst hun eerste zittijd met vaste waarde ‘Black Holes In The
Sand’, dat in tegenstelling tot de rustige versie op de duyster.II-compilatie
ontaardde in een psychedelisch hellevuur dat het instrumentale
orgelpunt van de avond bleek. Onder aanvoering van drummer Dave
Collingwood ging Gravenhurst aan een steeds hoger tempo tekeer, tot
het hoogtepunt een afbouw inluidde, waarna de sound beheerst
doodbloedde, terwijl de spieren nog wat tegensputterden. Talbot had
niet veel applaus nodig om snel alleen terug te komen voor drie
solonummers. Zoals we reeds mochten ervaren tijdens de Feeërieën,
heeft de Brit geen band nodig om indruk te maken en het was dan ook
logisch dat zijn stem veel meer bepalend was in dit bismoment.
Vooral ‘Cities Beneath The Sea’ en ‘Nicole’ vielen in de smaak.
Beide songs lenen zich dan ook perfect tot deze sobere
aanpak.

Hoe meer je naar Gravenhurst stond te kijken, hoe meer je besefte
dat je naar vier apathische pilaren stond te gapen met een frontman
die zich op een verkleedfeestje niet eens zo veel moet opmaken om
als Jan Peter Balkenende door te gaan. Aanvankelijk zag het ernaar
uit dat hun avond in de Rotonde geen al te best feestje zou worden,
maar de onzorgvuldigheden losten geleidelijk op als een Aspro 500
in uw net gevulde glas en onze hoofdpijn werd plots lichter. Jammer
dat dit niet avondvullend was, want anders zaten we nu nog na te
genieten.

The Western
Lands
is uit bij Warp.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − drie =