Ad Astra

James Gray is een van de meest getalenteerde, maar onderschatte Amerikaanse regisseurs van zijn generatie. De man draaide enkele fantastische film – onder andere The Yards, We Own the Night, The Immigrant – maar op een enkele uitzondering na – The Lost City Of Z konden die meestal niet echt rekenen op unanieme lof van critici, laat staan op succes aan de kassa. Met Ad Astra zette Gray de stap naar een groot budget en een grote productie. Alle signalen zaten goed: een donkere SF-film die de inspiratie haalde bij Kubricks 2001, A Space Oddyssey en Joseph Conrads Heart of Darkness en die met producer-hoofdrolspeler Brad Pitt ook iemand aan boord had die bereid was om voor veel meer te gaan dan louter spektakel. Komende van James Gray was dat ook een belofte die alleen maar leek te kunnen worden ingelost.

Ad Astra (vrij vertaald ‘naar de sterren’) opent met indrukwekkende beelden van Pitt die als astronaut aan het werk is aan een interstellaire antenne die rond de aarde zweeft, net op het moment dat een aantal kortsluitingen een ramp veroorzaken. Roy McBride (Pitt) overleeft de val en wordt gesommeerd bij de generale staf die hem duidelijk maakt dat het gebeuren geen toeval was. De straling die overal op aarde hetzelfde fenomeen blijft veroorzaken is afkomstig van Neptunus en lijkt te kunnen worden gelinkt aan de verdwenen ‘Lima’ expeditie die door Roys vader geleid werd. Men vermoed dat die nog in leven is en iets te maken heeft met de dreiging. De zoon wordt verzocht zich via de maan naar Mars te begeven en contact te zoeken om op die manier mogelijk te achterhalen wat er precies aan de hand is.

Wie vervolgens hoopt op een intense reis, komt bedrogen uit – de film doet niets anders dan overbodige obstakels plaatsen op het pad van de astronaut, zonder dat die ook maar enigszins tot iets lijken te dienen: er is een gevecht op het maanoppervlak dat kant noch wal raakt en er is een tussenstop op een medisch schip die enkel dient om Pitt de kans te geven te mijmeren over zijn karakter. Dat laatste doet hij trouwens voortdurend ( ‘I always have my eye on the exit’ is een van de pseudo-filosofische bedenkingen die we opgelepeld krijgen) via een nadrukkelijke voice-over die heel erg hard zijn best doet om Apocalypse Now te evoceren. Het hoofdpersonage reflecteert voortdurend over het gemis in zijn jeugd, de slechtheid van de mens en de relatie met zijn afwezige vader, soms op ronduit belachelijke manier zoals het moment waarop hij bedenkt hoe de ‘sins of the father’ doorwerken in de zoon. Ad Astra grossiert in simpele Freudiaanse filosofie en doorzichtige symboliek die nooit echt werkt. De film heeft wel degelijk zijn momenten – Pitts verblijf op Mars bezit een stille grandeur die de rest van de prent ontbeert – maar die hebben net te maken met het wegvallen van de pedante storende filosofietjes.

Het ergste is dat voor een keer ook Grays visuele elegantie hem lijkt in de steek te laten. De composities in Ad Astra – zowel voor actiescènes als ingetogen momenten – zijn weinig boeiend en fotografieleider Hoyte van Hoytema, doet – zoals hij in interviews herhaalde – zo hard zijn best om niet dezelfde benadering te kiezen die hij hanteerde voor Christopher Nolans SF-epos Interstellar, dat wat hij wel brengt op een voor hem onkarakteristieke manier generisch en onpersoonlijk is. Een deel van het probleem ligt evenwel in een steeds meer voorkomend fenomeen dat te maken heeft met het uitbrengen van films in verschillende beeldformaten. Hoewel Ad Astra voor vertoning op IMAX niet helemaal naar een 1:90 formaat wordt omgezet (dat was bijvoorbeeld wel het geval voor Mission: Impossible – Fallout en Dunkirk dat in niet minder dan vier ! formaten te zien was) is het ontegensprekelijk zo dat het evenwicht in de beelden beter tot zijn recht komt op het 2:39 formaat waarin de reguliere vertoningen geprojecteerd worden. Afhankelijk van welke keuze de kijker maakt, krijgt die dus wel degelijk een andere film of ander ervaring voorgeschoteld en het moet gezegd dat de prent net iets beter overeind blijft op het bredere formaat.

Dat neemt niet weg dat Ad Astra een heroïsche mislukking is en blijft en dus komende van James Gray, een grote teleurstelling. Het enige echt grootse element aan de film is de ijle, dreigende muzikale score van componist Max Richter, die de film meer kracht verleent dan hij eigenlijk verdient.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in