Psycho

Alfred Hitchcocks ‘Psycho’ past in dat korte rijtje klassieke
films die zo’n enorme invloed hebben uitgeoefend op het medium, dat
mensen er over kunnen meepraten, ook al hebben ze hem niet eens
gezien. Norman Bates, de douchescène, “mother”… De verschillende
onderdelen van de prent zijn individueel zo herkenbaar en populair
geworden, dat ze het geheel bijna overstijgen. En dat terwijl het
niet eens Hitchcocks beste film is – zo zonder er verder over na te
denken, zou ik meteen al ‘Rear Window’, ‘North By Northwest’ en
‘Vertigo’ hoger op de ranglijst plaatsen. Sterker zelfs, ‘Psycho’
heeft een aantal onweerlegbare gebreken – de film is niet even
gracieus oud geworden als veel van het ander werk van de regisseur,
de psychologische motivaties in de plot zijn achterhaald en het
tempo sputtert hier en daar. Maar wanneer de film wél werkt, werkt
hij meteen geweldig goed. En dàt is schijnbaar wat we onthouden.
‘Psycho’ werd een soort archetype in het thrillergenre, die de toon
zou zetten voor serial killer thrillers tot op de dag van
vandaag.

Het verhaal begint met Marion Crane (Janet Leigh), een
secretaresse die op een dag van haar baas 40.000 dollar in cash
krijgt om naar de bank te brengen. Marion kan niet aan de
verleiding weerstaan en gaat op de loop met het geld. Tijdens haar
lange rit om aan de wet te ontsnappen, stopt ze in het afgelegen en
verlaten Bates Motel. De uitbater Norman Bates (Anthony Perkins in
een carrièrebepalende rol) lijkt op het eerste gezicht een
aangename, zij het vreselijk onzekere jonge man, die gedomineerd
wordt door zijn invalide moeder. Zoals Norman het uitlegt aan
Marion: “She just goes a little mad sometimes.”

U kent allemaal de clou van het verhaal (en zoniet, dan wordt
het hoog tijd om te stoppen met lezen): de moeder van Norman is al
jaar en dag dood, maar Norman lijdt aan een vorm van schizofrenie,
waardoor hij regelmatig haar persoonlijkheid aanneemt. En moeder
heeft schijnbaar niet graag dat haar zoon naar vreemde vrouwen
loert, wat aanleiding geeft tot één van de beroemdste moorden uit
de filmgeschiedenis.

Om te begrijpen waarom ‘Psycho’ destijds zo’n schokkende film
was, is het belangrijk om te onthouden dat het publiek van 1960
absoluut zonder voorkennis ging kijken. Hitchcock organiseerde geen
voorvertoningen, er werd een nadrukkelijke, sensationele campagne
op touw gezet die verkondigde dat “niemand nog in de zaal werd
toegelaten na het begin van ‘Psycho'” en de regisseur kocht zelfs
zo veel mogelijk exemplaren van de originele roman van Robert Bloch
op, om het einde toch maar geheim te houden. Dat houdt in dat de
moord op Marion Crane na ongeveer een half uur één van de grootste
shocks uit de filmgeschiedenis genoemd moet worden. Hitchcock gaf
zijn publiek geen enkele reden om te twijfelen aan het feit dat
Marion het hoofdpersonage van de film was. Haar dood krijgt
absoluut geen set-up, er wordt niet naartoe geleid. Het
ene moment zit ze nog helemaal verwikkeld in de intrige rond de
gestolen 40.000 dollar en het volgende moment sterft ze onder de
douche. De 40.000 dollar waren niets anders dan misleiding, en de
hele film maakt een bocht van 180 graden. Een tweede twist – dat
Norman en zijn moeder één en dezelfde persoon zijn – was misschien
net iets voorspelbaarder, maar de moord op Marion is zonder twijfel
één van de meest perfect uitgevoerde plottwists ooit.

Tegenwoordig is het onmogelijk om die “maagdelijke” ervaring van
‘Psycho’ te reproduceren. Let’s face it, we kennen
allemaal die douchescène. Zelfs als we de film nog niet gezien
hebben, kennen we die scène. Zelfs mensen die zelden naar films
kijken en niet in cinema geïnteresseerd zijn, kennen die scène. Een
deel van de suspense die mensen in 1960 voelden, gaat dan ook
onherroepelijk verloren. Wat wél bewonderenswaardig zal blijven tot
aan het einde der tijden, is Hitchcocks feilloze gevoel voor
structuur in zijn suspensescènes. Let op de dialoogscène tussen
Marion en Norman in zijn kamer in het motel. Hitchcock kadreert
Norman vanuit ongewone hoeken, zodat hij vaak visueel gedomineerd
wordt door de opgezette dieren die hij heeft gemaakt (en was er een
meer toepasselijke hobby mogelijk voor Norman Bates dan uitgerekend
taxidermie?). Norman zegt niks verkeerd, maar Hitchcock geeft ons
visueel subtiel mee dat er iets niet klopt. En wat anders een
doodgewone dialoog zou zijn geweest, wordt plots een
suspensescène.

De jaren vijftig waren in de VS het decennium waarin de
psychiatrie gepopulariseerd werd – langzaam maar zeker werd de
gedachte aanvaardbaar dat gewone mensen met hun problemen naar een
psycholoog stapten, en concepten zoals jeugdtrauma’s en criminelen
die handelen vanuit mentale stoornissen, werden steeds couranter.
Psychiatrie bestond natuurlijk al veel langer, maar tijdens de
fifties begon het ook door te sijpelen tot in de
huiskamers en – met ‘Psycho’ – in de populaire cultuur. ‘Psycho’ is
één van de voorlopers van de psychologisch gemotiveerde
seriemoordenaar. Norman Bates is niet direct een sympathiek
personage, maar Hitchcock dwingt ons wel om hem te begrijpen, om
empathie voor hem te voelen. Voordien had je in films doorgaans
twee soorten moordenaars: mensen die bij hun volle verstand waren,
maar iets praktisch te bereiken hadden door hun moord (geld, wraak,
ga zo maar door) en gekken. En gekken, die waren gewoon gek, soms
kwijlden ze zelfs een beetje om toch maar aan te tonen hoe gek ze
wel waren. Hitchcock geeft Norman Bates echter een uitgebreide
psychologische achtergrond, en dat was absoluut een sign of the
times.
Mensen waren bezig met dat onderwerp en elke film die
er op inspeelde, mat zich automatisch een air van actualiteit en
intelligentie aan.

Hoewel die psychologie naar huidige standaards haast lachwekkend
simplistisch is – Norman Bates heeft een oedipuscomplex dat
duidelijk door de schrijver werd verzonnen aan de hand van een
psychiatrisch tekstboekje. De scène waarin Normans ziekte wordt
uitgelegd, is zonder meer de zwakste van de film – een psychiater
komt een bureautje binnengestapt en legt in een didactische
monoloog uit aan de andere personages hoe het allemaal in elkaar
zit. Norman vermoordde zijn dominante moeder omdat zij een nieuwe
vriend had en uit schuldgevoel bracht hij haar achteraf opnieuw tot
leven, in zichzelf. Wanneer hij seksuele gevoelens had voor een
andere vrouw, strafte “moeder” die af door de dames in kwestie lek
te prikken. In 1960 was dat misschien aanvaardbare psychologie, nu
is het eerder een cliché.

Als film kan ‘Psycho’ echter niet alleen rekenen op de steeds
briljante spannignsopbouw van Hitchcock, maar ook op Anthony
Perkins, die hier zijn definitieve doorbraak beleefde. Zijn
zenuwachtige vertolking, die continu lijkt uit te stralen dat hij
een geheim heeft te verbergen dat hij maar nét kan verzwijgen,
vormt één van dé grote aantrekkingskrachten van ‘Psycho’. Zijn
close-up aan het einde van de film is overigens een angstaanjagende
crazy stare waar Malcolm McDowell in ‘A Clockwork Orange’
nog een puntje aan kan zuigen. Scream queen Janet Leigh
toont hier aan waarom ze een scream queen wordt genoemd en
doet dat overtuigend. De rest van de cast is oké, zij het weinig
opmerkelijk (met de uitzondering van John Gavin als Sam Loomis, de
vriend van Marion, die zich over het scherm beweegt met al de
naturel van een staande lamp).

‘Psycho’ wordt vaak een meesterwerk genoemd, maar ik geloof dat
die term vaak verkeerd gebruikt wordt om aan te geven hoe
invloedrijk de prent wel was. Over die invloeden kan in ieder geval
geen twijfel bestaan, en de film blijft erg interessant om naar te
kijken. Maar een meesterwerk? Goh, dan heeft Hitch toch andere
dingen gemaakt die die noemer meer verdienen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien + vier =