Citizen Kane

Veel klassieker dan dit zult u ze niet snel vinden. Orson Welles
was pas 24 toen hij zijn meesterwerk regisseerde in 1941, een film
die zowel z’n doorbraak als z’n ondergang betekende. Achteraf is de
man er immers nooit in geslaagd om ‘Citizen Kane’, z’n eerste film,
te overtreffen. Tegenwoordig treffen we de prent met de regelmaat
van een klok aan in de bovenste regionen van lijstjes van de beste
films aller tijden. Iedereen kent de titel, iedereen weet dat dit
één van de belangrijkste films ooit gemaakt is. Maar dan kijk je
ernaar, en je ziet dat veel mensen zich afvragen waarom. Op z’n
best zien ze een boeiende film rond een aantal voor de hand
liggende thema’s (wat baat het een man als hij de hele wereld
vergaart maar z’n ziel verliest?) en met goeie acteurs. Maar dan
blijft het nog een vraag waarom nu juist dié film zo bejubeld
wordt, waarom juist dié film zo in het collectief geheugen is
blijven plakken. Die redenen zijn er wel degelijk en ‘Citizen Kane’
kan wel degelijk met recht en rede het etiket “meesterwerk”
opgeplakt krijgen, maar het probleem voor een modern publiek, is
dat ‘Kane’ in de eerste plaats een technisch meesterwerk is, en
geen inhoudelijk. Voor een prent uit 1941 wil dat zeggen dat je al
wat moet afweten van de techniek waarmee films gemaakt werden, van
structuur en visuele narratief. Van die dingen dus waar we in het
tijdperk van de Jerry Bruckheimer blockbuster vooral niét op dienen
te letten.

Herman J. Mankiewicz schreef het scenario, sterk geïnspireerd door
het leven van mediamagnaat William Randolph Hearst. Hearst was één
van de machtigste mannen in Amerika op dat moment, eigenaar van
kranten, radiozenders, én een immens persoonlijk domein, San
Simeon, waar hij zich ophield met zijn veel jongere maîtresse
Marion Davies. Hij was een man die carrières kon maken en breken.
In de film ‘Citizen Kane’ krijgen we Charles Foster Kane, die als
ambitieuze jongeman een krantje begint en er over de loop der jaren
alles aan doet om zijn concurrenten te slim af te zijn. Hij bouwt
een media-imperium op, net als Hearst, en probeert in de politiek
te gaan (net als Hearst), zonder enig succes. We ontmoeten Kane
voor het eerst als jonge twintiger – tegen het einde van de film is
hij in de zeventig. In de tussenliggende tijd heeft hij al zijn
principes verraden, is hij al zijn vrienden kwijtgespeeld. Rijk
worden, machtig worden was blijkbaar het probleem niet, dat was
makkelijk. Maar om het te blijven is hij alles moeten worden
wat hij nooit wilde zijn. Hij blijft alleen achter, met een
mislukte actrice/operazangeres als pronkvrouw, in zijn gigantische
domein, Xanadu.

Geen wonder dat Hearst zich aangevallen voelde – zijn hele leven
werd in feite geridiculiseerd, hij kwam hieruit naar voren als een
trieste, corrupte oude man die z’n hele leven lang op zoek was naar
geluk maar het nooit vond. Hearst probeerde alle kopie’s van de
film te laten vernietigen, maar na een langdurige strijd met Welles
en de filmmaatschappij RKO, kon hij toch niet vermijden dat ‘Kane’
in de zalen kwam. De rest is, zoals men zegt, geschiedenis.

Wat interessant is aan ‘Kane’, is in de eerste plaats de manier
waarop het verhaal wordt verteld, de structuur die Welles eraan
geeft. We beginnen met de dood van Kane – op z’n sterfbed mompelt
hij het woord “rosebud” voor hij de pijp aan Maarten geeft. Een
journalist komt dit te weten en gaat met mensen uit Kane’s omgeving
praten om te weten te komen wat “rosebud” precies is. In
flash-backs krijgen we vervolgens het leven van de miljonair te
zien. Nu is heel die “rosebud”-affaire enkel een excuus om het
verhaal op gang te trekken. Er was in de eerste plaats niemand
aanwezig in de kamer bij Kane om hem dat woord te horen zeggen, dus
hoe kan de journalist ervan afweten? Uiteindelijk, in het laatste
shot van de film, komen wij als publiek dan toch de oplossing te
weten – Kane’s slee van toen hij nog een kind was – maar wat zijn
we daar eigenlijk mee wijzer geworden? Hebben we nu plots het
antwoord gekregen waar we de hele film naar op zoek waren? De
magische sleutel tot Kane’s persoonlijkheid? Welnee. Maar als
gimmick kan het tellen.

Kane is een man die continu op zoek is naar iets – hij probeert het
te vinden door geld en macht te verwerven, door in de politiek te
gaan en door met een veel jongere vrouw samen te gaan hokken.
Ondanks alles wat Kane bereikt over de loop van de film, is hij
nooit tevreden, er is altijd iets dat hem ontsnapt. Bij gebrek aan
een beter woord zou je het liefde kunnen noemen. Er ontbreekt iets
in zijn persoonlijkheid, dat hem altijd zal belemmeren om echt
gelukkig te worden. Dat missende element, die leegte in het centrum
van het personage Charles Foster Kane, is waar de film over gaat.
De journalist gaat ernaar op zoek in de vorm van “rosebud”, hij
hoopt dat dat de sleutel zal zijn, maar niets is minder waar.

Dat verhaal en die thematiek (die geen van beiden zo
wereldschokkend vernieuwend zijn), worden vervolgens op een
spectaculaire manier vorm gegeven. Orson Welles toonde zich met
‘Citizen Kane’ een belangrijke visuele vernieuwer, die van elk shot
een klein meesterwerkje maakte. Neem bijvoorbeeld een scène waarin
Kane’s verloofde na een miserabel opera-optreden een poging tot
zelfmoord heeft ondernomen. Op de voorgrond zien we een leeg flesje
pillen staan met ernaast een glas met een lepel erin. In de
middengrond zien we vaag een bewegingsloze figuur en op de
achtergrond, alweer in focus, een deur. Dat beeld op zichzelf is al
voldoende om aan het publiek mee te delen wat er gebeurd is, wat de
situatie is. De rest van de scène is enkel een bevestiging van wat
we met dat eerste shot eigenlijk al weten. Welles vertelt in feite
het hele verhaal in één beeld, voordat hij het met actie en dialoog
begint uit te leggen. En dat doet hij keer op keer. Let op een shot
waarin Kane zware financiële tegenslagen te verwerken krijgt en
naar een raam in de achtergrond wandelt – door een geforceerd
perspectief blijkt dat Kane nog niet met z’n hoofd tot aan de
vensterbank van dat raam komt. Hij voelt zich immers klein,
vernederd. De inhoud van de film krijgt een visuele uitwerking, het
verhaal wordt verteld via beelden, via verschillende trucs met de
camera, de belichting en de decors. ‘Citizen Kane’ is geen
revolutionaire film omwille van het verhaal dat er wordt verteld,
maar wel omwille van de manier waarop dat gebeurt. Elk shot heeft
z’n functie, elk beeld is tot in het extreme uitgepuurd.

In feite werden zowat alle gangbare technieken in de filmindustrie
op dat moment samengebracht in ‘Citizen Kane’. Elk shot is van
belang, draagt iets wezenlijks bij aan de plot of de thematiek.
Gecombineerd met een troep acteurs die allemaal grote klasse
tentoonstellen (Joseph Cotton! Everett Sloane!), is het die
onstuitbare zin voor vernieuwing die de film nu nog zo populair
maakt. ‘Citizen Kane’ is wel degelijk een meesterwerk. Je moet er
alleen nauwkeurig genoeg naar kijken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + vijftien =