Drillbit Taylor







Zomer 2007. Slackerheld en laconieke grijnsneus Owen Wilson
probeert zelfmoord te plegen. Net vóór de zomer van 2007. Owen
Wilson maakt de flutter dan flutkomedie ‘Drillbit Taylor’. Qua
causaal verband kan dat serieus tellen. God en iedereen die zich de
moeite heeft genomen om eens te grasduinen door de recensie van
‘You, Me and
Dupree’
weet dat ik een Owenist ben. Owenisten zijn
filmliefhebbers, niet geheel gehinderd door smaak en gezond
verstand, die een boon hebben voor Owen Wilson. Ja, we weten dat
hij eigenlijk al tien jaar zichzelf speelt en dat hij zich vooral
bruikbaar maakt als multifunctionele buddy (Ben Stiller,
Jackie Chan en Vince Vaughn hebben hem al dankbaar benuttigd) in
compleet verwaarloosbare komedies, maar toch heeft de
vreemdgesnuite man iets dat hem een hondstrouwe fanbase
oplevert. Is het de ongeveinsde slackerattitude die door zijn
blonde surferharen waait, is het zijn zelfverzekerd charmeoffensief
dat vaak uitmondt in heerlijke oneliners of zijn het gewoon die
ontwapenende pretoogjes die verraden dat hij zich ongelooflijk aan
het amuseren is? Enfin, tot ‘m zelfmoord wou plegen, blijkbaar.
Maar Owenisten zijn niet blind. Onze held probeerde twee jaar
geleden al eens een solokomedie met ‘You, Me and Dupree’ en
dat was eigenlijk een nog gênantere confrontatie dan die keer toen
Wouter Deprez flauw plezant wou doen tegen Dani Klein. Hij kon het
niet aan op zijn eentje en wat blijkt twee jaar later? Hij kan het
nog steeds niet alleen rooien. We hebben een Jackie Chan nodig en
het is dringend.

Owen Wilson speelt Drillbit Taylor, een landloper en schooier
die in een tentje in de bosjes van de parken woont, zich en
plein publique
douchet en hier en daar wat bij elkaar
scharrelt om zijn droom na te jagen: naar Canada trekken. Niet ver
van het territorium van Drillbit bereiden twee groentjes (skeletman
Nate Hartley en gezellig dikkerdje Troy Gentile) zich voor op hun
eerste dag aan de middelbare school. Ze willen enkel maar een
beetje plezier, respect en misschien ook wat succes bij de meisjes,
maar krijgen het al snel aan de stok met de pestkoppen van de
school (Alex Frost uit ‘Elephant’ en Josh Peck). Wanneer ze het
eindeloze geterroriseer niet meer aankunnen, plaatsen ze een
zoekertje voor een bodyguard. Voelt u ‘m al komen? Ja hoor,
Drillbit stelt zich kandidaat en de jongens denken dat hun
problemen van de baan zijn. Maar dan kennen ze Drillbit nog
niet.

En zo gaat dat dan met een net iets te vertrouwd familiekomedietje.
Er wordt een geforceerde premisse halfslachtig uit de doeken
gedaan, er worden wat goedkope mopjes rondgestrooid die al opdrogen
voor ze de grond raken en halverwege zien we Owens blauwe kijkers
opblinken omdat de levenslesjesviolen zachtjes beginnen te huilen.
Zo’n films zullen altijd terugkomen, die zijn zoals Jelle Cleymans,
niemand weet precies waarom ze succes hebben, maar ze trekken
genoeg volk om steeds opnieuw op te duiken. Een grotere schok is
echter dat ‘Drillbit Taylor’ afkomstig is uit de koker van
komedieheld Judd Apatow. De man die ons geek classics als
‘The 40 Year Old
Virgin’
, ‘Knocked Up’ en
Superbad’
schonk. Daarbovenop was Seth Rogen, de ster uit ‘Knocked Up’ nog eens
medeverantwoordelijk voor het scenario. Dat schept verwachtingen,
zeker voor het genre, en het uiteindelijk tegenvallende resultaat
levert een nog grotere teleurstelling op dan mocht het allemaal
gemaakt zijn door een bende onbekwame onbekenden. Vergeleken met
Apatows vorige werk is ‘Drillbit Taylor’ een fameuze misser die er
nergens in slaagt waar zijn meer succesvolle voorgangers nauwelijks
moeite voor moesten doen: oprechte charme in combinatie met vaak
hilarische taferelen (ik hoest nog wekelijks een nagrinnik op van
‘Knocked Up’).
En Owen, die zit met een komedie die nog harder zuigt dan
‘Heavyweights’ met Ben Stiller.

Het probleem is vrij simpel. Eigenlijk zitten er in ‘Drillbit
Taylor’ twee films te vechten om de meeste flauwe grappen. Het is
deels een frat pack movie met een solovliegende Owen
Wilson op zoek naar zijn vertrouwde eskader en deels een
tienerkomedie die verder wil gaan op het elan van ‘Superbad’. Let maar
eens op het eerste kwartier, de parallel gemonteerde
introductiescènes waarin het personage van Owen Wilson en het
leventje van de twee nerds worden voorgesteld. Net alsof je naar
twee door elkaar geflanste films zit te kijken. Het klikt niet, het
haakt niet vlotjes in elkaar en de film pruttelt moeizaam en zonder
schwung vooruit, zonder enig gevoel voor ritme, timing en
samenhang. En de momenten waarop Owen zijn groot kind-ding mag doen
bij de koters werken vaker niet dan wel. Die gastjes zijn niet
slecht bezig, vooral Troy Gentile beschikt over aardig wat komisch
talent, en Owen doet wat hij altijd doet (niemand kan ‘English?
It’s my native tongue’
zeggen zoals Owen), maar wanneer ze een
scène moeten delen vallen ze compleet stil. Apatow en co. zitten
met te veel stenen tegelijk te spelen, maar de vonk ontvlamt niet
en ‘Drillbit Taylor’ is van meet af aan dead on
arrival
.

Zo wordt er bijvoorbeeld een ongelooflijk overbodige subplot
geïntroduceerd waarin Owen begint aan te pappen met een lerares
Engels (Leslie Mann, de eega van Apatow). Dat ze onmiddellijk valt
voor Owen willen we nog even slikken, maar de manier waarop haar
personage zonder ook maar enig doel te pas en te onpas in het
latere verloop van het verhaal opduikt is ontzettend irritant en
zou de vaart er nog meer uitgehaald hebben, mocht de film al niet
vastgeroest zijn na vijf minuten. Wat ook op de heupen werkt is de
tamheid van de schrijvers. Owen Wilson kan onaangekondigd en zonder
problemen de school binnenwandelen als vervangingsleraar en er een
paar weken les geven en laatstejaars kunnen met gemak les volgen
met de eerstejaars. Allemaal mierenneukerijdetails die heel wat
minder zouden storen, mocht het allemaal een beetje grappiger zijn.
Als er twee of drie geslaagde komische momenten (de redding met het
brandalarm liet de zachte glimlach even toe) passeren zal het veel
zijn. Hoe kan het ook anders, als ze al geen moeite doen om het
basisconcept, een bodyguard voor een bende losers die eigenlijk een
nog grotere loser blijkt te zijn, op een leuke manier uit te
werken. De veel te lang uitgerekte finale met het gevecht tussen de
nerds en de steeds psychopatischer wordende pestkoppen is trouwens
eerder verontrustend agressief dan onschuldig amusant. Zelfs Owen
lijkt even van zijn melk bij al dat ongezellig geweld.

I do believe in Owen. I do. I do! Maar als hij nog veel
tijd gaat verliezen met dit soort ongrappige ongein, dan sterft er
héél binnenkort meer dan één Owenelfje. ‘Drillbit Taylor’ is niet
goed voor de gezondheid van de bijna heengegane frat
packer
, het is niet goed voor de carrière van producer Judd
Apatow en het is al zeker niet goed voor die alsmaar kleiner
wordende fanclub van His Owenness. Allen terug naar
‘The Darjeeling
Limited’
, en snel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − veertien =