La Notte

Mocht u een ietwat nerdy filmgeek of Monty Python-freak zijn – wij zijn beide, tot grote spijt van onze naaste omgeving – dan hebt u misschien al opgemerkt dat helemaal een het einde van de eindgeneriek van Life of Brian de Pythons u een heuse cinefiele tip geven: ‘If you have enjoyed this film, why not go and see La Notte?’. Een grapje natuurlijk (nee toch?), want de films van Michelangelo Antonioni, de regisseur van La Notte, hebben weinig te maken met die van het Monty Python-collectief: in plaats van komische sketchfilms zijn het zwaarmoedige en soms behoorlijke deprimerende bespiegelingen over het moderne leven, die je weinig opgebeurd en vaak compleet murw achterlaten. Vooral ’s mans beruchte trilogie over vervreemding, die naast centrumstuk La Notte ook bestaat uit het iets bekendere L’Avventura (1960) en de afsluiter L’Eclisse (1962) – hoewel sommigen er ook een vierde film, Il Deserto Rosso, bijrekenen – kan tellen wat betreft somberheid en zwartgalligheid. Laat u echter daardoor niet afschrikken, want het blijven in de eerste plaats drie topfilms: La Notte is waarschijnlijk de beste van de drie, en misschien zelfs de beste film van Antonioni tout court.

Centraal in La Notte staan de Pontano’s, een getrouwd koppel uit de intellectuele, hogere klasse van Milaan. Giovanni (Marcello Mastroianni) is een schrijver die net zijn nieuwe boek gepubliceerd heeft, maar naar eigen zeggen ‘geen ideeën meer heeft, enkel herinneringen’; Lidia (Jeanne Moreau) is zijn knappe, maar vooral verveelde echtgenote. De vertelling in de film beslaat grofweg een op het eerste zicht vrij banale namiddag, gevolgd door een nachtelijk, classy feestje: ze bezoeken een vriend die in het ziekenhuis ligt, ze moeten naar de voorstelling van Giovanni’s nieuwe boek, ze dineren in een ietwat vreemde nachtclub, en ze komen uiteindelijk aan op het feestje van een rijke industrieel. Vanaf het begin van de film echter voel je als kijker dat er tussen hem en haar een stevige afstand is gegroeid, een afstand die doorheen de film steeds pijnlijker en duidelijker wordt, niet in het minst voor de personages zelf.

Dat is geen klassieke, ‘spannende’ plot, die bestaat uit een spanningsopbouw van het verhaal en een bevredigende ontknoping aan het einde: het is veeleer de haarfijne ontleding van een probleemsituatie die er van voor het begin tot na het einde van de film is, en weinig of niet verandert. De insteek van La Notte is eerder, bij gebrek aan een beter woord, psychologisch van aard: de situatie als dusdanig blijft dezelfde, maar ze beïnvloedt wel het karakter van de personages die ermee omgaan. Tegen het einde van de film beseffen Giovanni en Lidia wat voor de kijker eigenlijk al vanaf het begin vrij duidelijk is: dat hun huwelijk is verzonken in gewoonte en onverschilligheid, die de liefde tussen hen helemaal heeft uitgedoofd. Beide partners gaan daar ook anders mee om: Lidia lijkt het eerder dan haar man door te hebben, maar probeert het te negeren – ze staart dromerig en somber naar buiten tijdens het ziekenhuisbezoek – of te ontvluchten, terwijl hij zich weinig vragen lijkt te stellen bij zijn eigen verveling, die hij probeert te doorbreken in lusteloze flirts met jongere vrouwen.

Die thematiek is natuurlijk heel nauw verwant aan die van L’Avventura, waarin de verloofde en de beste vriendin van een verdwenen meisje de zoektocht naar haar gewoon vergeten en een nogal koele affaire met elkaar beginnen, en aan die van L’Eclisse, waarin de materialistische aard van de personages belet dat ze een liefdevolle relatie kunnen uitbouwen. La Notte is echter de meest menselijke en minst afstandelijke film van de drie, en snijdt dan ook des te dieper, met dank aan de acteerprestaties van Marcello Mastroianni en Jeanne Moreau. Mastroianni, die op enkele jaren tijd verschillende klassiekers op zijn cv zette, zoals de Fellini-toppers La Dolce Vita en 8 ½, is hier in de eerste plaats zijn betrouwbare zelf als de stijlvolle en vlotte intellectueel, maar weet de oeverloze verveling van zijn personage perfect te vatten. Moreau, op wie de opnames bijzonder zwaar wogen en die naar eigen zeggen La Notte nooit heeft willen zien, zet hier dan weer misschien de beste rol uit haar carrière neer, als de melancholieke Lidia. Ze tekent haar personage perfect wanneer ze ietwat moedeloos voor zich uit staart of wanneer ze door de andere genodigden op het feestje heen dwaalt.

Dat feestje, dat iets meer dan de helft van de film in beslag neemt en hem zijn titel verleent, is overigens een schitterend geënsceneerde metafoor voor heel Antonioni’s visie over zijn personages en de oppervlakkige en vervreemde maatschappij waarin zij leven. Het is het soort feestje waar alles slechts schijn is, tot de feeststemming van de personages toe: zelfs de jonge, ravissante Valentina (Antonioni-habituée Monica Vitti, die in elk deel van de trilogie steeds sterker acteert), die als knappe dochter van een rijke industrieel een benijdenswaardige toekomst lijkt in te gaan, is omgeven door een wolk van tristesse en verveling. In haar flirt met Giovanni en haar gesprek met Lidia werkt zij overigens als de perfecte graadmeter voor de relatie tussen de Pontano’s.

De eerste helft van de film sluit dan weer meer expliciet aan bij de visuele stijl die Antonioni ook in L’Avventura uitvoerig exploreerde. Het Milaan uit de jaren ’60 wordt op een afstandelijke en ietwat kille manier voorgesteld, maar bevat ook een zekere verstilde schoonheid: Antonioni speelt met strakke, rechte lijnen, vaak diagonaal of verticaal – bekijk de begingeneriek maar eens – en positioneert zijn acteurs vaak off centre, wat niet alleen mooie composities oplevert, maar ook perfect de emotionele situatie van de film en zijn personages weergeeft. Antonioni’s stijl is minder frivool dan die van een Fellini – de camerabewegingen zijn zacht en ingehouden, de montage behoorlijk klassiek – en minder natuurlijk dan die van een Visconti, maar sluit wel perfect aan bij de toon van zijn films.

En net daarom is het zonde om je te laten afschrikken door de zware toon van Antonioni’s werk en zijn reputatie dat hij ‘moeilijke’ cinema zou maken: La Notte mag dan misschien niet de meest ontspannende of aangename film zijn, het is wel een brok behoorlijke intense cinema waarvan we, mochten we ons even in theaterterminologie verliezen, bijna zouden durven zeggen dat hij een soort vorm van catharsis bereikt. Om het kort samen te vatten: La Notte is een prachtig en ongelooflijk intens meesterwerkje van een met momenten geniale cineast. Grazie mille, signore Antonioni!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + 10 =