The Hunted


William Friedkin onderneemt nog maar eens een poging om zijn
comateuze carrière een zap met de defribillator te geven met ‘The
Hunted’, een achtervolgingsthriller met Tommy Lee Jones en Benicio
Del Toro. Friedkin regisseerde tijdens de jaren zeventig twee
knoerten van klassiekers, ‘The French Connection’ en ‘The
Exorcist’, maar zakte sindsdien weg in de hel van flauwe
thrillertjes en onnozele actiefilms, die niet of nauwelijks de
bioscopen haalden. Twee jaar geleden liet hij zich opmerken met het
nogal wansmakelijke ‘Rules of
Engagement’
(ook al met Jones), en nu probeert hij het dus nog
eens. En hoewel niemand zal kunnen ontkennen dat er knappe momenten
in deze film zitten, kunnen we nog steeds niet bepaald spreken van
de herrijzenis van Friedkins loopbaan.

Tommy Lee Jones speelt L.T. Bonham, een professionele jager en
gevechtsexpert die op onafhankelijke basis lesgeeft aan eliteteams
van het Amerikaanse leger. Deze teams leren van hem hoe ze messen
en andere wapens kunnen produceren met niet meer dan enkel een paar
stenen en takken, hoe ze hun vijanden met een paar goed uitgevoerde
grepen onschadelijk kunnen maken en hoe ze uit de sporen die hun
prooien achterlaten, kunnen afleiden wanneer die is gepasseerd,
waar die nu is en bij welke videotheek hij klant is. De Chiro heeft
er niks tegen, maar die training lijkt zo toegespitst te zijn op
overleving in het woud, dat je je spontaan gaat afvragen hoe die
kerels zich dienen te redden in Irak of Afghanistan.

Eén van zijn beste leerlingen, Aaron Hallam (Benicio Del Toro),
is na een bepaald bloederige missie in Kosovo echter doorgetrapt,
en houdt zich nu schuil in de bossen van Oregon, waar hij zijn
dagen spendeert met het schalks rondspringen van boom tot boom en
het af en toe omleggen van een ongelukkige jager. Zo heeft iedereen
wel iets, veronderstel ik.

Jones wordt er door het FBI bijgehaald om zijn leerling van
weleer weer tot de orde te roepen. Zoals het hoort in dit soort
films, gaat hij er alleen op uit (“Als ik over twee dagen niet
terug ben, ben ik dood”), en wat volgt is in essentie een anderhalf
uur durende achtervolging door bos en stad, waarbij nevenpersonages
(een FBI-agente vertolkt door Connie Nielsen, onder anderen) net zo
goed bij het decor hadden kunnen behoren.

Alvast eerst het goeie nieuws: Friedkin is een expert in het
filmen van achtervolgingen – bekijk bijvoorbeeld ‘The French
Connection’ of ‘To Live And Die In LA’ nog maar eens – en ook hier
weet hij een paar knappe scènes in elkaar te knutselen. Er schuilt
een soort van briljante eenvoud in het idee één van de personages
tijdens zo’n chase rechtstreeks in een verkeersopstopping te laten
rijden. En ook de klassiekers zijn aanwezig en worden goed
gebruikt: er wordt op treinen en van bruggen afgesprongen dat het
geen aard meer heeft. Oké, goed, dat soort scènes hebben we al
honderd keer eerder gezien, maar dat neemt niet weg dat ze goed
gedaan zijn. Ook de gevechten zitten goed: dit zijn geen
supermannen die, wanneer de grond wat te heet onder hun voeten
wordt, gewoon opstijgen en wegvliegen, maar mannen van vlees en
vooral veel bloed, die elkaar te lijf gaan in harde fysieke
confrontaties, waarbij het bloed rondspettert en zoveel zweet
vergoten wordt dat de camera bijna aandampt.

Het slechte nieuws is dat die achtervolgingen en gevechtscènes,
knap als ze zijn, ten dienste staan van een film die op geen enkel
moment geloofwaardig of zelfs maar vaagweg spannend is. De reden
van Del Toro’s mentale verval wordt vroeg in de film aangegeven
door een beeld van een klein meisje dat rondscharrelt tussen de
lijken van haar volwassen familieleden – een schaamteloos
exploitatief beeld, gevolgd door een montage van Del Toro’s
zweterige, slapeloze gezicht in het halfduister, dat zó uit
‘Apocalypse Now’ komt. En ik geloof
er niks van. Die vorm van motivatie – de moord die er plots één
teveel blijkt te zijn, het gruwelijke beeld dat maar niet uit je
gedachten wil gaan – werd al eerder gebruikt voor films, maar het
is en blijft veel te simplistisch om helemaal te deugen. Het feit
dat Del Toro zwaar teleurstelt met zijn prestatie hier, zal er ook
wel voor iets tussenzitten. De rol vereist weinig meer van hem dan
met zijn typische intense blik voor zich uit te staren en er
vastberaden uit te zien, maar wanneer hij dan toch enige emotie in
een scène dient te leggen, laat hij zich verleiden tot een
onwaarschijnlijke vorm van schmieren. Let op het moment waarop hij
met zijn surrogaatdochtertje gaat spoorzoeken in de tuin – je ziet
hem meteen nog een lange regenjas aandoen en aan dat kind vragen of
ze soms een lolly wilt hebben.

De film houdt er bovendien een eigenaardige moraal op na, waarin
Tommy Lee Jones aan het begin van de film schijnbaar zo’n gevoelig
contact heeft met dieren dat hij een wolf uit een val kan redden
zonder dat het beest naar hem gaat bijten, en waarin Del Toro twee
jagers van kant maakt omdat ze “hun prooi niet respecteren”. Maar
mensen worden koel, professioneel en regelmatig vermoord zonder dat
er een woord over wordt gezegd.

Een echt verhaal is ver te zoeken – in wezen zien we twee mannen
een hele film lang achter elkaar aanlopen als betrof het hier een
gay pornofilm. Dat zorgt ervoor dat je de actiescènes gaat bekijken
op een opvallend afstandelijke manier. Wat je zit te denken is
niet: “Wat gaat er gebeuren met de personages?”, maar wel: “Dat
hebben ze knap gefilmd.” Als je bij een eerste visie van een film
naar de techniek van een actiescène zit te kijken, in plaats van
naar de dramatiek ervan, dan zit het dus fout. Dit lijkt wel een
vernieuwde versie van ‘The Fugitive’, maar dan zonder de
intelligentie, humor of menselijkheid van die eerdere film. Er is
een groot verschil tussen een spectaculaire en een spannende film.
Spectaculair is ‘The Hunted’ zeker, maar daar blijft het dan ook
wel bij.

Hadden de makers van deze teleurstelling niet ergens een goed
script kunnen opjagen? Eéntje dat de relatie tussen de beide mannen
enigszins uitdiepte? Dat niet zo gretig leentjebuur ging spelen bij
bv ‘Rambo’? Dat enig leven geeft aan de nevenfiguren? Enfin, een
script dus waar je een film mee maakt, in plaats van een
opeenvolging van gevechten en achtervolgingen die nergens toe
leiden?

Wij wachten nog steeds op de wederopstanding van William
Friedkin, maar met elk voorbijgaand jaar en elke volgende
ondermaatse film, wordt het steeds moeilijker om te geloven dat hij
ooit nog iets zal produceren dat echt de moeite is. “May the power
of Christ compell you, William”!

http://www.huntedmovie.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − tien =