Without A Paddle




Eerst en vooral maar even de titel verklaren: in het Engels heb je
een uitdrukking, I’m up shit creek without a paddle, wat
zoveel wil zeggen als: “ik zit hier fameus in de fecaliën”. Laat
dat nu net de gedachte zijn die door mijn hoofd spookte toen ik me
neerzette voor ‘Without A Paddle’, een film waaraan zoveel
onfortuinlijke namen verbonden zijn dat je niet anders kunt dan een
wanhopige kreet slaken. Regisseur Steven Brill maakte eerder
‘Little Nicky’ en ‘Mr Deeds’, twee – ahum – komedies met
Adam Sandler, hoofdrolspeler Matthew Lillard werd vooral bekend als
Shaggy in de onzalige ‘Scooby-Doo’-films en Seth Green was op z’n
best sporadisch grappig als Scott in de ‘Austin Powers’-reeks. Met
dat soort films moet je dus oppassen: voor je ‘t weet duikt Cuba
Gooding Jr nog op ook. Maar, hoewel ik absoluut niet het risico wil
lopen verantwoordelijk te zijn voor enig enthousiasme voor dit
stukje pellicule, moet ik toch toegeven dat het al bij al nogal
meeval. Wanneer je onuitstaanbare, onversneden crap verwacht
en je krijgt crap met hier en daar een paar lichtpuntjes,
dan heb je eigenlijk al geen recht tot klagen meer.

De plot draait rond vier jeugdvrienden: Billy (Anthony Starr), Tom
(Dax Shepard), Jerry (Matthew Lillard) en Dan (Seth Green), die
tijdens de jaren tachtig samen Indiana Jones en Star Wars naspelen,
en plannen maken om ooit de bossen van Oregon in te trekken, op
zoek naar de schat van een verdwenen avonturier. Van die
schattenjacht komt natuurlijk nooit iets in huis, en na de
middelbare school gaan de vrienden elk hun eigen weg. Wanneer Billy
onverwacht sterft bij een ongeluk, komen de drie anderen voor het
eerst in jaren weer samen en bij wijze van eerbetoon aan Billy,
besluiten ze om een bootje te huren, een enorme voorraad bier in te
slaan en alsnog op zoek te gaan naar de schat. Onderweg zullen ze
natuurlijk af te rekenen krijgen met uitzonderlijk agressieve
hillbilleys, een beer, een onsympathieke sheriff en zelfs
enkele schaars geklede bosnymfen.

Dat klinkt als de set-up voor een zoveelste wansmakelijke komedie à
la ‘Road Trip’, maar het meest positieve feit dat ik heb kunnen
vaststellen aan ‘Without A Paddle’, is dat de film het grotendeels
stelt zónder dat soort van gortige humor. Er is eigenlijk maar één
scène die er echt óver is (onze vrienden bekogelen de
hillbilleys vanuit een boom met zakjes stront), maar voor
het overige blijft het allemaal relatief smaakvol. Niet dat dit nu
meteen een subtiel stukje cinema is, maar vergelijk het met
‘Van Wilder’ en ‘Harold & Kumar Go To White Castle’ en
je merkt toch een duidelijk verschil.

‘Without A Paddle’ mikt op iets anders – Steven Brill wil hier
blijkbaar in de voetsporen treden van ‘City Slickers’, een geinige
komedie uit ’91 met Billy Christal. Die film ging over een drietal
burgermannetjes die met een midlife crisis te kampen hadden en dan
maar op tocht gingen door het niet al te wilde westen om zichzelf
te vinden. Hier probeert Brill iets gelijkaardigs te doen. Tom,
Jerry en Dan kijken tegen dat vreselijke getal 30 aan en realiseren
zich dat hun jeugd voorbij is. Wanneer Jerry voorstelt om de
riviertocht naar de schat te ondernemen, zegt hij: ‘Dit is
misschien onze laatste kans om nog eens iets kinderachtigs te
doen.’ Tegen het einde van de trip zullen ze uiteraard – en trek
hier gerust een plechtstatig gezicht bij – volwassen zijn
geworden.

Uiteindelijk is die thematiek natuurlijk zeer banaal en
voorspelbaar – we krijgen bijzonder nadrukkelijke scènes in ons
gezicht geduwd waaruit duidelijk moet worden wat de regisseur ons
hier eigenlijk wil verkopen. Zegt Jerry: ‘Het gaat niet om geld. De
échte schat is wat het betekent om in leven te zijn!’ Uh-huh. Zet
die uitspraak op een kalender van Anne Geddes, en snel een beetje!
Maar hoe afgezaagd en prekerig De Moraal ook mag zijn, het ís
tenminste een film mét Een Moraal, met een soort van bestaansreden
buiten een zoveelste collectie grappen rond scheten, neuken,
rukken, kotsen, tieten, kloten of schaamhaar. Jamaar, hoor ik u al
zeggen, ‘The Pacifier’ was toch óók
een film met een zelfverklaard “boodschapje”, wat maakte die prent
dan zoveel erger dan deze? De Moraal van ‘Without A Paddle’ is dat
vriendschap belangrijker is dan geld en dat je op een bepaald punt
je jeugd vaarwel moet zeggen en volwassen worden. De Moraal van
‘The Pacifier’ was dat je met een
stukje typisch Amerikaanse, militaire discipline je kinderen wel in
het gareel krijgt. Kiest u maar wat u het meest aantrekkelijke
vindt.

De grappen zijn nogal ongelijk verdeeld – hier en daar zit wel een
leuke one-liner, zoals één van de hillbilleys die de drie
vrienden ‘Do You Really Want To Hurt Me’ hoort zingen en reageert:
‘The hills have gone gay!’ Maar voor elke geslaagde mop
zitten er wel tien tussen die niét werken en dan blijft daar
natuurlijk nog de beruchte strontzakjes-scène, die onvergeeflijk
is.

‘Without A Paddle’ is geen onherroepelijk rotslechte film, hij is
alleen zo banaal, zo doordeweeks dat het moeilijk wordt om er
eender wàt bij te voelen. De thematiek is voor de hand liggend en
afgezaagd, maar er is er één. De grappen raken maar af en toe hun
doel, maar ze centreren tenminste niet allemaal rond die
lichaamsfuncties die zich doorgaans afspelen achter de deuren van
een toilet of badkamer. De film is niet goed, maar ook lang niet de
catastrofe die hij had kunnen zijn.

http://www.withoutapaddlemovie.com/home.php

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 2 =