The Pacifier




De vakantieperiodes zijn traditioneel uitgelezen momenten om nog
eens wat onvervalste kindercrap de zalen in te smijten – het soort
films waar ze anders nog geen blinden zouden kunnen naartoe lokken.
Verleden week kregen we het vreselijke ‘Raise Your Voice’, ‘Robots’ was ook al niet echt om over naar
huis te schrijven, en nu mag actiester Vin Diesel zijn
kindvriendelijk imago opvijzelen met ‘The Pacifier’, een bij elkaar
gejatte, dodelijk saaie, terminaal middelmatige bedoening. Op het
laatste verjaardagsfeestje van mijn comateuze grootmoeder viel meer
te beleven dan in deze film. En dammit, daar viel niet veel
te beleven.

Diesel speelt Navy SEAL Shane Wolf, het soort van elitesoldaat dat
met één welgemikte mep uw middenrif ergens ter hoogte van uw
slokdarm doet belanden en wiens gladde schedel o zo fotogeniek
blinkt in de ondergaande zon. Wanneer hij echter de opdracht krijgt
om een gekidnapte uitvinder uit de klauwen van zijn Servische
ontvoerders te redden, kan hij niet vermijden dat de wetenschapper
in kwestie het loodje legt. De dode werkte aan Ghost, het één of
ander computerprogramma dat in staat is om alle satellieten en
nucleaire wapens ter wereld plat te leggen, of zoiets. Enfin, in
ieder geval iets dat je niet in de handen van de verkeerde mensen
terecht wilt zien komen. Nu moet zijn weduwe naar Zwitserland
trekken om zijn kluis leeg te maken – misschien ligt Ghost daar wel
in? – en Wolf, die behoorlijk scheef bekeken wordt na z’n mislukte
operatie, mag op de vijf kinderen letten. De stoere soldaat zit nu
plots opgezadeld met een rebellerende tienerdochter, een puberende
zoon, een guitig lagere schoolkind en twee nog jongere kinderen die
eigenlijk weinig te doen hebben behalve een extra blok aan Diesels
gespierde been te vormen. Wederzijdse afkeer en onbegrip maken
langzaam maar zeker plaats voor waardering en zelfs… snif… –
excuseert u mij terwijl ik m’n neus snuit – liefde!

Hoe hopeloos moeten een regisseur en scenarist al zijn om te gaan
jatten bij sowieso al twijfelachtige stukjes pellicule als
‘Kindergarten Cop’ en ‘Mr. Nanny’? Want dat is al wat ‘The
Pacifier’ is: een doorslagje van die eerdere films, waarin niet
alleen gelijkaardige situaties gebruikt worden, maar zelfs
gelijkaardige grappen: kotsende baby’s (haha), kinderen die in
paradepas leren lopen en daarmee discipline kweken (hoho) en de
aanvankelijke pogingen van de moedwillige koters om hun nieuwe
oppas te saboteren (hihi). Francis Ford Coppola zegt altijd: ‘Als
je gaat stelen, steel dan van de beste.’ Daarmee bedoelt hij niét
Arnold Schwarzenegger of Hulk Hogan.

Het enige wat ‘The Pacifier’ echt voorstelt, is een poging van Vin
Diesel om z’n imago wat kindvriendelijker te maken, na
actievehikels à la ‘xXx’. Alleen
jammer dat de man over weinig gevoel voor humor beschikt, en over
nog minder komische timing – hij debiteert al z’n dialogen even
stoïcijns en met dezelfde onvermurwbare blik op z’n gezicht.
Schwarzenegger gaf in ‘Kindergarten Cop’ tenminste nog de indruk
dat hij wist in wat voor film hij zat, dat hij er zich van bewust
was dat het grappig bedoeld was. In wat voor prent Diesel denkt mee
te spelen, weet ik nog niet zo zeker.

Dat de film één en al plagiaat is en de hoofdrolspeler nog geen
grap zou kunnen vertellen als z’n leven ervan afhing, is al erg
genoeg. Maar wat ‘The Pacifier’ definitief nekt, is het onvermogen
van regisseur Adam Shankman om een samenhangende film in elkaar te
steken. Zo eentje waarin de verschillende scènes ook effectief iets
met elkaar te maken hebben, weet u wel? ‘The Pacifier’ is niet
zozeer een coherent verhaal, als wel een verzameling willekeurige
situaties die nauwelijks enige uitwerking hebben in de rest van de
plot. Een voorbeeld: de vijf kinderen waar alles rond draait, zijn
net hun vader verloren, die vermoord is door Serviërs. Dat is heavy
shit, maar geloof maar niet dat ook maar één van die rotjong een
greintje verdriet zal tonen. Nee, het gebroed loopt een hele film
lang ongelooflijk vrolijk te wezen – ze zitten eigenlijk veel meer
in met hun rijlessen, hun acteerambities en hun relationele
perikelen dan met het feit dat hun vader het hoekje omgegaan is in
een verre uithoek van de wereld. Op een bepaald moment vallen drie
ninja’s het huis binnen (Servische ninja’s – dat zijn de
gevaarlijkste!), die het huis op stelten zetten in een poging het
Ghost-programma te vinden, maar niemand die zich daar echt druk
over maakt. Diesel trapt de drie boosdoeners het huis uit, en de
volgende ochtend is het alweer business as usual: ontbijt maken,
naar school, luiers verversen. Er komt zelfs eens geen superieur
van Vin Diesel een kijkje nemen na die aanval, om te zien of alles
in orde is. Nog eentje: aan het begin van de film geeft Vin Diesel
aan de vijf kinderen een soortement armband met een traceersignaal,
zodat hij steeds in het oog kan houden waar ze zitten. Dat toestel
wordt één keer gebruikt om een kaka-pipi-grap aan op te hangen, en
verdwijnt voor het overige uit de film – ze dragen ‘m nog wel, maar
hij wordt niet meer gebruikt.

Dat is alles is een teken van korte-termijnschrijven, wat wil
zeggen dat de scenaristen tijdens het schrijven van het script
nooit verder denken dan één of twee scènes in de toekomst. In een
goed scenario wordt aan het begin van de film dikwijls informatie
gegeven die aan het einde belangrijk blijkt te zijn, er is sprake
van set-up en pay-off. Maar hier niet, omdat er simpelweg niet
wordt nagedacht over wat er over een uur in de film moet gebeuren.
Enkel over hoe men de komende vijf à tien minuten kan vullen.

‘The Pacifier’ is een wanhopig onleuke film, met een premisse die
rechtstreeks gejat is uit andere exemplaren, grappen die niet
werken en situaties die niet alleen volstrekt voorspelbaar zijn,
maar ook nog eens als los zand aan elkaar hangen. Stuur de kinderen
hier naartoe, maar alleen maar als u ze wilt straffen voor een
slecht paasrapport.

http://disney.go.com/disneypictures/pacifier/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + 9 =