The Hulk


En daar gaan we dan voor stripverhalenfilm nummer 999. We zijn
het voorbije jaar zo murw geslagen met superhelden, muterende
tieners en vliegende Keanu Reevesen, dat ik tegenwoordig al raar ga
opkijken wanneer in eender welke willekeurige film er na een uur
nog geen enkel personage is beginnen vliegen, kogelvrij is geworden
of een latex pak heeft aangetrokken.

Niet dat ‘The Hulk’ een film van dertien in een dozijn is, wel in
tegendeel. De groene vriend die we ons nog herinneren uit die
hilarische tv-reeks van de jaren zeventig, genoegzaam à la flamande
‘Den Ullek’ genoemd, is een zeldzame uitzondering binnen het genre,
waarin personages voorrang nemen op actie en dialoogscènes méér te
betekenen hebben dan geforceerde liefdesverklaringen of
aansporingen om te gaan rennen voor het aanstormende gevaar. Ang
Lee, regisseur van zowel relationele drama’s (‘The Ice Storm’) als
actiespektakels (‘Crouching Tiger, Hidden Dragon’), wil het
allemaal zo goed doen, maar het loopt allemaal zo tragisch fout.

De plot dan maar: Eric Bana speelt Bruce Banner, de zoon van een
dolgedraaide wetenschapper die tijdens de jaren zestig op z’n eigen
DNA experimenteerde, teneinde een soortement wonder-geneesmiddel te
ontwikkelen. Na een verschrikkelijk voorval dat pas laat in de film
wordt onthuld, wordt Bruce uit z’n ouderlijk huis weggenomen. Vele
jaren later is hij zelf een moleculair wetenschapper, die identiek
hetzelfde onderzoek verricht als zijn vader destijds (het leven zit
vól toevallen). Na een klein ongelukje met een bestralingsapparaat
met een ingewikkelde naam, gaat het via zijn vader overgeleverd,
gemanipuleerd DNA opspelen, met het gekende resultaat – wanneer
Bruce boos wordt, wordt hij groen en zwelt hij op tot hij eruitziet
als ‘s werelds grootste neuskeutel.

Verschijnen vervolgens op het toneel: Nick Nolte als Bruce’s
vader, Jennifer Connelly als zijn vriendin Betty en Sam Elliot als
haar vader, een militair die in naam van het leger op zoek gaat
naar het wondermiddel dat zijn soldaten vrijwel onkwetsbaar zou
kunnen maken. Op die manier ontwikkelt Bruce zich met zijn
milieuvriendelijke look niet als superheld die met alle plezier
weduwen en wezen beschermt, maar wel als de hoofdfiguur in een
conflict tussen twee kinderen en hun ouders.

Ang Lee was zich allicht bewust van de gangbare kritiek dat dit
soort films te weinig aandacht besteden aan de ontwikkeling van de
personages en hun psychologie, en in een poging die kritiek te
ontwijken, heeft hij radicale maatregelen genomen: alle humor werd
domweg geweerd (ik kan mij geen enkele grap herinneren), en het
publiek krijgt eerst een uur vol praterige, ellenlange
relatie-scènes te zien. We komen wel degelijk te weten wat de
personages drijft, hoor, daar niet van. Ze vertellen het ons zelfs
een keer of drie, vier na elkaar, voor het geval dat we het de
eerste keer niet begrepen hadden. Lee schijnt te denken een
zwaarmoedige, filosofische roman te verfilmen in plaats van een
stripverhaal van Stan Lee, zó zwaarwichtig is ‘The Hulk’. We hebben
het dus wel over de psyche van een vent die groot en groen wordt
als hij kwaad is, hoe ernstig moet je dat eigenlijk nemen? Terwijl
‘The Hulk’ zich langzaam uitrekte in z’n pretentieuze
psychologische geneuzel, kreeg ik steeds meer waardering voor de
manier waarop Brian Synger het evenwicht tussen fun en
personage-ontwikkeling wél wist te vinden in ‘X2’.

Wat ook niet helpt, is dat ik Eric Bana nu niet meteen een oscar
zie winnen voor z’n vertolking hier. Onder andere omstandigheden
had zijn overdreven dramatisch optreden misschien gewerkt, maar met
dit logge, humorloze scenario ziet hij er enkel ongewild
lachwekkend uit. Let op zijn tragisch gefronste wenkbrauwen en het
gekwetste timbre van zijn stem wanneer hij zegt dat hij er tot zijn
eigen ontzetting van geniet wanneer hij zijn controle verliest en
verandert in het grote broertje van Shrek.

Nick Nolte is op zich een beter acteur, maar behandelt dit
materiaal met de minachting die het verdient en gaat zich te buiten
aan een vorm van overacting die het menselijk oog enkel eerder
heeft waargenomen bij Jeremy Irons in ‘Dungeons & Dragons’, een
film die net zo slecht was, maar om heel andere redenen. Ik verwijs
met veel plezier naar zijn laatste monoloog, waarin de prachtige
Engelse uitdrukking “eating the scenery” (wat eigenlijk wil zeggen
dat iemand staat te schmieren), een heel andere betekenis krijgt.
Jennifer Connelly is een welkome afwisseling. De adembenemend mooie
actrice uit ‘Requiem for a Dream’ en
‘A Beautiful Mind’ weet zowaar nog
een klein beetje stijl binnen te smokkelen.

Visueel heeft Lee ook weer de beste bedoelingen, door te
proberen de structuur van de tekeningen uit de strips te
redupliceren – split screens, bewegende frames, wipes en in elkaar
overvloeiende achtergronden domineren de hele film. Zo krijgen we
segmenten waarin het scherm behandeld wordt als was het een kubus,
en bij elke beeldovergang draait de kubus om een andere zijde te
tonen. Waarin het scherm een muur wordt vol mogelijke shots,
waaruit er dan eentje gekozen wordt. Waarin split screen wordt
gebruikt, niet om twee verschillende acties te tonen, maar enkel
twee verschillende shots van dezelfde actie. De regisseur heeft
hier z’n trukendoos wijd open getrokken, maar het kan niet
verhinderen dat zijn film bezwijkt onder het gewicht van z’n eigen
inhoudelijke pretenties en langdradigheid (The Hulk kan dan wel met
tanken en helikopters zwieren, maar verdomd als hij 138 minuten kan
dragen). Trouwens, ook die visuele tics gaan na een tijdje
vervelen: je zit werkelijk te wachten tot Lee nog eens een gewone
beeldovergang zal gebruiken, zónder al die rommel erbij. Een goeie
techniek is maar goed voor zover je weet hoe en wanneer je hem moet
gebruiken.

Doorgaans kan je dit soort films nogal makkelijk afdoen als
“voer voor de fans van het genre”, maar ditmaal betwijfel ik of
zelfs zij hier wel lol aan zullen beleven. De fans van ‘Daredevil’ en ‘Spider-Man’ liggen na een uur namelijk in
slaap, en liefhebbers van psychologische drama’s moet je doorgaans
in de zaal waar deze film speelt, niet gaan zoeken.

De volgende blockbuster op de kalender is, denk ik, ‘Terminator III: Rise of the Machines’,
begin augustus. Het zou leuk zijn om eindelijk nog eens een
aangename verrassing mee te maken.

http://www.thehulk.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + 9 =