Antimatter :: Planetary Confinement

Net nu Antimatter na enkele jaren zoekwerk het juiste pad richting ’algemeen publiek’ begint te vinden, staat rusteloze ziel en bekendste helft van de band, Duncan Patterson, op het punt zijn koffers te pakken. Voordat hij het deksel sluit laat hij de gemeenschap wel nog een pracht van een plaat na: Planetary Confinement.

Van carrièreplanning lijkt muzikale treurwilg Duncan Patterson niet al te veel kaas gegeten te hebben. Nadat de man in 1998 Anathemas Alternative 4 van de beste grauwste nummers en een prachtig grijze tint voorzien had, verliet hij zijn melancholieke broeders voor het meer intimistische project Antimatter. De volgende Anathemaplaat, Judgement, ging resoluut de Pink Floyd-richting uit en Anathema raakte stilaan steeds meer aan de oppervlakte van algemene erkenning door zowel critici als fans.

Net nu het duo van Antimatter met zijn nieuwe plaat een stevige kans krijgt om ook aan die oppervlakte te verschijnen, verkast Patterson zijn tranerig boeltje nog maar eens, ditmaal richting soloproject Ion. Hoe spijtig dat ook mag zijn, Planetary Confinement is een juweeltje van een afscheidsproject, en ook onmiddellijk het hoogtepunt van de samenwerking tussen Patterson en Mick Moss.

Waar het vorige Antimatter-materiaal deftig in een ambient-sfeertje baadde en bij momenten wat weg had van het latere werk van The Gathering en Hooverphonic, gaat het duo deze keer radicaal voor een organisch gevoel waarin samples en soundscapes geen milliseconde tijd krijgen. De elegante somberheid die Antimatter altijd al in sierlijke laagjes over de songs wist te borstelen heeft er baat bij.

Naaktheid is het codewoord op Planetary Confinement, en de instrumentele titeltrack die het album opent legt dat er direct vingerdik op: een desolate, aarzelende piano die toch duidelijk een verhaal te vertellen heeft, doet ontwapenend zijn ding. "The Weight Of The World" vervolgt met zachte gitaartonen en werkt zich stilletjes aan naar een climax die zich qua gevoelswaarde bijna naast de betere poëtische inzichten van 19de eeuwse melancholici kan plaatsen.

Planetary Confinement werd in twee stukken opgenomen door de twee hoofden van Antimatter, en dat weerspiegelt zich ook in de nummers zelf. Telkens wordt een Patterson-track afgewisseld met een nummer waar Mick Moss voor tekende. De opnames waar Pattersons naam onder gekribbeld staat, blinken uit in een sfeer die hoofdzakelijk bepaald wordt door die droeve piano van de opener en verlaten grotendeels de conventionele paden van intimistische rock, terwijl die van Moss de melodie en de gitaar veel nadrukkelijker aan het hart drukken.

Van het Patterson-materiaal sleept "Line Of Fire" zichzelf op grauwe orgeltonen naar een ontknoping met djembe-percussie, en wordt Troubles "Mr. White" omgebouwd tot een track die als een oude kreupele boom in een jong bos staat. "Relapse" doet sterk denken aan de slierten grauwheid die Patterson in zijn Anathema-dagen zo treffend wist te evoqueren.

De Moss-tracks zijn dan wel melodischer, maar zeker niet minder trefzeker in hun ontwapening. Zo is de single "Legions" onschuldig en pijnlijk tezelfdertijd, als een baby die te hard aan de haren van mama trekt. Moss zorgt ook voor het hoogtepunt van Planetary Confinement: "Epitath". Het nummer knijpt de strot toe met een fluwelen doek, maar wanneer halverwege de viool het overneemt van de gitaar, komt het eerste straaltje bloed liefjes uit een mondhoek gesijpeld.

Niet alleen fans van Anathema of Opeths Damnation zullen in Planetary Confinement een parel van droefheid vinden. De gemiddelde Duysteradept en al wie Becks Sea Change wel eens aan het hart drukt, kan in Antimatter een brugje naar erg mooie maar vaak onbezochte landschappen van muzikale melancholie ontdekken. Het is een kwestie van tranen slikken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 + twaalf =