Raging Bull

Er zit een scène in ‘Raging Bull’, waarin Robert De Niro als bokser
Jake La Motta voor een belangrijke wedstrijd in vertrouwen met z’n
broer Joey (Joe Pesci) praat: ‘Ik heb veel rottige dingen gedaan in
m’n leven. Misschien komen die me nu achtervolgen. Maybe I’m
jinxed.
‘ Die dialoog zou als slagzin kunnen gelden voor veel
films van Martin Scorsese met De Niro in de hoofdrol, inclusief
‘Taxi Driver’, ‘GoodFellas’ en ‘Cape Fear’. Niemand kan lange tijd een
slecht, zondig leven leiden zonder dat het hem vroeg of laat gaat
achtervolgen. In sommige van de films van het duo komt
gerechtigheid in de vorm van de politie of een gewelddadige dood.
En soms worden de hoofdpersonages simpelweg leeggevreten van
binnenuit, bereiken ze het totale emotionele en morele bankroet.
Maar hoe het ook zij, eraan ontsnappen doe je niet.

‘Raging Bull’ werd gebaseerd op de memoires van Jake La Motta, een
bokser uit de Bronx die tijdens de jaren veertig en de vroege jaren
vijftig z’n glorieperiode beleefde en tweemaal wereldkampioen bij
de middelgewichten werd. De film toont ons hoe hij z’n tweede
vrouw, Vickie (Cathy Moriarty) ontmoet, zijn constante strijd om
gewicht te verliezen en vooral zijn mentale problemen: Jake is een
ziekelijk jaloerse echtgenoot, die geen enkele andere man in de
buurt van zijn vrouw kan verdragen, ook al is dat dan zijn eigen
broer. Naarmate de jaren verstrijken, wordt hij steeds meer
onmogelijk om mee te leven en langzaam maar zeker raakt hij
iedereen kwijt: Vickie laat hem zitten, zijn broer wil niets meer
met ‘m te maken hebben en ook zijn bokscarrière loopt op z’n
laatste benen. Uiteindelijk opent hij een nachtclub in Florida waar
hij op een podium de flauwe plezante uithangt, terend op zijn
reputatie van vroeger.

In essentie is ‘Raging Bull’ een studie van mannelijk
haantjesgedrag: La Motta is zo onzeker van zichzelf en van z’n
eigen seksualiteit, dat hij continu de behoefte voelt om aan
iedereen te bewijzen dat hij wel degelijk een echte man is, dat hij
iemand is om rekening mee te houden. Waarom vechten kinderen met
elkaar? Niet per sé omdat ze elkaar pijn willen doen, maar vooral
omdat ze zich willen laten gelden: “Ik ben hier de baas”. Bij La
Motta, de razende stier himself, is het niet anders. Hij
slaat op alles en iedereen – zijn tegenstanders in de ring, zijn
broer, zijn vrouw, zijn weinige vrienden – niét omdat hij hen wil
kwetsen, maar omdat hij hen bij zich wilt houden: blijf bij mij en
zie me graag, of anders… Door z’n onzekerheid is hij altijd bang
dat anderen hem zullen verlaten, hem zullen verraden, en om dat te
voorkomen wendt hij zich tot dat éne argument dat altijd
doorslaggevend is: geweld.

De bokswedstrijden dienen als zijn uitlaatklep voor die emoties:
hier màg hij slaan, en dat doet hij dan ook. Wanneer Vickie van een
bepaalde bokser de opmerking maakt dat hij er aardig uitziet, zien
we La Motta achteraf als een gek tegen hem tekeer gaan – in slow
motion zien we straaltjes bloed uit z’n gezicht spuiten. We zién
letterlijk de bokser z’n neus breken. In het publiek horen we een
commentator zeggen: ‘He ain’t pretty no more.’ Dat was dan
ook de bedoeling, en Scorsese last een veelzeggende close-up van
Vickie in. Ze heeft de boodschap maar al te goed begrepen.

Wat Scorsese hier visueel doet, vooral met de gevechten, is
fenomenaal. Voor ‘Raging Bull’ werden bokswedstrijden vrijwel
uitsluitend gefilmd van buiten de ring – Scorsese brengt niet
alleen zijn camera de ring binnen, maar hij geeft elk gevecht ook
nog eens de air van een ballet door zijn subtiel gebruik van slow
motion en de onwaarschijnlijk knappe montage van Thelma
Schoonmaker. Let op scènes waarin we de stoom van La Motta’s
lichaam zien opstijgen – een ‘Raging Bull’, inderdaad. Keer op keer
zien we, vertraagd weergegeven, de bokshandschoenen contact maken
met het lichaam van de tegenstander – en we zien het resultaat:
bloed en zweet spettert alle kanten op. Tijdens de laatste
vechtscène in de film, zien we een enorme straal op het publiek
spatten. Vervolgens krijgen we een shot waarin Scorsese de camera
naar boven beweegt vanaf de voeten van La Motta, tot we z’n gezicht
in beeld krijgen. Zelfs zijn benen hangen vol bloed, één oog zit
dicht. Het fysieke aspect van het boksen, de simpele pijn, het
bloedvergieten waarmee het allemaal gepaard gaat, werd nooit eerder
zo goed weergegeven, ook niet in films als ‘Rocky’. In latere jaren
kan ik me alleen Michael Manns ‘Ali’
herinneren als boksfilm die de intensiteit van de gevechten in
‘Raging Bull’ benadert, maar daar misten we dan weer de haast
poëtische schoonheid van Michael Chapmans zwart-wit
cinematografie.

De ploeg van ‘Taxi Driver’ was
grotendeels ook die van ‘Raging Bull’: Scorsese als regisseur, Paul
Schrader als scenarist, De Niro in de hoofdrol. Maar wie men er
steeds vergeet bij te vermelden, is Chapman als chef camera, hoewel
die kerel hier zeer indrukwekkend werk aflevert. Niet alleen
tijdens de boksscènes, hoewel die zich natuurlijk direct aandienen
als voorbeeld, maar ook daarbuiten – let op de scène waarin La
Motta voor het eerst Vickie ontmoet, aan een openbaar zwembad. In
haast onmerkbare slow motion zien we Vickie’s benen door het water
plensen. Vervolgens krijgen we een close-up van haar gezicht. Op
dat moment, door dat zeer subtiele gebruik van slow motion, zien we
Vickie zoals La Motta haar ziet – dat is subjectief gebruik van de
camera, en daar heeft Chapman zeer veel mee te maken. Wellicht de
krachtigste scène van de film bevindt zich aan het einde, wanneer
La Motta in Florida is gearresteerd wegens seks met een
minderjarige. Eén enkele binnenvallende streep licht is al dat we
zien, met als gevolg dat La Motta’s figuur enkel een silhouet is –
hij ramt z’n vuisten en z’n kop tegen de muur, terwijl hij zichzelf
uitkaffert: ‘Stom, stom, stom…’ Een krachtige scène, ten eerste
omdat we zien wat er gebeurt: bij gebrek aan bokspartners begint
hij simpelweg tegen een stenen muur te kloppen, hij heeft het nodig
om slaag te krijgen, om gestraft te worden. En krachtig door de
manier waarop het werd gefilmd – zeer minimalistisch, met één
streep licht en een silhouet. Maar dat is genoeg.

De Niro kreeg een oscar voor zijn rol als La Motta, waarvoor hij 25
kilo aankwam (een record dat in 1987 gebroken werd door Vincent
D’Onofrio, die er 30 bijkwam voor ‘Full
Metal Jacket’
). Dit is de De Niro die ik me wil herinneren,
niet de paljas die in ‘Analyze That’
‘Maria’ stond te zingen: een krachtige acteur, die helemaal in z’n
personage verdwijnt en niet de minste ijdelheid heeft om een lelijk
personage te spelen. Naast hem staan een uitstekende Cathy Moriarty
(slechts 19 op dat moment, maar wàt een beheersing in die rol) en
Joe Pesci, die ditmaal zowaar de kunst van het understatement
beoefent, in plaats van de overacting waar hij later bekend voor
zou worden.

‘Raging Bull’ is filmkunst in de zuiverste zin van het woord: het
ziet er prachtig uit, het gaat ergens over, de acteurs zijn
uitstekend en de regisseur is Martin Scorsese. Mensen die mij
persoonlijk kennen, weten dat ik dàgen kan doorgaan over dit soort
films, dus laten we het hierbij houden: een tijdloos meesterwerk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + acht =