Kinsey




Wij hebben het geluk dat we geboren zijn in een erg pragmatische
tijd wat seks betreft – elk zevenjarig kind weet hoe alles in
elkaar zit, elk twaalfjarig kind heeft het al gedaan en elke
zeventienjarige puber begint er stilaan aan te denken hoe hij het
aan z’n eigen kinderen moet uitleggen. Maar zo was het niet altijd,
en al zeker niet in de meer puriteinse uithoeken van Amerika – seks
was iets dat uitsluitend tussen man en vrouw plaatsvond binnen het
huwelijk, en dan eigenlijk ook alleen maar om kinderen voort te
brengen. Masturbatie was een zonde die de dood tot gevolg kon
hebben, homoseksualiteit was nog niet uitgevonden en een orgasme
was iets dat alleen mannen hadden om hun vrouwen zwanger te maken.
Mensen stapten als maagd hun huwelijksbed in en hadden niet het
minste benul wat er nu van hen verwacht werd.

De man die voor een groot deel verantwoordelijk was voor de
verandering in mentaliteit tegenover seks, is Dr. Alfred Kinsey,
die in 1948 zijn werk ‘Sexual Behavior in the Human Male’
publiceerde, enkele jaren later gevolgd door ‘Sexual Behavior in
the Human Female’ – twee standaardwerken, gebaseerd op uitgebreide
interviews doorheen de VS, die in onverbloemde bewoordingen
uitlegden wat mensen effectief deden met zichzelf en anderen,
zonder er religie of moraliteit bij te sleuren. Natuurlijk werd
Kinsey verketterd door moraalridders overal ter wereld en zelfs
vandaag de dag blijven er twijfels bestaan over zijn
onderzoeksmethoden, maar hij was wel de eerste die openlijk over
seks durfde te spreken zonder in de één of andere religieuze kramp
te schieten: hoe werkt het, wat is “normaal”, hoe kun je problemen
oplossen? Regisseur Bill Condon (eerder verantwoordelijk voor het
fantastische ‘Gods and Monsters’) weet hier een fascinerend,
intelligent geconstrueerde biopic van de man af te leveren, waar
Taylor Hackford met ‘Ray’ nog een
fameus puntje aan kan zuigen.

We ontmoeten Kinsey (Liam Neeson) voor het eerst als een sociaal
onaangepaste professor biologie aan de Indiana University: hij
werkt aan een immensie studie over wespen en lijkt menselijk
gezelschap enkel nodig te hebben voor zover het zich aanbiedt:
wanneer een studente, Clara McMillen (Laura Linney) op een middag
tijdens de lunch naast hem komt zitten, begint hij vertellen over
een jaar lange studiereis die hij in z’n eentje ondernam. ‘Dat moet
eenzaam zijn geweest,’ zegt Clara. ‘Ik genoot ervan,’ antwoordt
Kinsey.

De twee trouwen uiteindelijk – zonder daarvoor ooit seks te hebben
– en leren langzaam maar zeker om van elkaars lichaam te genieten
zonder daarom meteen de wraakzuchtige hand van God te vrezen.
Wanneer Kinsey op z’n universiteit steeds vaker geconfronteerd
wordt met vragen omtrent seks van studenten die volkomen in het
duister tasten, besluit hij een nieuwe cursus tot leven te roepen,
waarin de feiten van menselijke seksualiteit sober en
aanschouwelijk worden uitgelegd – de hoge omes van het academische
wereldje zijn er niet erg gelukkig mee, maar de lessen zijn razend
succesvol en Kinsey besluit om zijn studies te verleggen van het
gedrag van wespen naar dat van mensen. Het gevolg waren zijn twee
boeken – het boek over mannen zorgde al voor opschudding, maar toen
Kinsey enkele jaren later durfde suggereren dat vrouwen óók mochten
genieten van seks, ook masturbeerden en het zelfs soms met elkaar
deden, was het hek helemààl van de dam.

Bill Condon – die zelf overigens homoseksueel is – maakt een goeie
keuze door van Kinsey geen heilige te maken, zoals de makers van
‘Ray’ dat wel deden met hun
onderwerp. Over de loop van z’n studie begint de professor seks
immers zodanig te objectiveren, dat het voor hem elke waarde
verliest. Dat het voor een wetenschappelijke studie nodig is om
neutraal te blijven en seks énkel te zien als een fysiek fenomeen,
daar kan ik inkomen. Maar die mentaliteit kun je niet doortrekken
tot in je persoonlijke leven – je kunt niet volhouden dat emoties
en psychologie er niet bij komen kijken, maar dat probeerde Kinsey
wel te doen. Na een homoseksueel avontuurtje met één van z’n
medewerkers, gaat Kinsey naar huis en biecht hij alles stante pede
op aan z’n vrouw, omdat hij z’n escapade niet associeert met
emoties – het was enkel een experiment, waarom zou hij het haar
niét vertellen? Clara is er natuurlijk kapot van.

Kinsey had er ook absoluut geen problemen mee dat leden van z’n
staf met elkaar en elkaars echtgenoten in bed doken, hoewel dat na
een tijdje haast vanzelfsprekend tot immense spanningen leidde.
Toen hij ook nog mensen begon te filmen terwijl ze masturbeerden of
seks hadden, opdat hij zou kunnen waarnemen wat er precies gebeurt
met de geslachtsdelen tijdens een orgasme, begon de grens tussen
wetenschap en voyeurisme bovendien erg vaag te worden. Wat de film
suggereert, is dat Kinsey in principe altijd een beetje
contactgestoord is gebleven. Hij is altijd die stoffige academische
figuur gebleven die obsessief wespen verzamelde, alleen verzamelde
hij nu menselijke seksuele gedragingen. Hij kon openlijk over seks
praten, niet omdat hij zo goéd kon communiceren met andere mensen,
maar juist omdat hij dat zo slécht deed, dat hij geen enkele van de
(voor die tijd) “normale” sociale remmingen toonde. Toen bleek dat
anderen zijn no-nonsens mentaliteit niet deelden, en dat er op zijn
eigen universiteit nog steeds onthouding werd gepredikt, ging hij
daar dan ook met veel overtuiging tegen in – als hij beter in zijn
omgeving had gepast, dan had hij dat nooit gedaan.

Door dat soort van nuances in z’n film te leggen, biedt Condon een
zeer overtuigend portret van de man, dat op z’n minst iets dieper
graaft dan de gebruikelijke “ik heb een jeugdtrauma!”-psychologie
van dit soort biopics. Niet dat Kinsey geen jeugdtrauma had: zijn
vader (John Lithgow) was een prediker voor wie zelfs een
ritssluiting een toegangspoort tot de hel betekende. Maar die
gebeurtenissen in z’n jeugd worden niet aangevoerd als dé enige
verklaring voor wie en wat Kinsey was, het ligt complexer dan dat.
Het conflict tussen Kinsey en z’n vader geeft trouwens aanleiding
tot de mooiste scène in de hele film, waarin de onderzoeker zijn
vader enquêteert over z’n seksuele verleden.

‘Kinsey’ is een eerlijke film, waar nauwelijks een expliciet beeld
in terug te vinden is (een foto van een penis en een vagina die
Kinsey gebruikt tijdens een lezing is zowat alles dat we zien
krijgen), maar waarin op een zeer nuchtere manier over seks gepraat
wordt. Oké, op het einde neigt het allemaal een beetje teveel in de
richting van de schmaltz (Liam Neeson in oude venten-make up die
aan z’n vrouw vertelt dat hij haar graag ziet), maar de acteurs
staan stuk voor stuk zeer degelijk hun werk te doen en Condon weet
ons echt het idee te geven dat we weten wié die kerel was. Hoedje
af.

http://www2.foxsearchlight.com/kinsey/site/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − 4 =