Apt Pupil


Je zou denken dat van alle schrijvers, Stephen King zich
uitzonderlijk gemakkelijk leent tot een verfilming: zijn
beschrijvingen zijn op zichzelf al erg filmisch, zijn dialogen kun
je zo in de mond van een acteur leggen. En toch gaat het telkens
fout.

Er zijn goede King-verfilmingen geweest, natuurlijk: Stanley
Kubrick’s ‘The Shining’ is een voorbeeld dat zich meteen aandient,
en dan is er ook nog de miniserie die King zelf schreef gebaseerd
op zijn turf ‘The Stand’. Voor het overige moet je al haast naar
zijn non-horrorboeken gaan kijken, zoals ‘The Shawshank Redemption’
en, in iets mindere mate, ‘The Green Mile’.

Nu is er dan ‘Apt Pupil’, gebaseerd op een novelle van King uit
de bundel ‘Different Seasons’. Het verhaal is geen horror, hoewel
het soms weinig scheelt. Brad Renfro, die u misschien nog kent als
het opgejaagd kind uit ‘The Client’, speelt hier Todd Bowden, een
all-American adolescent die een van de oude heren uit zijn buurt op
een mooie dag aanspreekt met de woorden: “ik weet wie u bent.” De
zeventig-plusser in kwestie is namelijk een nazi kampcommandant,
Kurt Dussander, die sinds jaar en dag in Amerika ondergedoken
leeft. Todd belooft Dussander niet aan te zullen geven in ruil voor
informatie. De jongen heeft immers een niet bepaald gezonde
fascinatie met het onderwerp van de holocaust ontwikkeld, en wilt
alles horen “wat ze ons niet durven vertellen op school”. Grafische
beschrijvingen over de praktijken in de concentratiekampen, dus.
Gaandeweg ontwikkelt zich een kat-en-muis spelletje tussen de nazi
en de jongen. Dussander wordt teruggeworpen in de mentaliteit die
hem eens zo gevaarlijk maakte, terwijl Todd steeds meer op hem gaat
lijken.

Het is een boeiend thema, dat echter op heel wat weerstand
stootte bij de uitgave van de film in Amerika. Veel recensenten
vonden het smakeloos dat de historische achtergrond van de
holocaust op een dergelijke manier werd gebruikt – als achtergrond
voor een nogal onaangename thriller, dus. Hadden ze gelijk? Geen
idee, misschien wel; maar ik vond dit althans lang niet zo
smakeloos als het gebruik dat ‘La Vita è Bella’ van dezelfde
historische feiten maakte. Daar hingen ze verdorie een melo-komedie
aan de vernietigingskampen op, en dat vond iedereen prima.

Misschien is de hevige reactie van de recensenten op het
holocaust-materiaal wel juist een bewijs van de kracht van bepaalde
scènes in deze film: we zien namelijk niets, alles hangt af van
twee of drie monologen die Ian McKellen als Dussander ons geeft.
Aan de heftigheid van de emoties die ze losweken zie je maar hoe
goed geschreven en geacteerd die scènes zijn.

Ian McKellen is trouwens op zichzelf al een goede reden om te
gaan kijken: met bruingerookte tanden, een droge hoest en een nogal
groezelig uitziend baardje lijkt hij bedrieglijk onschuldig, maar
zijn ogen verraden zijn ware aard, en naarmate de film vordert, zie
je steeds beter hoe het beest dat hij eens was nog steeds in leven
is – het heeft lang liggen slapen, maar nu is het weer terug.
McKellen speelt de rol schijnbaar moeiteloos, en met een Duits
accent dat helemaal juist is; geen overdreven ‘Allo
Allo’-toestanden deze keer.

De eerste helft van de film bouwt een zekere claustrofobische
spanning op tussen de nazi en de jongen: op een bepaald moment
wordt het voor Todd natuurlijk onmogelijk om nog naar de politie te
stappen zonder verdenking op zichzelf te richten, zeker nadat
Dussander zich heeft voorgedaan als zijn grootvader om een probleem
op school uit de wereld te helpen. De twee gaan van elkaar
afhangen, bedriegen elkaar en de resulterende spanningen worden
door regisseur Bryan Singer (van ‘The Usual Suspects’) mooi
uitgewerkt.

Maar dan komt daar die tweede helft, en heel de film zakt in
elkaar als een pudding. De grootste fout uit de novelle van King
wordt hier klakkeloos overgenomen: het verhaal wordt opengetrokken
naar de buitenwereld, er komen teveel externe factoren bij kijken.
De plot had zich eigenlijk gewoon verder moeten ontwikkelen tussen
Todd en Dussander, en de twee hadden uiteindelijk elkaar moeten
vernietigen. Dan had je het verhaal ten eerste spannender gehouden,
en ten tweede was de claustrofobische tweepersoonsstructuur bewaard
gebleven, de structuur die het eerste deel zo goed maakte. Todd en
Dussander, en al de rest is bijkomstig. Maar nee, Dussander belandt
in het ziekenhuis en de rest kunt u zelf wel raden.

Daar komt dan nog bij dat de grootste kwaliteit van Kings
verhaal juist niet behouden wordt: in de novelle trapt Todd
helemaal door; hij kan enkel nog seksueel opgewonden raken bij
mentale beelden van verkrachtingen en… nuja,
concentratiekamppraktijken. Hij begint zwervers te vermoorden, en
het verhaal eindigt dan ook op de enige logische manier.

In de film daarentegen, heeft men de moed niet om Todd’s
personage helemaal over de rand te drijven: we zien wel hoe hij
verandert en een mogelijk gevaar voor de samenleving wordt, maar we
zien die belofte niet in vervulling gaan. In de novelle vermoordt
hij mensen, hier doodt hij een duif. Het is gewoon niet krachtig
genoeg. Het verhaal is van begin tot eind opgetrokken als een
onaangename ervaring, met onaangename mensen, om het zacht uit te
drukken. Daar heb ik niets op tegen, de smeerlappen van de wereld
zijn doorgaans toch boeiender om te bekijken dan de brave zielen.
Maar dan moet je ook tonen dat je lef hebt, en voor the full monty
gaan – anders krijg je een film die tussen twee stoelen valt. Zoals
deze.

http://www.spe.sony.com/movies/jump/aptpupil.html

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × vier =