Lou Barlow :: EMOH

Het had een gemakkelijke recensie kunnen zijn: een album van Lou Barlow dat vol staat met gepolijste liefdesliedjes? Een album dat daarenboven ook nog eens grotendeels in een professionele studio is afgwerkt? Verraad, is wellicht de eerste reactie bij vele lofi-diehards. De grond inboren en weg ermee!

Eigenlijk hadden we niet gedacht dat we nog ooit iets van Barlow gingen horen. Na zowat op zijn eentje het lofi-landschap van de jaren tachtig en negentig gedomineerd te hebben, leek het erop dat de man aan het genieten was van een verdiend pre-pensioen. En dan is er anno 2005 plots een nieuw album, dat naar de vreemde titel EMOH luistert. Tel daar nog eens Barlows nieuwe website bij, en het lijkt erop dat hij nog lang niet van plan is zijn gitaar aan de wilgen te hangen.

Wie noemt er zijn plaat nu in godsnaam EMOH? Inderdaad, een van de tracks op het album heet ’HOME’, en achterstevoren gelezen geeft dat ’EMOH’, eventueel te interpreteren als ’emo’. Wellicht wil Barlow met dit woordspelletje in de eerste plaats verwijzen naar Sebadoh en Sentridoh, twee van de bandjes waarmee hij een decennium geleden furore maakte. Zo behoudt hij de link met zijn verleden, hoewel zijn muziek intussen sterk geëvolueerd is.

Het was vooral met Sebadoh dat Lou Barlow in de schijnwerpers trad. Hoewel hij eerder al met schoolmaatje John Mascis het succesvolle Dinosaur (later Dinosaur Jr.) had opgericht, maakte Barlow vooral naam met de tegendraadse rocknummers van Sebadoh. Het veelgeprezen Harmacy uit 1996 vormt het voorlopige hoogtepunt uit zijn carrière. ’Beauty Of The Ride’ is voor ons alleszins een van de beste songs uit de negentiger jaren. Folk Implosion, nog een ander project van Barlow, kennen we dan vooral van de Kids-soundtrack.

Terug naar de nieuwe plaat dan maar. Op zijn achtendertigste gaat Barlow met EMOH voor de eerste maal solo. Naar eigen zeggen wilde hij graag eens zelf alle beslissingen over de plaat nemen, zonder naar iemand anders te moeten luisteren. "En ik heb eindelijk een kamer voor mezelf in het hotel.".

Voor EMOH heeft Barlow zijn viersporen-recordertje rustig in de eigen badkamer laten staan, en dat is er natuurlijk aan te horen. De nummers klinken onverwacht ’proper’. Het zijn stuk voor stuk eerlijke en gevoelige liedjes, een dozijn kleine verhaaltjes over alleen zijn, liefhebben en katten. De warme, herkenbare stem van Barlow, die zich duidelijk in zijn sas voelt in zijn rol van singer-songwriter, vormt de rode draad.

Opener ’Holding Back The Year’ zet meteen de toon: ’Caterpillar Girl’ stond al eens op een B-kantje van een Folk Implosion-single, maar is niet meteen het meest begeesterende nummer op de plaat. Het melancholische ’Legendary’ is het eerste hoogtepunt: muziek voor als je het even niet meer ziet zitten. Ook ’Royalty’ hoort bij onze favorieten. Daarna blijven we echter een tijdje op onze honger zitten: de mooie liedjes blijven elkaar wel opvolgen, maar na een tijdje lijken het allemaal doorslagjes van elkaar.

Dan maar even naar de lyrics luisteren, en die blijken alvast origineel te zijn. Het enigszins blasfemische ’Mary’ is geschreven vanuit het aardse perspectief van Jezus’ biologische vader: "Immaculate conception? Yea right!" ’The Ballad Of Daykitty’ gaat dan weer over een echte kat waarmee Barlow enkele jaren lief en leed deelde, maar die uiteindelijk andere oorden opzocht.

Het is niet Barlows beste plaait ooit geworden, maar EMOH is wel een ideaal plaatje om nog even rustig op te zetten voor het slapen gaan. Behalve voor lofi-diehards dan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf + dertien =