Any Way The Wind Blows


En terwijl de rest van de Vlaamse bevolking storm loopt voor
‘2 Fast 2 Furious’, was het
aangenaam afkoelen bij het langspeelfilmdebuut van dEUS-frontman
Tom Barman. ‘Any Way The Wind Blows’ – de titel slaat op de
noodzaak die we allemaal wel eens hebben aan een frisse wind door
ons leven, om het verleden weg te waaien en een ander mens van ons
te maken. Maar net zo goed had het kunnen gaan over het
revitaliserende effect dat deze film heeft op de Belgische cinema.
Als een heerlijke frisse bries waait AWTWB al die stoffige thema’s
(nog een sociaal drama, iemand?) en ouderwetse visuele stijlfiguren
omver (eat your heart out, ‘Pauline En
Paulette’
!), om onze nationale cinema nog eens een hoognodige
adrenaline-injectie te geven. Zoals één van de personages in de
film over de paus zegt: “respect, man!”

Over een periode van pakweg 36 uur volgen we een tiental
Antwerpenaars tijdens hun omzwervingen door de stad en door hun
leven. Natalie (Natali Broods, die er hier een stuk beter uitziet
dan in ‘S.’), en haar broer Chouki (Matthias Schoenaerts) zijn nog
niet zo lang geleden hun vader verloren, en terwijl Natalie
probeert verder te gaan met haar leven, gaat Chouki steeds verder
tot extremen in zijn werk als performance kunstenaar, schijnbaar in
een poging het geheim tot het eeuwige leven te vinden. Natalie’s
vriend Walter is een projectionist (de ter ziele gegane cinema
Calypso wordt voor de gelegenheid weer tot leven gewekt), die
zonder geldige reden ontslagen wordt. Zijn ex-vriendin en moeder
van zijn dochter, Lara, weet niet wat ze met haar leven aanmoet na
de breuk. Firmin, de eigenaar van een kunstgalerij, is geobsedeerd
door zijn secretaresse. Paul, een leerkracht Frans, zit vast in een
verdord huwelijk en kan het niet verkroppen dat zijn boek geflopt
is. En dan zijn er nog twee gesjeesde Gentenaars die hun kost
verdienen met het aanplakken van affiches, én een eigenaardige
figuur die zichzelf de Windman laat noemen.

Barman heeft in het construeren van z’n verhaal duidelijk goed
gekeken naar illustere voorgangers als Robert Altman (‘Short Cuts’)
en PT Anderson (‘Magnolia’). Ook hier
krijgen we een mozaiek aan verhalen en personages, en indien de
regisseur nog niet helemaal op het niveau staat van zijn beroemde
collega’s, is het toch moeilijk te ontkennen dat hij een meer dan
verdienstelijke poging onderneemt.

Stilistisch gezien is dit een film die helemaal goed zit. Het
enige echte hoofdpersonage van AWTWB is Antwerpen, en de stad is
zelden zo mooi in beeld gebracht als hier. Van de voetgangerstunnel
over de kaaien, tot op het Astridplein, de Leien en de Keyserlei,
laat Barman zijn camera liefdevol door de Scheldestad zweven, door
al die straten die veel te vuil zijn en veel te vaak worden
opgebroken, maar toch zo onvoorstelbaar mooi kunnen zijn. AWTWB
probeert voor Antwerpen te doen wat ‘Manhattan’ destijds voor New
York deed. We krijgen nog nét geen Gershwin op de soundtrack.

En Barman doet wel méér mooie dingen met die camera. Hier zien
we eindelijk nog eens een filmmaker aan het werk die geen schrik
heeft om dat ding eens een keer te laten bewegen – regelmatig zet
hij hem gewoon op de schouder, of snoert hij een steadycam aan. De
film spàt visueel van het scherm, en hoe lang is het al niet
geleden dat we dàt nog eens hebben kunnen zeggen van een Belgische
productie? Vooral het door drank en coke aangedreven middenstuk van
de film – een gigantische fuif georganiseerd door Natalie – is een
huzarenstukje, mét een zeer mooie hommage aan Brian De Palma er
gratis bovenop (het segment in het toilethokje).

Zoals u kon verwachten van iemand als Barman, is ook de
soundtrack een absolute voltreffer. Niet enkel omdat we goeie
muziek te horen krijgen (hoewel dat absoluut het geval is), maar
vooral ook omdat elk nummer perfect gekozen lijkt voor de
bijbehorende scène. Let vooral op het gebruik van ‘Summer’s Here’
tijdens de begingeneriek (die op zichzelf sowieso al een uitstekend
staaltje cinema is). Een groot deel van de lange fuifsequens wordt
voortgestuwd door bonkende ritmes die ons, evenzeer als het
camerawerk, dieper de film, de nacht en de personages inleiden.

En nog een grote troef zijn de dialogen. De meeste personages
bedienen zich van een sappig Antwerps – ik kan mij voorstellen dat
mensen uit andere streken af en toe wel eens een ondertitel zouden
kunnen gebruiken – en klinken behoorlijk levensecht. Mijn
persoonlijke favoriet: één van de personages heeft een blauw oog
opgelopen door tegen een deur te botsen en reageert: “Ik zal wel
tegen de mensen zeggen dat ik slaag heb gekregen van m’n vent.” Wie
denkt dat dit soort van personages en uitspraken karikaturaal zijn,
moet dringend eens een paar weken in Antwerpen doorbrengen. Wél
karikaturaal zijn de twee Gentenaars, maar die zijn dan weer zo
hilarisch dat je er echt niet wakker van kunt liggen. Voor een
bepaalde komische situatie heeft Barman trouwens duidelijk
inspiratie gevonden bij Woody Allen – Chouki die in een supermarkt
doodleuk aan wildvreemde mensen vraagt of ze wel gelukkig zijn,
doet verdacht denken aan een scène uit ‘Annie Hall’. Neemt niet weg
dat ze bijzonder grappig is.

De acteurs staan doorleefd te acteren, met speciale vermelding
voor Broods en Schoenaerts, als het centrale broer/zus-koppel, en
Eric Kloeck als gedesillusioneerde artistiekeling. Het feit dat, op
een paar uitzonderingen na, de cast voor een keertje niét bestaat
uit gezichten die we al honderd keer op tv hebben gezien, helpt
ook. In tegenstelling tot het effect dat we krijgen bij Axel
Daeseleire, Michael Pas of Tom Van Landuyt, zitten we naar de
personages te zien, en niét naar de acteurs.

AWTWB is dus op veel gebieden een enorm succes, behalve dan op
één belangrijk gebied: de inhoud. Het is niet zo dat deze film geen
plot heeft of nergens over gaat, zoals sommigen wel eens durven
beweren, maar dat het gewoon een beetje te weinig is. Barman holt
zichzelf enigszins voorbij, hij probeert zo hard om het tempo erin
te houden, dat bepaalde personages nauwelijks ruimte krijgen om
zich te ontwikkelen (vooral Dirk Roofthooft als Firmin lijkt mij
een zwaargehavend slachtoffer van die drang naar snelheid).
Uiteindelijk zijn er van al die personages maar twee of drie
waarmee je echt een emotionele link kunt leggen – Chouki, Paul en
Walter. Een centrale thematiek komt evenmin erg duidelijk naar
voren. Wat we te zien krijgen, zijn personages die het op één of
andere manier moeilijk hebben met het verleden – liefdes van
vroeger, mensen die er niet meer zijn, mislukkingen van toen die je
blijven achtervolgen – en die een nieuwe richting aan hun leven
dienen te geven. Dat is nu niet bepaald zo’n wereldschokkend thema
– de vraag is maar of dat wel voldoende is om een groots opgezette,
ambitieuze film van meer dan twee uur aan op te hangen.

Misschien is het dat niet, misschien is AWTWB inderdaad wel
style over substance. Maar wàt een stijl! Ik vond dit alleszins
verfrissende, gedurfde, geestige cinema die bàrst van de
filmvreugde, en getuigt van een talent dat heel wat belooft voor de
toekomst. Dié kan Jan Verheyen alvast in z’n zak steken.

http://www.anywaythewindblows.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 2 =