Lambchop :: Aw C’mon / No You C’Mon

Toen ik een vijftal jaar geleden voor de eerste keer met Lambchop
kennismaakte, had ik eerlijk gezegd niet meteen de neiging om
‘Nixon’ aan mijn verzameling loeiharde rock – en andere
stijfkakkende brulcd’s toe te voegen. De plaat was op dat moment
voor ondergetekende van dergelijke slaapverwekkende kwaliteit, dat
ze er voor kon zorgen dat de ringen onder mijn ogen een eigen leven
zouden kunnen leiden. Om héél kort en eerlijk te zijn: ik was er
niet klaar voor. Een paar jaar later probeerde ik het opnieuw.
Toevallig met een cover van een groep waardoor ik ongelooflijk
gebeten was. Het betrof Lambchops verstilde interpretatie van ‘This
Corrosion’ van The Sisters of Mercy. Ik herinner me het moment nog
perfect: een staalharde hagelbui terwijl ik laat op de avond in de
auto met aandampende vensters over de snelweg scheurde. Maar bij
het beluisteren van ‘This Corrosion’ veranderde die hagelbui in een
klaarlichte sterrenhemel. Of misschien had ik die avond toch wat
minder alcohol tot mij moeten nemen…Anyway, het pleit was
beslecht: ik was in grote mate verslingerd aan de klanken van
Lambchop. ‘Is A Woman’ was dan ook
een plaat die me op mijn gemak stelde, een album die metersdiep in
de ziel groef.
Wie in opperste sferen vertoefde na het beluisteren van de perfect
gedoseerde pracht op het vorige Lambchop-album, zal toch wel
eventjes de wenkbrauwen gefronst hebben, toen hij vernam hoe Kurt
Wagner aan de 24 nummers op deze dubbelaar kwam. De brave man pakte
zijn gitaar, zette zich dagelijks bij zonsondergang op zijn
porch en legde zichzelf gedurende vier maanden een strikt
regime van één song per dag op, arrangementen en teksten incluis.
Resultaat: genoeg materiaal voor vijf, misschien wel tien platen,
en hoewel we een quasi rotsvast vertrouwen hebben in de selectieve
kwaliteiten van Kurt Wagner, zijn de twee dozijn songs op ‘Aw
C’Mon/Now You C’Mon’ iets te veel van het goede.
Zelfs de meest overtuigde Lambchop adept zal moeten toegeven dat de
kwantiteit van de songs niet opweegt tegen de kwaliteit. Er staan
uiteraard parels van formaat op: ‘Being Tyler’ (Wagners welgemeende
“dank u” aan het adres van zijn gitarist William Tyler), ‘Steve
McQueen’, ‘Something’s Going On’, ‘Low Ambition’ zjn allemaal songs
die zonder probleem de ISO-9002 norm halen… Niet alles is evenwel
even sterk: beide platen zijn opgebouwd uit enerzijds de
akoestische nummers, die er mijns inziens bovenuit schieten, en
anderzijds de vaak eentonige vocalises met achtergrondbegeleiding
van Kurt Wagner en co. Niet zo vreemd, want de helft van het
materiaal op beide platen werd geschreven met de soundtrack voor
Murnau’s ‘Sunrise’ in het achterhoofd. En net die voortdurende
afwisseling maakt het me één plaat te veel van het goede. Hadden ze
nu die ene volgepropt met akoestische hoogstandjes en de andere met
nummers waarbij de Cohense stem van Wagner haar ding doet, dan
waren de superlatieven in deze recensie niet van de lucht geweest.
Nu blijf je door die ongelijkmatige kwaliteit met een lichte kater
achter. Wat niet wegneemt dat het een uitstekend stukje fucked
up
Nashville betreft. Vooral de strijkersarrangementen zijn bij
momenten aangrijpend, maar kunnen niet verhullen dat ‘Aw C’Mon/ No
You C’Mon’ een tandem is geworden die een heel ambigu gevoel
nalaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + 7 =