The Boys in the Band

Films op maat maken van in vakjes geklasseerde doelgroepen, blijft een strategie van Netflix, wat The Boys in the Band nog maar eens illustreert.

Tijdens die zonovergoten dagen waarin het nog niet duidelijk was of dit een amoureuze dan wel vriendschappelijke relatie zou worden, gaf P. mij wat hij zijn bijbel noemde :The Velvet Rage. Een boek dat ik hartgrondig verafschuwde omdat de centrale thesis eruit bestaat dat de mannelijke gelijkgeslachtelijke identiteit volledig gefundeerd zou zijn op schaamte. Zoals Karl Kraus Freud reeds verweet dat hij de ziekten genas die hij zelf had uitgevonden, zo probeerde het eerste deel van het boek de contouren van deze schaamte voor de lezer te schetsen en aldus in de lezer te implementeren, waarna het tweede deel volledig bestond uit handige ‘tips and tricks’ waarmee deze schaamte overwonnen kon worden ten einde een authentieker leven mogelijk te maken. Dat authenticiteit een enorm moeilijk te definiëren begrip is, werd gemakkelijkheidhalve even over het hoofd gezien. Voor diegenen die zich erop laten voorstaan geen boeken te lezen is er nu het nieuwe Netflixvehikel The Boys in the Band dat diezelfde schaamte even probleemloos en zelfvervullend thematiseert.

Er bestaat namelijk een politiek van de remake. Gebaseerd op het destijds taboedoorbrekende toneelstuk van Matt Crowley en nagenoeg volledig bestaande uit beelden ontleent aan de William Friekdin verfilming uit 1970, past deze meest recente versie in de huidige trend van remakes met morele en historisch revisionistische doeleinden. Het mag dan ook geen verwondering wekken dat Ryan Murphy, de man die verantwoordelijk is voor de identiteitspolitieke propaganda genaamd Glee en de post-#MeToo-en-#BLM herinterpretatie van Hollywood, in de productiestoel van The Boys in the Band zat. In plaats van zijn identitaire agenda hier echter op de voorgrond te zetten, lijkt Murphy hier te willen laten zien hoe ver we – de homoseksuelen althans – gekomen zijn sinds het jaar 1968 waarin de gebeurtenissen in deze film zich afspelen. Nog voor Stonewall en nog voor de jaren van de pest.

Hiermee doen Murphy en regisseur Joe Mantello, desalniettemin het verleden nog maar eens geweld aan. Er is een enorm verschil tussen het ensceneren van levens zoals deze zich in het heden voltrekken en deze zelfde levens ensceneren een halve eeuw later. Wanneer we ervan uitgaan dat Crowley zijn tekst schreef om de dynamiek van geweld tussen homoseksuele mannen onderling aan te kaarten en deze te verklaren door te laten zien hoe dit geweld een voortzetting is van het externe geweld dat de maatschappij op hen uitoefende, dan blijkt een exacte herneming vijftig jaar later te suggereren dat die vijftig jaar er niet geweest en bovendien een bevestiging van het in het oorspronkelijke toneelwerk aangekaarte geweld. Met terugwerkende kracht zou – en uiteraard kan dit zonder een woord aan de toneeltekst te veranderen – nu net de ruimte gevonden moeten worden om de personages niet langer slechts de optelsom van hun sociale onderdrukte identiteiten te laten zijn. De sociale veranderingen die sinds het schrijven van de tekst (al dan niet) plaats gevonden zouden hebben, hadden hun weerslag moeten vinden in de regiekeuzes van deze herneming, maar dan hadden er uiteraard keuzes gemaakt moeten worden. Keuzes dienen gebaseerd te zijn op ideeën en het lijkt dat die tijdens de totstandkoming van deze film veelal afwezig zijn geweest.

De enige echte keuze die gemaakt werd, is het toevoegen van flashbacks die het toelaten meer naakt te laten zien dan in het ‘huis clos’ van de originele enscenering mogelijk was. Een toegift aan de pink dollar waarbij de winst van een halve eeuw uitgedrukt wordt in genitalia, die overigens nog steeds getoond worden in openbare toiletten en sauna’s. Nog een voorbeeld van de onmogelijkheid het publieke van het private te scheiden. De personages in deze film, en met hen de volledige generatie die destijds hun leven poogde te leiden, zijn veroordeeld tot de status van pionnen op onze voorstelling van het schaakbord dan men verleden pleegt te noemen.

Op deze flashbacks na, voltrekt de handeling zich volledig in de huiskamer van Michael (Jim Parsons) die een verjaardagsfeest organiseert voor zijn goede vriend Harold (Zachary Quinto die ons met behulp van een retro-Jewfro-pruik moet overtuigen dat er een universum bestaat waarin hij lelijk is). Dat deze mannen vrienden zijn wordt meermaal gezegd en maar goed ook want nergens toont deze vriendschap zich in woord of daad tenzij je het elkaar constant bekritiseren vriendschap wil noemen. Het feestcomité wordt vervolledigd door 6 andere vrienden (in naam) die stuk voor stuk een avatar voor hun socio-economische situatie zijn. Uiteraard is er ook een gigolo aanwezig van het type ‘tais-toi et sois belle’. De stukken zijn uitgestald, de partij kan beginnen. En alles zal lopen volgens de geplogenheden van het ‘well written play’.

Wanneer genoeg glazen geledigd zijn en Michael in de traditie van Tenessee Williams zijn meest ‘campy’ Southern Belle immitatie ten beste geeft, stelt hij voor een spel te spelen waarbij iedereen gedwongen wordt die persoon uit zijn verleden op te bellen van wie hij echt gehouden heeft. Plezier verzekerd dus. Waarom de aanwezigen deelnemen aan dit spel en niet – zoals een weldenkend mens zou doen – zich uit de voeten maken, is het grote enigma van deze film. De spanningen lopen op en monden uiteraard uit in drama. Waarna Michael instort en zich huilend afvraagt waarom zij (die de Griekse beginselen aangedaan zijn) er maar niet in slagen zichzelf niet te haten. ‘Message delivered’. Het persoonlijke is politiek en nooit meer dan dat.

In haar laatste bij leven verschenen boek schreef Toni Morrison dat haar grootmoeder, die nog letterlijk onder het juk van de slavernij had geleefd, een veel beter leven had geleid dan de omstandigheden hadden kunnen toelaten. Hiermee doet Morrison niets af aan de gruwel van de slavernij, maar plaatst zij de waarheid van wat het betekent mens te zijn – een haast metafysische waarheid – daartegenover. Het is deze waarheid waaraan in The Boys in the Band volledig voorbij wordt gegaan. De waarheid dat wij meer zijn dan de optelsom van onze onderdrukkingen, of in ieder geval meer zouden kunnen zijn. Deze waarheid dienen wij ook in acht te nemen wanneer we terugkijken op de puinhoop van de menselijke geschiedenis. Zo niet bestendigen we het geweld dat we zeggen te verafschuwen en verwordt geschiedenis tot het soort slachtofferporno waarvoor The Boys in the Band exemplarisch is.

Als dit homoseksualiteit is, laat het dan maar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven + 6 =