Sigur Rós :: Takk

Het zou The Final Album gaan heten, en de adem werd ingehouden. Toen werd het Takk — "bedankt" — wat ook als een afscheid aanvoelt. Dat zou het echter niet zijn. Wel gewoon: de vierde van Sigur Rós. Meer hoeft dat ook niet te zijn, het is immers nog altijd erg bijzonder in deze van banaliteit en lelijkheid bol staande wereld.

"We zijn in de kunst zo vaak bezig geweest met het exploreren van gruwel en lelijkheid," aldus Peter Verhelst onlangs, "en dan word je plots ontroerd door iets wat niet anders wil zijn dan schoonheid. Dat heeft een ongelofelijk troostend effect. Ook Gerard Mortier vroeg zich onlangs af of we niet moesten ophouden met altijd maar te willen shockeren, of we niet gewoon… meer mooie dingen moeten gaan maken." Sigur Rós knoopte het in zijn oren en liet op haar nieuwe plaat de duisternis voor wat ze is. Takk heeft een voor de groep ongewoon lichte toon.

Weinig cd’s zijn belangrijker voor goddeau als site, en onszelf als persoon, dan die tweede van Sigur Rós. Gestart in de zomer van 2001 als "uw centraal station cultuur" met het idee alle cultuurtakken gelijkwaardig te behandelen, bespraken we in het begin volgens onze smaak de toegankelijke cd’s van Starsailor, Garbage and the likes. Maar daartussen ook dat IJslandse groepje dat we die zomer hadden ontdekt op Werchter: pure schoonheid was het, het antwoord op een onuitgesproken zoektocht. De tijd stond even stil toen in die Pyramid Marquee. Duyster was een jaar oud, nog een jaar later zouden ook wij het radioprogramma rijkelijk laat ontdekken. En zo raakten we verloren in een wereld waar diepe ongelukkigheid werd vertaald in dingen die vooral schoon waren.

Toen was er die derde cd. Naamloos. Blank. Ongrijpbaar gezongen in een zelfverzonnen taaltje. En plots bleken donkere wolken over die pure schoonheid te trekken. Sigur Rós vocht met zichzelf, en dat was aan de intens duistere slotnummers te horen. Maar eerder dan te gaan koketteren met die demonen waar andere demonen demonen van kregen waar die demonen bang van werden, zocht de groep terug naar de rust van het begin. En die vond ze ook getuige het nieuwe Takk.

Wèg is de peilloze diepte, de gapende afgrond. Als er al van klippen wordt gesprongen is het deze keer — zoals in de prachtige video voor single "Glósóli" — om te vliegen. Hier wordt teruggekeerd naar het geluid van Ágaetis Byrjun maar dan met een luchtigheid die we van hen nog niet gewoon waren. En toch gaan de crescendo’s weer door merg en been, is onze ruggengraat de E40 van de rillingen en kunnen we ons armhaar ook zonder gel een mohawk aanmeten.

Opener "Glósóli" zet met zijn pracht van een begrafenismarsritme de standaard al meteen hoog, de groep gaat er met gemak over in "Sé Lest" waarin ze voor het eerst blazers in het groepsgeluid betrekt. En zo krijgen we het dat uit de gewone mix van strijkerswolken, castraatstemmen en xylofonen plots een onbeschaamde hoempapa-outro komt geslopen, waarna. "Saeglopur" ontaardt in een pracht van een donderende climax. Er is niets nieuws onder de zon, maar ze staat alweer heel wat stralender aan de hemel.

Net als () heeft Takk met "Milano" een centraal punt. Tussen al het toegankelijke nieuwe werk, is dit nog het meest hermetisch: het duurt relatief lang voor de tinkelende klankjes hier richting vinden en een uitbarsting van drums alsnog voor iets van furie zorgt. "Gong" mag daarna meteen voor het tegendeel zorgen met een bas-drumcombinatie die de drive van een popsong heeft. Mocht Jonsi Birgisson er ooit aan hebben gedacht in het Engels te zingen, was dit Afrekeningsvoer geweest.

Na () heeft ons lang het gevoel bekropen dat Sigur Rós beter geen nieuwe plaat meer zou maken. Net als Portishead destijds had de groep immers gezegd wat er te zeggen viel, zo zou het nooit meer zijn. Dat klopt ook: nooit gaan we de impact van Sigur Rós nog onvoorbereid voelen. Maar dat is niet erg. Alweer Verhelst: "we kunnen nooit een tweede keer geboren worden, we kunnen niet opnieuw maagd zijn. Maar dat is niet erg. Laten we vooral niet geloven in ideologieën die ons dat wel beloven. Gewoon, af en toe troost vinden in iets wat mooi gemaakt is, dat is genoeg." Meer heeft Takk niet mee te delen. Ons is het genoeg.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × twee =