Fennesz :: Venice

Ergens diep vanbinnen schuilt een humorist in glitchpopper Christian Fennesz. Zo’n naam en dan neem je je album op in Venetië. Klinkt toch goed, niet: ‘Fennesz: Venice’? Maar genoeg gedold, in zijn muziek is de humor ver te zoeken. Venice biedt meer van de sfeervolle nachtelijke glitch die Endless Summer na veel vijven, zessen en dertig luisterbeurten bleek te bevatten.

Bij recensies van dit soort muziek is het altijd gevaarlijk om verwante artiesten te gaan vermelden. Een doorwegend recensent verwees in zijn bespreking van Endless Summer naar de Beach Boys en zie: nog nooit kwam een album zo snel en in zo’n grote getale in de tweedehandswinkels terecht. Hell, sommige mensen wilden het ding gewoon hun huis uit en hoefden er niet eens geld voor. We zullen onze referenties dus tot een minimum beperken.

Om maar te zeggen: glitchpop als deze is niet van het gemakkelijkste wat er te bespreken valt. Ook wij hebben onze tanden indertijd eerst stukgebeten op de ruis van Endless Summer, maar na een live-performance (nu ja: Fennesz in een hoekje van het podium en veel projecties) vielen de brokjes op zijn plaats en hoorden we de schoonheid in zoveel ruis. Soms valt er iets te zeggen voor missioneringsdrang.

De glitchpop van Fennesz bestaat grotendeels uit het geluid dat je tussen twee radiostations in vindt. Venice klinkt soms als die staalfabriek aan het eind van de straat, of die werkmannen met hun slijpschijf twintig meter verder. Maar dan duizend keer melodieuzer. Een soort tinitus voor gevorderden, zeg maar en langzamerhand ontdek je alsmaar meer details in de muziek. Wat je hoort is het muzikale equivalent van impressionistische schilderijen: je ziet kleuren, vlekken. Herkenbare vormen geven zich niet onmiddellijk prijs, maar dat komt wel. In de nevel doemen gestalten op, worden vormen vaagjes zichtbaar.

Ooit begon Fennesz als fan van My Bloody Valentine in de voetsporen van de shoegazers: gigantische gitaarwolken, noise die werd verkregen door een batterij aan effectenpedalen, dat was zijn ding. Tot hij ontdekte dat je met de juist software op een laptop evenzeer schoonheid uit ruis kon scheppen. En toch zei hij de gitaar nooit helemaal vaarwel zoals Arne — Styrofoam — Van Petegem ooit deed. Steeds incorporeert hij gitaar in zijn muziek.

Op Venice wordt de gitaar-eer vooral verdedigd door Burkhard Stangl die "Circassian" van behoorlijk wat almaar na-echoënde powerchords voorziet tot een kathedraal van geluid groeit. Golven rijzen op tot je omgeven door een draaikolk in het oog van de storm staat. En wat dan? Het water pletst neer en uit de stilte komt het bruggetje "Onsay". Daaruit bouwt "The Other Face" zich op als aanloopje naar het hoogtepunt van de plaat "Transit".

In die samenwerking met David Sylvian (een vriendendienstje na de hulp van Fennesz aan Sylvians Blemish) valt alles nog het beste op zijn plaats. Plots staat Venice voor meer dan sfeer en lijkt het ook aan inhoud te winnen. En ergens is het ook goed dat dit de enige gezongen track is: het is een middelpunt, herleidt al wat volgt niet zozeer tot outro als dat het dat terug verteerbaar maakt. Dat éne gezongen nummer geeft al de volgende een identiteit, waar anders gezichtloosheid dreigt.

Dit soort platen moet het niet hebben van individuele nummers maar van een eenheid, en daar slaagt Fennesz met glans in. En toch gaan er na enkele beluisteringen tracks uitspringen. Zo blijkt "Laguna" — met opnieuw Stangl op gitaar — uiteindelijk een erg klassiek gitaarnummer, en is de distortion in afsluiter "The Stone Of Impermanence" plots een behoorlijke verandering. Bij ons werkt deze muziek nauwelijks als de zon nog hoog in het firmament staat, maar laat de duisternis invallen en we verwelkomen deze warme deken met graagte. "Sfeer" blijft het sleutelwoord.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + 10 =