Stijn :: Euphoric

Stijn mag zichzelf dan wel als de nieuwe Prince beschouwen , wij zien hem vooral als de bastaardzoon van Eddy "Als marktkramer ben ik geboren" Wally. Als geen ander wist Stijn immers de media te overtuigen van zijn kunnen. Wij hoorden echter vooral een album dat sterk leentjebuur speelt bij de jaren tachtig en zeker niet vernieuwend is.

Wonderkind Stijn wist met de EP Sexjunkie een ongehoorde hype te creëren. Eenieder wenst het nieuwe Belgische wonderkind aan de borst te drukken en superlatieven waren dan ook niet van de lucht. Zelf hebben we echter de hype nooit begrepen en na het aanhoren van het album Euphoric snappen we hem nog steeds niet. Met dit album heeft Stijn een vlot in het oor liggende electro-album gemaakt, dat zeker en vast niet gespeend is van charme, maar nergens hebben wij die grote vernieuwing gehoord, die iedereen er in legt.

Opener "It’s been a long time" heeft weliswaar een funky touch, maar het blijft in de eerste plaats niet onaardige electro, getuige de drumritmes en het prominente keyboard. "Wrong" is een heerlijk nummer: een leuke bassound met een keyboard, die zweverige tonen spuit en een Stijn in topvorm. "Is it you" drijft op een Oosters aandoende melodie, die teruggrijpt naar de "Sprookjes uit Duizend en één nacht". Het is van een ontroerend amateurisme, dat ons terug doet dromen naar de electro-experimenten uit de jaren tachtig, toen bleke, — veelal — Duitse jongetjes met synthesizers allerhande zwarte funk integreerden in hun grauwe bestaan.

"Ziek" lijkt zo weggelopen uit de Belgische electro-scène begin jaren negentig. De geest van Praga Kahn waart rond in dit nummer. "Euphoric" keert nog verder terug in de tijd, met een keyboardsound die niet zou misstaan hebben op een obscure soundtrack van één van de "jaren tachtig films," genre "Masters of the Universe". Na vier goede nummers stuikt het album in elkaar, met het irriterende en nietszeggende "Goldmine". De naam Prince valt enkele keren in dit nummer, maar is een aanfluiting voor het voormalige purperen gevaarte. Gelukkig volgt hierna "Wiezeddegij", dat aantoont dat Stijn ook op een intelligente manier uitfreaken kan.

Euphoric van Stijn is zeker en vast geen slecht album, maar geniaal is het ook niet. Na enkele nummers wordt pas echt duidelijk hoe beperkt Stijn wel niet is, in het bijzonder als zanger. Muzikaal voeren vooral een voorgeprogrammeerde beat en keyboards allerhande de boventoon. Stijn past dan ook eerder in een oude traditie van electro-groepen, die de Amerikaanse zwarte funk en disco poogden te integreren in hun elektronische experimenten, dan bij funketeers als Prince. Het is jammer dat Stijn nergens echt met de traditie aan de haal gaat, of poogt iets nieuws toe te voegen. Hij volgt te veel zijn grote voorbeelden om vernieuwend te zijn. Had men ons verteld dat Euphoric een obscuur album uit ver vervlogen jaren was, of de nieuwe worp van een voormalige Oostblokartiest, we zouden het geloofd hebben.

Het getuigt van een fout soort chauvinisme, dat zoveel aandacht besteed wordt aan Stijn’s Euphoric, terwijl net over de taalgrens onze Waalse vrienden Superlux, vanuit dezelfde traditie vertrekkend, onlangs het sterke Winchester Fanfare wisten uit te brengen. "Buy my snake-oil" zong Jello Biafra ooit, doelend op de rondreizende marktkramers, die hun wonderolie voor alle kwalen poogden te slijten. Bij Stijn denken we net hetzelfde: een middelmatig album verkopen als innoverend en er mee weg geraken…als marktkramer is hij geboren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 3 =