The Homesman

Negen jaar nadat Tommy Lee Jones een hele film lang met een ontbindend lijk rondzeulde in zijn regiedebuut, de naargeestige neo-western The Three Burials of Melquiades Estrada, keert Zijne Gerimpeldheid terug achter de camera voor The Homesman. Veel vrolijker is Jones er in de tussentijd niet op geworden; hij heeft opnieuw de setting van een western overgenomen om een somber, zelfs deprimerend existentieel verhaal te vertellen, ditmaal met een feministische inslag. Het resultaat is een eigenaardige filmervaring die niet altijd werkt en soms behoorlijk onwennig aanvoelt. Maar wanneer Jones raak schiet – en dat doet hij behoorlijk vaak – dan zit hij er ook pàl op, met een aantal onvergetelijke scènes en beelden.

Het verhaal begint in de jaren 1850, ergens in een stoffig dorpje aan de westerse frontier. Hilary Swank speelt Mary Bee Cuddy, een alleenstaande vrouw die worstelt om haar dor lapje grond te bewerken. Omdat ze ongetrouwd is, heeft ze maar weinig vooruitzichten, maar wanneer ze een bevriende boer voorstelt om een verstandshuwelijk aan te gaan (ze hebben allebei vee, samen zouden ze goed de kost kunnen verdienen en ga zo maar), krijgt ze simpelweg te horen dat ze te lelijk is.

Het leven onder de pioniers is zo hard, dat kort na elkaar drie vrouwen van de kleine gemeenschap er hun verstand bij verliezen. Arabella Sours (Grace Gummer) verliest haar drie kinderen aan difterie; Theoline Belknap (Miranda Otto) gooit haar eigen baby in een wc en Gro Svendsen (Sonja Richter) wordt zo consequent mishandeld en verkracht door haar eigen man dat ze op den duur als een bezetene van zich afslaat. De goegemeente besluit dat het best is voor de vrouwen om terug naar het oosten gebracht te worden, waar ze verzorgd kunnen worden door de kerkgemeenschap. Geen enkele man staat echter te springen om de lange, gevaarlijke reis aan te vatten en dus offert Mary Bee zichzelf maar op. Ze krijgt hulp van deserteur George Briggs (Tommy Lee Jones zelf), die ze aantreft met een strop rond zijn nek en dus niet bepaald veel keuze heeft dan haar te helpen.

Op die manier begint een episodische road movie, met scènes die afwisselend zwart-komisch en gewoon pikzwart zijn. De filmmakers lijken, nog meer dan revisionistische westernauteurs als Clint Eastwoord (met Unforgiven) en Kelly Reichardt (met Meek’s Cutoff) zoveel mogelijk de nadruk te willen leggen op de onmenselijkheid van de leefomstandigheden van die tijd. Elke vorm van emotionele of fysieke zwakte leidt al snel tot de dood en veel sympathie van anderen moet je niet verwachten – met de mogelijke uitzondering van Mary Bee zelf zit er geen enkel personage in de film die iets anders dan zijn eigenbelang nastreeft (en dan nog; ook Mary Bee kan behoorlijk pragmatisch zijn als ze daar zin in heeft). Vrouwen worden daarbij voorgesteld als makkelijke slachtoffers van emotioneel, fysiek en seksueel misbruik; een scène waarin Sonja Richter door haar eigen man bekropen wordt terwijl haar moeder naast haar ligt (!), of één waarin ze zichzelf begint te verminken met een naald, zijn moeilijk om naar te kijken.

De blik op vrouwelijkheid en gender is één van de meest interessante aspecten van The Homesman, maar de prent heeft nog wel meer te bieden. Jones haast zich niet om zijn verhaal te vertellen, maar laat zijn film aan een gestaag tempo evolueren, zonder te vervallen in langdradigheid. Hij weet een zeer specifieke, bijna surreële sfeer in zijn prent te leggen, die hij bereikt door regelmatig gebruik te maken van korte flash-backs en vooral ook door vrij verregaande plotwendingen gortdroog te presenteren – de dood van één van de personages aan het einde van de tweede akte komt als een shock en de volledige sequens met James Spader als een irritante hoteleigenaar had zo weggelopen kunnen zijn uit een film van Jim Jarmusch (hoewel ze op een bepaalde manier nog het meest doet denken aan de scène uit Barry Lyndon, waarin Ryan O’Neal op een extreem formele manier wordt overvallen door een struikrover). Jones durft regelmatig aan zijn eigen film te schudden – geen enkele conventie is heilig, en dat geeft je als kijker het gevoel dat letterlijk àlles op elk moment zou kunnen gebeuren. Ondanks zijn relatief trage tempo en rustige toon, is The Homesman een behoorlijk gedurfde, avontuurlijke film.

Ook op de fotografie valt niets aan te merken; Rodrigo Prieto stond achter de camera en geeft ons het ene perfect gecomponeerde kader na het andere – visueel refereert Jones niet alleen naar John Ford, maar ook – en misschien wel nog meer – naar Michael Cimino’s legendarische Heaven’s Gate. Let maar op het kleurengebruik en de zorgvuldig opgebouwde shotkeuzes.

Maar ondanks dat alles, en hoe interessant The Homesman ook is, het blijft een film met problemen en de voornaamste daarvan wordt eigenlijk perfect samengevat door de acteerprestaties van Hilary Swank en Tommy Lee Jones. Swank is understated, subtiel. In andere films durft ze al wel eens nadrukkelijk naar Oscars hengelen, maar hier graaft ze diep in zichzelf om zowel de kracht als de angst van haar personage voorzichtig naar boven te brengen. En dan is er Tommy Lee Jones, die veel grootser gaat en regelmatig flirt met de grenzen van de overacting. Let maar op zijn introductiescène of zijn neiging om plots stampvoetend liedjes te beginnen zingen. Het probleem daarmee is dat Swank en Jones allebei in een andere film lijken te spelen. En die schizofrenie zit ook gewoon in het scenario van The Homesman ingebakken. De toon van de film wisselt opvallend van scène tot scène – soms komt Jones weg met die stemmingswisselingen, maar soms halen ze je ook bruusk uit het verhaal.

Nu goed, laat dat zeker geen reden zijn om thuis te blijven – Jones heeft een boeiende, intelligente film gemaakt, die momenteel als welkom tegengif kan dienen voor het grote blockbustergeweld. Ook al maakt hij dan niet al zijn ambities waar, The Homesman eist het om gezien te worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht − zeven =