Annihilator :: Schizo Deluxe

Er zijn zo van die momenten waarop een rechtgeaarde speed metalfan weet wat hem te wachten staat. Zo ook wanneer een radiosample brutaal afgebroken wordt door een leeuwenbrul, gevolgd door een hilarisch fout "Unleash… the beast!". Inderdaad, Annihilator is terug.

Tot daar de meest geweldige intro van het afgelopen jaar. Dat origineel anders is — "King Of The Kill" uit 1995 wordt op dezelfde manier op gang getrapt — daar malen enkel verzuurde bompa’s en/of verwijfde metalhaters om. Onze onuitgesproken woorden zijn nog niet koud of daar komt "Drive" aanrollen, drijvend op een vloedgolfriff die als twee druppels zeewater op die van laatstgenoemde klassieker lijkt. Stof genoeg om je kritisch onderbouwde vragen over te stellen dus, maar de storm in het glas water komt nooit op gang: daarvoor gutst de adrenaline intussen al te fanatiek door onze aderen.

De gelukzalige glimlach mag dan ondertussen al weer veilig weggeborgen zijn, het "zo hoort het"-gevoel biedt een stuk meer weerstand. Genres komen en gaan, maar frontman-gitarist Jeff Waters blijft koppig zijn eigen ding doen: al een goeie zestien jaar vult hij z’n tijd met het koppig volproppen van albums met zijn prettig gestoorde brouwseltje, bestaande uit een flinke scheut thrash en een ferme kluts speed metal. Daar komt ook met Schizo Deluxe geen verandering in, en daar schikken we ons met plezier naar. Terwijl de collega’s van Exodus en Megadeth, na een dik decennium vlaggenschipgewijs rondzwerven over de eindeloze wateren der kleurloosheid, eindelijk uitgeput aangespoeld zijn, zat Waters al die tijd keurig aangemeerd snood te gniffelen in zijn oude vertrouwde speedbootje. Niks gewaagds, maar des te doeltreffender — een formule waar zelfs de goeie ouwe Aldi al jaren de vruchten van plukt.

Ook nu weer blijft de zelfverklaarde snelste rechterhand van de metalwereld meestal zijn voorspelbare/betrouwbare (schrapt u maar naar eigen goeddunken wat niet past) zelf. Gelukkig maar, want het vervaarlijk naar poppunk neigende refreintje van "Pride" doet ons nog steeds bedenkelijk fronsen. Dat de Canadees puike ballads kan schrijven bewees hij eerder al met "Hell Is A War" en "Crystal Ann", maar toch vliegt hij hier met het irritante "Clare" glansrijk het decor (in dit geval een lijvige muur loeiende versterkers) in. Daar kan zelfs het erg leuke blueslickje op speed, dat heel even de bezielde wederopstanding lijkt in te wijden, compleet met triomfantelijke grijns en demonische lach, niets aan veranderen.

Op die twee nare mankementjes na heeft Schizo Deluxe de wind in de voor de lol bijgezette zeilen en denderen knallende brugjes en technisch gezien overbodige maar o zo sappige solo’s voorbij. Af en toe wordt het tempo wat ingebonden, kwestie van de venijnige riffs nog meer tot hun recht te laten komen. Zo ook bij "Warbird" (compleet met progrocksolo) en "Like Father Like Gun" dat zich ergens knus tussen Lamb of God’s "Laid To Rest" en Exodus’ "Altered Boy" heeft ingenesteld.

Erg hoogstaand gaat het er tekstueel ook deze keer weer niet aan toe: "I’m allright, I’m okay / I’ll survive another day / I’m allright, go away / can’t you hear the words I say" getuigt bezwaarlijk van de pan uitswingend tekstschrijftalent en kan zowat gelden als kwalitatieve maatstaf voor de rest van het album. Gelukkig zijn er telkens weer Waters en zijn voorbij scheurende gitaren om wijdbeens de aandacht op te komen eisen. Ook de drummer zult u nooit op een fantasietje of te opvallende mep kunnen betrappen: alles blijft keurig binnen de sober ondersteunende dubbele basdrumperken, in functie van de gitaarheld.

Waters weet maar al te goed waar zijn talenten liggen, en dus blijft Schizo Deluxe, in tegenstelling tot wat de titel suggereert, op enkele weinig overtuigende schwalbes na, vooral een spetterend feest van herkenbaarheid, waar BYOAG in vette letters op de uitnodigingen prijkt. BYOAG, zegt u? Bring Your Own Air Guitar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + tien =