Sébastien Tellier :: Politics

Fransen en humor, het is niet altijd een gelukkig huwelijk geweest.
Op Jacques Tati en Michel Houellebecq na is er tot op heden zelden
een Fransman in geslaagd een zweem van een grijns op mijn tronie te
schilderen. Tot deze week, toen ik kennismaakte met de tweede cd
van Sébastien Tellier.
Alles klopt aan deze plaat, zelfs de op het eerste gezicht
afzichtelijke hoes. Tegenwoordig zijn er heel wat artiesten die
zich een air en een imago van cool en street
credibility
willen aanmeten. Vaak blijkt het echter om
bordkartonnen façades te gaan, waarachter slechts het Grote Niets
schuilgaat. Bij Sébastien Tellier is het net omgekeerd… De
Parijzenaar, die bij het begin van zijn carrière een stevig duwtje
in de rug kreeg van Air, verpakt zichzelf en zijn muziek in een
kitscherige doos, met felle kleuren, en met veel toeters en bellen.
Kijk maar naar de foto. Denk de schmink en de strepen weg, en je
ziet een man die gelukzalig in de verte tuurt, naar de plaats
allicht waar hij het Almachtige Opperwezen vermoedt. Mis poes, deze
foto is een statement, een sneer naar al die yups en andere dolende
zombies die de dag vandaag hun zielenheil zoeken in new age en hun
gezond verstand naar de Kringloopwinkel brengen alvorens zich over
te geven aan één of andere nepgoeroe.
Ook de muziek klinkt bij een eerste luisterbeurt nogal kitscherig
(zelfs een beetje nep), maar ikzelf heb me daar geen seconde aan
gestoord. Integendeel, wanneer je er het tekstvel bijneemt, merk je
meteen dat de vaak stevig aangedikte orchestraties met een serieuze
schep zout moeten genomen worden. Alles op deze plaat klinkt net
een beetje “te”, maar dat is net de bedoeling. Het is geen fake,
het is allemaal beyond fake… Ook de genres waarmee Tellier
zijn songs aankleedt (musical, pop, folk, new wave,…) worden net
geen karikaturen. Het meesterschap van Tellier zit hem dan ook in
de perfecte combinatie van de muziek en de teksten. Wie
bijvoorbeeld de tekst leest van “Wonderafrica” moet blind zijn om
niet door te hebben dat hier de draak wordt gestoken met de
postkaartenromantiek van de 21ste eeuwse safaritoeristen. (Je kent
hen wel, ze hebben het zogezegd allemaal “in het echt” gezien maar
tijdens hun peperdure Club Med-reisje zijn ze toch maar braaf aan
het handje van de gids blijven lopen.) ‘Benny’ is niet de
onschuldige, doodbrave, gemanipuleerde en uitgebuite
fabrieksarbeider die door salonsocialisten aan het hart wordt
gedrukt, maar een materialist met dezelfde verzuchtingen als
bourgeois zoals u en ik. In ‘Mauer’ betreurt een (Oost-)Duits
meisje de val van de Muur; niet omdat het kapitalisme nog meer
ellende en ontbering bracht voor de voormalige Ossies, maar omdat
ze nu niet meer in haar eentje kan tennissen.
In feite schopt Tellier ons een geweten. Een hele plaat lang haalt
hij vooral uit naar de Kerk van het Politiek Correct Denken. De
hypocrisie en de huichelarij van het volkje dat zijn geweten sust
door elk jaar €5 te storten op de rekening van Broederlijk Delen,
maar drie blokjes omloopt als er ergens een bedelaar zit. Het type
“mondige burger” dat zijn rechten kent, maar vooral anderen op hun
plichten wijst. De wereldburger die zich liever laat beroven door
een allochtoon dan door een autochtoon.
Maar nergens is hij belerend. Als een muzikale Tijl Uylenspiegel
legt hij weliswaar de vinger op vele wonden, maar uit alles blijkt
dat hij het wel degelijk goed voor heeft met ons de wereld, de
verdrukten der aarde en ja, ook met u!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − acht =