White Noise




Het is altijd geinig wanneer de makers van een typisch
Hollywoodiaans nonsens-thrillertje een air van wetenschappelijkheid
aan hun product proberen te geven. Zowel de trailer als de
openingsscènes van ‘White Noise’ doen ongelooflijk hun best om toch
maar serieus genomen te worden, door de aandacht te vestigen op een
vermeend metafysisch fenomeen: EVP. Het Electronic Voice Phenomenon
zou, volgens de film, werkelijk zijn vastgesteld door mensen die de
stemmen van hun overleden geliefden hoorden doorheen de ruis op
lege radiofrequenties en hun gezichten terugzagen in de sneeuw op
lege televisiekanalen. Zo bestaat er een opname van de stem van
Stanley Searles, een politicus die in 2002 stierf – doorheen het
gekraak op het bandje, hoor je hem “I love you” fluisteren.
Dat bandje werd in 2003 gemaakt – mag ik even een welgemeend
“ooow” uit het publiek, alstublieft?

Dan kun je denken: “Big deal, ik zie en hoor elke dag dode
mensen op televisie en radio,” maar er zijn dus mensen die dit
allemaal ernstig nemen en er hun leven aan wijden zich blind te
staren in elektronische ruis, in de hoop dat ze hun dode oma nog
een keer zullen terugzien. Persoonlijk lijkt heel dat EVP me
ongeveer even wetenschappelijk als het gemiddelde Ouija-bord of
stel Tarotkaarten, maar voor een film biedt het fenomeen nog wel
interessante mogelijkheden. Alleen jammer dat het bij mogelijkheden
blijft: ‘White Noise’ is een volstrekt oninteressant
thriller-drama, dat elementen combineert uit ‘Ghost’, ‘The Sixth
Sense’ en ‘Frequency’, maar nooit het niveau van ook maar één van
z’n voorgangers weet te bereiken. Als metafysisch liefdesdrama is
hij niet pakkend genoeg, om een succesvolle thriller te wezen is
hij te saai.

Michael Keaton speelt Jonathan Rivers, een succesvolle architect
die samen met zijn tweede vrouw Anna (Chandra West) een gelukkig
leventje heeft opgebouwd. Zo gelukkig zelfs, dat we vanaf het begin
gewoon wéten dat het niet lang kan duren. Op een avond slaat het
noodlot toe – Anna’s auto wordt verlaten teruggevonden en pas vijf
weken later spoelt haar dode lichaam aan. Jonathan is
begrijpelijkerwijs enigszins van zijn melk, maar krijgt nieuwe hoop
wanneer hij wordt aangesproken door Raymond Price (Ian McNeice),
een man die jaren geleden z’n zoontje verloor, enkel om hem terug
te vinden in de sneeuw op z’n tv. Sindsdien is Price een expert
geworden in EVP, die mensen opnieuw in contact brengt met hun
elektronisch gechargeerde afgestorven geliefden. Een soort
combinatie medium/tv-reparateur, dus. Na z’n aanvankelijke ongeloof
besluit Jonathan toch een paar tapes met Anna’s stem te beluisteren
– vanaf dat moment raakt hij helemaal geobsedeerd door de gedachte
opnieuw met haar te kunnen praten.

Een oninteressant gegeven is dat dus niet – had men deze film in de
handen van bijvoorbeeld M. Night Shyamalan gelegd, dan hadden we
wellicht nog een boeiende prent kunnen krijgen. In essentie gaat
het immers over een obsessief verlangen om opnieuw in contact te
komen met de mensen die we zijn verloren – wat er is menselijker
dan dat? Alleen is regisseur Geoffrey Sax géén Shyamalan, en de
bovennatuurlijke hocus-pocus die hij erbij sleurt blijft dan ook
precies dat: hocus-pocus, zo ongeloofwaardig als het groot is. Als
je dit soort van verhaal wil doen werken, dan moet je de grammatica
van het genre erg goed kennen, je moet precies kunnen inschatten
welk effect elke scène zal hebben op het publiek en op de film als
geheel. Iemand als Shyamalan of Alejandro Amenabar (‘The Others’)
is daar geweldig in: die mannen zijn fantastisch in het opbouwen
van spanning en het creëren van plausibele personages, zodat ze hun
publiek in essentie de grootste lulkoek kunnen verkopen, en er tóch
voor zorgen dat ze nog steeds geloofd worden, dat hun publiek het
slikt. Sax is voorlopig zo ver nog niet, en de vraag is of hij er
ooit wel zal komen.

Ongeveer anderhalf uur lang profileert ‘White Noise’ zich
overwegend als een drama, waarin Michael Keaton troosteloos naar
verlaten televisiestations zit te staren tot hij er stekeblind van
wordt, en dingen voor zich uitprevelt als: ‘Oh, Anna, ik mis je
zo!’ Een mens kan zich afvragen of het niet veel handiger zou zijn
om een oude home-video in de recorder te floepen en daarnaar te
kijken, in plaats van te wachten tot de dame haar vage gezicht eens
laat zien in de sneeuw. Maar dat hoort een mens niet te doen. De
film sléépt zich van de éne scène naar de andere tegen een dodelijk
traag tempo. Dat gebrek aan ritme is er voornamelijk aan te wijten
dat er nergens in de film een interessante relatie bestaat tussen
twee personages: je hebt Keaton en zijn dode vrouw, en dat is het
wel zo’n beetje. McNeice als Keatons mentor in de spokenjagerij en
Deborah Kara Unger als een andere cliënt van McNeice, hebben
uiteindelijk maar weinig te doen – ze dienen als extra
schermvulling en om af en toe wat informatie over de plot te komen
onthullen, voor het overige houden ze zich bescheiden op de
achtergrond. Dat wil zeggen dat Keaton het alleen moet klaarspelen
– zijn voornaamste interactie vindt plaats met een dood personage –
geen wonder dat de film levensloos aanvoelt. Telkens wanneer Sax
bang is dat we definitief in slaap zullen vallen, gooit hij er een
voorbode van het thrillerelement tegenaan: een flikkerend licht,
een klok die stilvalt, een deur die dichtslaat, een schim die
voorbij een deuropening schiet. Hoezo, clichés?

Dan tijdens de laatste tien minuten barst dat thrillergegeven in al
z’n hevigheid los – wat niet érg hevig is. Een gigantisch, donker,
verlaten gebouw waar het – uiteraard – binnenregent, een face-off
tussen Keaton en een slechterik die ze er in extremis hebben
bijgesleurd omdat ze er nu eenmaal één nodig hadden, een
rondvliegend spook… En u dient daar allemaal in te geloven,
natuurlijk, want – en hiervoor zet ik even m’n meest serieuze
pseudo-wetenschappelijke gezicht op – EVP is een vastgesteld
fenomeen!
Jaja, dus dàt is wat Jo Vally moet doen om nog eens
op tv te komen: sterven.

‘White Noise’ is dik anderhalf uur bovennatuurlijke
mumbo-jumbo, dat vervaarlijk laveert tussen drama en
thriller, tussen gesnurk en smakelijk hoongelach van het publiek.
Dan kijk ik nog liever naar de “Back from the dead”-videoreeks van
Vermaelens Projects.

Home

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf + 9 =