Stijn :: ”Amai, wat doe je me hier filosoferen … eikel!”

"Het hokjesdenken overstijgen", dat was duidelijk de missie van Stijn bij het maken van zijn tweede plaat. Nog steeds van de hand van een soloartiest — maar nu mét groep — blijkt The World Is Happy Now een stuk ernstiger en rijker van toon. "In de grond maak ik gewoon muziek, dat is alles."

"Brusselse wonderboy verovert de Lage Landen en annexeert tussendoor Berlijn!" of "De Vlaamse Prince is opgestaan: Stijn kruist funk met electro en gooit er live nog een smeuïge geut seks overheen", … In 2004 was de verzamelde muziekpers er als de kippen bij om Euphoric, het eigenlijke debuut van Stijn Vandeputte, te overladen met etiketjes en stempeltjes. Met lekker bekkende metaforen werd de veelzijdige krullenbol in een welgedefinieerd hokje geduwd.

Twee jaar later is er The World Is Happy Now. De typische hoekige elektronica en de funky samples hebben hun plaats in de spotlichten deemoedig afgestaan aan timide violen, een jazzy saxofoon en de opzwepende hoorns en trompetten van Jon Birdsong (ooit nog trompettist bij Beck). Terwijl men op de dansvloer nog tekeer gaat op "Sexjunkie", staat een opvallend serieuze Stijn aan de uitgang van een hippe club. Met half toegeknepen ogen tegen het scherpe ochtendlicht, observeert hij de ontwakende stad en mijmert over de wereld en zijn plaats daarin, over zin en onzin. Later, tijdens de lege, zonnige zondagnamiddag, droomt hij zelfs even weg bij de herinnering aan vroegere uitstapjes naar de kust. "Een verstikkend imago van zich afzetten" of "het hokjesdenken doorbreken": zo hoort men zo’n stijlbreuk dan te noemen.

Stijn: "Ik merk bij mezelf dat ik dat net het meeste apprecieer aan het werk van andere artiesten. Ik ben blij dat ik niet krijg wat ik verwacht en af en toe van mijn stuk word gebracht en moet nadenken. Dat zorgt dat je alert blijft en niet te snel vervalt in patronen. Anderzijds vind ik het soms even leuk om naar shows te gaan kijken waarvan ik weet wat ik zal krijgen, maar het is gewoon minder spannend."
"Bepaalde dingen doen of niet doen om niet op een bepaalde manier te worden gecatalogeerd was zeker geen vooropgesteld plan, net zomin als het mijn idee was om van Euphoric een vette, zogeheten ’electroplaat’ te maken. Ik heb mezelf nooit voor honderd procent in een hokje gestoken, dus het is voor mij ook geen doel om eruit te geraken. Ik ben me natuurlijk wel bewust van het beeld dat van mijn muziek blijft hangen, ook al is dat beeld misschien niet correct. Met een single als "Sexjunkie" is het logisch dat mensen je een bepaalde plaats geven. Ik wil daar geen kwaad over spreken, integendeel, ik ben blij dat ik tout court zo’n plekje gekregen heb."
"Dat hele ’hokjesdenken’ moet je trouwens met een serieuze korrel zout nemen. Vaak gebeurt het heel onoordeelkundig: recensenten schrijven bijvoorbeeld dat ik electro maak. Als je diezelfde mensen dan vraagt of ze groepen zoals Dopplereffekt, Drexciya, Adult. of Front 242 kennen, vallen ze uit de lucht. Sorry, maar dan eindigt het gesprek. Maar goed: consumenten verwachten duidelijkheid en dus creëren wij muzikanten zelf een hokje. Maar wat stellen die namen voor? In de FNAC stond Radiohead heel lang bij Indie, terwijl ze bij dezelfde fucking major zitten als ik. Dat is zo vaag aan het worden en eigenlijk vinden we het stom, maar van het moment dat je een beetje gaat zoeken ben je zogenaamd aan het "crossoveren", terwijl we eigenlijk gewoon muziek aan het maken zijn. Amai, wat doe je me hier filosoferen, eikel."

enola: Het meest opvallende verschil tussen The World Is Happy Now en Euphoric is het rijkere instrumentenpalet. Die stap is voor jou een niet meer dan logische evolutie?
Stijn: "Ja, ik heb voor mezelf een stap vooruit gezet, in de richting van wat ik wilde doen. Voor een optreden op De Nachten, een jaar of twee geleden, verwachtte men iets speciaals van mij en ik had daarvoor toen ook een groter budget ter beschikking. Ik heb dan aan Jon (Birdsong) gevraagd om arrangementen te schrijven voor blazers. Dat spelen met een gelegenheidsgroepje is me toen goed bevallen. Het herinnerde me aan de leuke tijd dat ik zelf met allerlei groepjes op verjaardagsfeestjes en zo speelde. Dat gevoel resulteerde tenslotte in de nieuwe plaat. Toen het album een tijdje af was en ik er eindelijk van op een afstand op kon terugblikken, voelde het wel een beetje aan als een risico. Voor mensen die me alleen van de nummers op de radio kennen is The World Is Happy Now misschien wel een grote stap. Maar ik kan moeilijk alleen doen wat anderen van mij verwachten, want dan word ik heel ongelukkig, denk ik."

enola: Betekent die samenwerking met mensen zoals Jon Birdsong, dat The World Is Happy Now minder een Stijn-plaat is geworden en meer ideeën van anderen bevat?
Stijn: "In zekere zin. Euphoric was honderd procent Stijn, een document, zonder veel poespas, van alles wat ik gedurende twee jaar zelf gemaakt en live gepresenteerd had. Op de nieuwe plaat is de invloed van anderen aanwezig, zij het dan in beperkte mate. Ik heb vooraf thuis heel wat demo’s opgenomen. Vervolgens heeft Jon de arrangementen geschreven, maar uiteindelijk nam ik de beslissing om de strijkers of de blazers al dan niet een beetje meer zus of zo te spelen. Ik had voorlopig geen zin om bedolven te geraken onder allerlei ideeën van andere mensen. Het is voor mij nog altijd belangrijk om Stijn, als soloartiest, op de kaart te plaatsen. Uiteindelijk zijn er toch ook twee nummers op de plaat beland die door Jon ("Autumn Day") of door Jon en mij samen ("Gasoline&Matches"), zijn geschreven."
"Ik bedoel dit niet dikkenekkerig, maar er zijn al zoveel muzikanten en projecten. De invloed van anderen is beperkt in die zin dat ze hun partijen kwamen inspelen en dat we gerepeteerd hebben voordat we gingen optreden, maar het is nog altijd wat er in mijn hoofd zat. Ook als de anderen kwamen spelen, gaf ik nog altijd instructies vanuit de mengkamer."
enola: Een kok blijft ook altijd baas in zijn keuken.
Stijn: "Zo is het. En er zijn momenten geweest die ik niet heb voorgezongen, zoals de solo van Andrew Claes op "Shitrightnow". Ik ken hem al van toen hij vroeger in groepjes met me speelde. We houden van dezelfde muziek, en ook nu nog is een halve blik genoeg op het podium om hem te laten verstaan wat hij moet doen. Met Jon en de rest van de muzikanten is dat nu ook aan het komen."

enola: Inhoudelijk gaat deze plaat ook een andere richting uit. "ShitRightNow" is een pleidooi om te blijven dromen en geloven en op "BetchaItsGonnaCome" por je de luisteraar aan om het heft in handen te nemen en zichzelf waar te maken. Probeer je een ’boodschap’ te brengen?
Stijn: "Ik neem inderdaad woorden in de mond die moeilijk dubbel interpreteerbaar zijn. Ik wil eigenlijk aangeven dat ik op een bepaalde manier idealistisch ben ingesteld, zonder met de vinger te willen wijzen. Op Euphoric is dat veel minder aanwezig, maar na een hele poos dansen en seks wil je het ook wel eens over iets anders hebben. Voeg daar aan toe dat je al wat ouder wordt en af en toe de kranten leest, en je krijgt zin om de waaier van mogelijke onderwerpen wat verder open te plooien. Als je een plaat als Euphoric hebt gemaakt, vraag je je op een bepaald moment af waar je in godsnaam avond na avond over aan het zingen bent. Ik heb op geen enkel moment spijt gehad van die plaat,maar nu had ik zin om het over andere dingen te hebben zodat ik die ook op het podium kan aanraken."

enola: Je woont sinds 2003 in Brussel, een stad waar sympathieke chaos en ongebonden creativiteit soms hand in hand gaan. Heeft die stad een invloed op jou en je muziek?
Stijn: "De atmosfeer van Brussel doet mij heel goed. Het enige dat ik er mis is het water. In Antwerpen was het heel fijn om aan de Schelde te wonen, maar hier woon ik ook aan het kanaal, vlakbij Molenbeek. Wat betreft creativiteit is er zeker nog geen overaanbod, zoals in Amsterdam of Berlijn, waar zowat iedereen kunst aan het maken is. In Brussel kom je nog bakkers of visverkopers tegen, of iemand die koffiemachines repareert. Soms loop je er drie straten verder en dan verdwaal je in je eigen stad. Ook dat ’ruwe’, die ’angst op straat’, vind ik schoon, al zijn er ook momenten waarop je de stad vervloekt. Brussel is ook zo typisch Belgisch, die achterpoortjes, die vetes tussen Franstaligen en Nederlandstaligen, … . Het zou jammer zijn als we een ’oplossing’ zouden vinden voor Brussel, want dat zou het einde van België betekenen."
"Al de achterpoortjes, het zwartwerk: het is zo typisch voor ons land. Zo lag ik onlangs plat van het lachen toen ik zag dat ze in het VRT-gebouw tussen de Franstalige en de ’Vlaamsche’ radio de deuren met een code hebben vergrendeld terwijl er vroeger vrije doorgang was. Dat soort dingen. Ik vind het heel schoon."

enola: Als het niet voor je muziek is, krijg je wel complimenten voor je opvallende live-act. Je sprak zelf ooit van je "Never Ending Wat-Een-Leven!-Tour". Live spelen is leuker dan opnemen?
Stijn: "Het is anders. Ik neem graag op, maar daar ga ik het verschil niet maken. Een plaat wordt gerecenseerd, vergeleken met je vorige plaat, … . Live is echter, daar zit niemand tussen mij en het publiek en dat is zalig. Een concert kan natuurlijk wat minder zijn, het geluid kan wat slechter zijn, maar daar kunnen de mensen die echt van je muziek houden wel doorheen luisteren. Ik wil graag dat soort momenten creëren waarop iedereen in het publiek het gevoel heeft dat de artiest er speciaal voor hem of haar is, het ’hij heeft naar mij gekeken’-gevoel. Ik besef maar al te goed dat concerttickets echt wel duur zijn en dat als iemand vijftien euro neertelt om jou aan het werk te zien, je die persoon ook iets moet geven. Daarom hou ik het graag speciaal, voor het publiek en voor mij."

Stijn speelt op zaterdag 4 november in de Botanique.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf + achttien =