The Trial




Toen Orson Welles naar aanleiding van zijn film ‘The Trial’ in een
interview werd gevraagd of Josef K. nu eigenlijk schuldig is,
antwoordde hij: ‘Natuurlijk is hij schuldig, he’s guilty as
hell.
‘ Waaraan is echter een mysterie waar tientallen
antwoorden op zijn geformuleerd, zonder dat één ervan sluitend is
of een ander antwoord noodzakelijk uitsluit. Franz Kafka’s beruchte
modernistische romanfragment is geanalyseerd op basis van z’n
existentialistische beelden, z’n socio-seksuele ondertoon, z’n
religieuze subtext, z’n extreem sombere maatschappijvisie… Noem
maar op, na bijna honderd jaar gepalaver is er nauwelijks nog een
letter van heel gebleven. ‘Het Proces’ is zo’n complex werk, met
zo’n uitgesproken literaire stijl (die lange monologen, die
pompeuze beschrijvingen), dat een filmversie bij voorbaat
onmogelijk leek. Maar Orson Welles was nu eenmaal de man van de
onmogelijke films – in ’62 maakte hij met uitsluitend Frans geld
een bewerking van het boek die tegenwoordig praktisch niemand
gezien heeft, maar die wel beschouwd wordt als één van de grote
literatuuradaptaties in de filmgeschiedenis. Welles zelf noemde het
zijn beste film.

Het verhaal draait rond Josef K. (Anthony Perkins), een weinig
betekenende klerk die op een ochtend, zonder dat hij iets verkeerds
heeft gedaan, wordt gearresteerd door een drietal agenten die op
geen enkel moment identificatie tonen, niet zeggen door welke
autoriteit ze gezonden worden of waarom ze hem aanhouden. Op die
manier begint een lijdensweg voor K. doorheen de eindeloze gangen
van het gerecht. Hij ontmoet een advocaat (gespeeld door Welles
zelf), diens seksueel uitgehongerde assistente/verpleegster (Romy
Schneider), een schilder die beweert invloed te hebben op de
rechtspraak, een wasvrouw die hem misschien kan helpen, zelfs een
priester. Terwijl, buiten zijn weten of controle om, zijn proces
langzaam maar zeker verder rolt, is K. continu wanhopig op zoek
naar mensen die hem kunnen helpen om te begrijpen waarvan hij
beschuldigd is, en om z’n zaak te winnen. De hele film lang horen
we de personages onheilspellend spreken over “het gerecht”, maar
niemand schijnt een definitie van dat gerecht te kunnen geven of te
kunnen zeggen uit wat voor mensen dat gerecht is opgemaakt.

Zowel in boek- als filmvorm, heeft ‘Het Proces’ de logica van een
nachtmerrie – situaties vloeien in elkaar over, mensen praten de
grootste onzin maar worden wel volstrekt serieus genomen, een
onheilspellende, surrealistische sfeer hangt over alles. Neem
bijvoorbeeld de volgende scène: tijdens zijn arrestatie maakt Josef
K. enkele vage beschuldigingen van corruptie onder de agenten. Wat
verderop in de film zien we K. een kastdeur opentrekken in z’n
kantoor – in die kast zitten de agenten en een ranselaar, die hen
ervan langsgeeft met een zweep. Straf omdat ze beklaagd zijn van
corruptie, weet u wel? Die scène is absurd: je doet een kast open
en daar zit een man enkele anderen te bewerken met een zweep. Maar
de clou komt later pas: K. verlaat die kast, begint te praten met
één van de andere personages, maar hoort het gegil van de agenten
op de achtergrond. Hij gaat terug naar de kast en vraagt of de
slachtoffers het misschien niet wat stiller kunnen houden. De
afgeranselde agenten, altijd formeel en beleefd, beloven dat ze hun
kreten zullen inslikken.

Dat soort van zaken zijn typisch voor dit verhaal: het is logisch,
maar niet volgens de logica die we gewoonlijk gebruiken. Je ziet
het ook heel duidelijk in de sets: we krijgen immense decors, waar
de personages als nietige miertjes doorheen lopen. Het gigantische
kantoor van Josef K. werd gebouwd in het Parijse Gare D’Orsay,
nadat die had afgedaan als treinstation en voordat het huidige
museum er gevestigd werd. Zover het oog kan zien, zien we identieke
mensjes aan identieke bureautjes zitten. Het huis van de advocaat
is een waar netwerk aan in elkaar overlopende kamers met plafonds
die nauwelijks zichtbaar zijn, zo hoog. De griffieburelen van het
gerecht bestaan uit eindeloze gangen, langs alle kanten volgestouwd
met papier, met dossiers van andere beklaagden zoals hij. De kamer
van de schilder, aan het einde van de film, is gebouwd als een
vogelkooi en geeft rechtstreeks uit op de gangen van de griffie.
Wanneer K. er iets van zegt, antwoordt de schilder: ‘Natuurlijk.
Waar zouden ze anders op uitkomen?’ De hele wereld van ‘Het
Proces’, van de personages over de setting, zijn er een beetje óver
– alles speelt zich af in een realiteit die rijmt op de onze, maar
niettemin heel anders is. De manier waarop Welles die wereld
visualiseert (die decors! Die kadreringen! Het constante gebruik
van deuren en gangen!), is ronduit magnifiek.

Wat wil het nu allemaal zeggen? Geen idee. Alles en iedereen lijkt
deel uit te maken van het gerecht dat Josef K. beklaagt, zoveel is
zeker. Zijn advocaat, de vrouwen die hij ontmoet, de schilder,
zelfs de priester… Wanneer K. op bezoek gaat bij de schilder,
wordt hij achterna gezeten door een bende hysterische kinderen –
ook zij horen bij het gerecht. Het gerecht is de hele wereld en
iedereen erin en volgens het één of ander mysterieus proces zijn ze
tot de conclusie gekomen dat Josef K. schuldig is aan… zijn
leven, veronderstel ik. Eén van de nadelen van een Engelse
vertaling van ‘Der Prozess’, is dat de dubbelzinnigheid van
“proces” verloren gaat met het woord “trial”. Een “trial” is per
definitie een gerechtelijke procedure, een proces kan net zo goed
eender wat zijn dat enige tijd neemt om zich te ontwikkelen en af
te lopen. Het leven zelf is een proces, maar het is niet
noodzakelijk een “trial” – dat wordt het voor Josef K., net zoals
schijnbaar voor veel mensen vóór hem.

Welles heeft van ‘The Trial’ een visueel verbluffende film gemaakt
– net zoals in z’n grote meesterwerk ‘Citizen Kane’ maakt hij vindingrijk gebruik
van de decors om de mentaliteit van de personages uit te drukken:
grootse constructies die zich tot in het oneindige uitstrekken en
de personen erin nietig klein maken. Ook maakt hij er een punt van
om Perkins als Josef K. met de regelmaat van een klok te filmen
vanuit extreme hoeken: kikvorsperspectief, dan weer
vogelperspectief, dan weer in een panoramisch wide shot – wat we
niet krijgen, of toch niet veel, zijn gewone frontale shots of
profielen, close-ups en medium shots. Welles maakt zijn visuele
stijl zeer radicaal, omdat hij nu eenmaal altijd de neiging had om
dat te doen, én omdat het benadrukt hoe Josef K. verloren loopt in
die immense wereld van zijn proces.

Moderne gebouwen, jazz op de soundtrack en de kleding van de
personages suggereren dat deze versie van ‘Het Proces’ zich niet
afspeelt in de jaren twintig, de tijd waarin de roman werd
geschreven. Je kunt dat verraad noemen aan het boek, maar als
Kafka’s proza enige eeuwigheidswaarde wil claimen, moet de inhoud
ervan toch geldig blijven voor alle tijden? Steek Josef K. in een
modern kostuum, laat de meisjes die hem achtervolgen typische
sixties-kledij dragen – hoe doet dat afbreuk aan de surrealistische
sfeer ervan of aan het achterliggende idee? Op z’n meest
fundamentele niveau gaat het tenslotte over het proces dat het
leven is – iedereen maakt er deel van uit en we kunnen nooit hopen
om te begrijpen waarom het is zoals het is. Evenmin kunnen we het
ooit winnen. Uiteindelijk worden we toch allemaal terechtgesteld.
De enige vraag is hoe goed we ons verdedigen in de tussentijd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 + 6 =