Shadow of a Doubt

Hitchcock zat al aan zijn zesde project in de VS toen hij
‘Shadow of a Doubt’ maakte in 1943 (zes films op drie jaar tijd!),
maar beschouwde de prent naar verluidt niettemin als zijn eerste
echte “Amerikaanse film”. Wat ook effectief klopte, in de zin dat
het zijn eerste verhaal was waarin het land als setting een
onvervangbaar deel uitmaakte van de plot. Waar zijn
oorlogsthrillers zich nog in verschillende landen afspeelden en
films als ‘Rebecca’ en ‘Suspicion’ gewoon weer in Engeland
geplaatst werden, is ‘Shadow of a Doubt’ bij uitstek een Amerikaans
verhaal, over plots gevaar in een veilige, all-American
voorstad en over traditionele Amerikaanse waarden die niets meer
betekenen in het aanzicht van dat gevaar.

De intrige speelt zich af in Santa Rosa, Californië, het soort
van stadje dat griezelig veel weg heeft van Main Street uit
Disneyland – huisjes met witte hekjes er rond, en leuke blanke
kerngezinnetjes er in. Het gezin Newton is misschien wel het
blankste, meest representatieve gezinnetje van allemaal: vader
Joseph (Henry Travers) werkt op een bank, moeder Emma (Patricia
Collinge) blijft thuis, dochter Charlie (Teresa Wright) is aan het
puberen en foetert dan ook regelmatig op de banaliteit van haar
leven, terwijl de twee jongere kinderen, Ann en Roger, er zo’n
beetje tussen lopen. Aan die saaiheid komt een einde wanneer de
broer van Emma, Uncle Charlie (Joseph Cotton), op bezoek komt. Hij
blijft vaag over zijn activiteiten en de reden van zijn plotse
visite, maakt vaak cynische opmerkingen die ze niet vaak horen ten
huize Newton en wanneer een plaatselijk krantje een foto van hem
wilt maken, moet hij zichtbaar moeite doen om de fotograaf geen lel
te verkopen. Jonge Charlie vindt het aanvankelijk enorm opwindend
dat haar oom de status quo in huis overhoop komt halen, maar begint
na een tijdje te vermoeden dat Uncle Charlie een moordenaar op de
vlucht is.

De tegenstelling tussen de onschuld van kleinsteeds Amerika (dat
hier allicht bewust wat al te dik wordt aangezet, met enkele naïeve
openingsscènes) en de corruptie die op de loer ligt in de vorm van
Uncle Charlie, is het belangrijkste thema van ‘Shadow of a Doubt’.
De Newtons wonen in een heldere, onschuldige wereld, geleid door
blind vertrouwen in autoriteiten (“God bless the President of the
United States”, bidt jongste dochter Ann op een bepaald moment) en
geloof in de waarden van een simpel leven. Uncle Charlie
daarentegen, maakt in de bank van zijn schoonbroer oncomfortabele
opmerkingen over fraude (“daar maken we hier geen grapjes over,”
protesteert Joseph zwakjes), steekt monologen af tegen “hebberige,
dikke vrouwen” die van het geld van hun man leven en wilt voor het
overige gewoon niks met dat normale, banale leventje te maken
hebben.

Het interessante zit ‘m dan in de mentaliteit die Hitchcock
aanneemt tegenover die contradictie tussen onschuld en nihilisme.
De Newtons zijn uiteraard de nominale helden van het verhaal en aan
het einde breidt Hitchcock netjes een happy end aan zijn film om
lippendienst te bewijzen aan de conventies (de slechten moeten nu
eenmaal gestraft worden). Maar ondertussen is Uncle Charlie wel
verreweg het interessantste personage in de hele film, die
aanvankelijk door zijn verveelde nichtje wordt aangehaald als een
welkome afwisseling van het saaie bestaan in Santa Rosa, en is hij
ook de enige in de film die volledig in de werkelijkheid lijkt te
kunnen en willen leven. Alle anderen schermen zich van de realiteit
af: vader Joseph fantaseert honderduit over moordscenario’s, moeder
Emma staart zich blind op het verleden en lijkt meer te leven in
haar jeugd dan in het hier en nu, en zelfs jongste dochter Ann zit
continu met haar neus tussen de boeken. Iedereen in het gezin
Newton lijkt eigenlijk liever ergens anders te zijn, ergens in een
minder vervelende versie van de werkelijkheid, met de uitzondering
van dochter Charlie, die rebelleert, en het jongste zoontje Roger,
die als personage nauwelijks wordt uitgewerkt. Uncle Charlie,
daarentegen, is een vlotte, charmante kerel die perfect lijkt te
weten hoe de wereld in elkaar zit en geen fantasieën nodig heeft om
zijn leven draaglijk te maken. Hij is misschien een moordenaar,
maar verdomme, hij is niet saai. Hitchcock kon – zeker anno 1943 –
moeilijk anders dan de eindoverwinning aan de kant van het nette
gezinnetje te laten, maar het is wel duidelijk dat hij Uncle
Charlie eindeloos fascinerender en amusanter vond. Het feit dat het
nihilisme van Uncle Charlie zich tijdens een sleutelmonoloog uit
als vrouwenhaat (met “nutteloze vrouwen die trots zijn op hun geld
maar op niets anders”), gaf weer aanleiding tot de gebruikelijke
beschuldigingen van misogynie aan het adres van de regisseur, maar
dat lijkt niet echt te kloppen met de genuanceerde, ambigue manier
waarop Teresa Wright Charlie speelt.

De twee Charlies worden immers een hele film lang uitgespeeld
als twee contrasterende aspecten van hetzelfde karakter. Uncle
Charlie is de duisternis, jonge Charlie is het licht, maar ze maken
deel uit van hetzelfde geheel. Hitchcock speelt constant met een
tweelingthema in ‘Shadow of a Doubt’, dat de gelijkenissen tussen
hen moet benadrukken. Buiten het feit dat ze dezelfde naam hebben,
worden ze ook allebei op dezelfde manier geïntroduceerd in het
verhaal (we zien hen in gelijkaardige poses op bed liggen), wordt
er gealludeerd op een psychische connectie tussen hen (“geloof je
in telepathie?”) en wordt er ook steeds gehamerd op hun
gelijkaardige karakter (“ik weet dat je de mensen niet veel
vertelt, Uncle Charlie, maar ik voel aan dat je ergens diep
binnenin een geheim hebt – net als ik”). De spanning tussen hen is
bijna seksueel – de verbondenheid die ze voelen aan het begin van
de film, lijkt vaak op geflirt – en wanneer Charlie ontdekt wat
haar oom werkelijk doet voor de kost, besluit ze te zwijgen. Met
die beslissing om voor haar oom te kiezen in plaats voor law
and order
(nochtans de prioriteit van netjes op z’n Amerikaans
leven) wordt ze een ambigu personage, waarvan we aanvoelen dat ze
misschien (héél misschien) in staat zou zijn om net als haar oom
over te stappen naar wat je ‘Star Wars’-gewijs the dark
side
zou kunnen noemen. Charlie is één van Hitchcocks
interessantste vrouwelijke personages, en één die je waarschijnlijk
nooit zou terugvinden in een film van een echte vrouwenhater.

‘Shadow of a Doubt’ is naar huidige normen een trage film, die
wat al te veel tijd nodig heeft om echt volledig op gang te komen
en ook te lijden heeft onder een onovertuigende romance tussen
Charlie en de gruwelijk saaie agent Jack Graham (Macdonald Carey) –
het is vaagweg interessant om je in te beelden wat voor
huwelijksleven die twee zouden hebben, met lange, lange avonden in
de lits jumeaux. Daar tegenover staat wel Hitchcocks
kenmerkende visuele stijl (let er op hoe Uncle Charlie voortdurend
geassocieerd wordt met rook) en uitstekende acteerprestaties.
Teresa Wright is één van Hitch’s boeiendste heldinnen, en Joseph
Cotton speelt met zichtbaar plezier tegen zijn sympathieke imago
in.

Zoals wel vaker, is ook in ‘Shadow of a Doubt’ de schurk weer
veel interessanter dan de goeien – dit is een thriller over een
storing in het gezapige leventje van doodnormale mensen, die niet
openlijk durft te zeggen, maar wel durft te suggereren, dat zo’n
storing niet noodzakelijk negatief is. Moorden plegen is misschien
niet netjes, maar het schudt je wel wakker.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − een =