Anger Management


Na zijn tour de force in Paul Thomas Andersons prachtige
‘Punch-Drunk Love’, was ik oprecht
benieuwd of Adam Sandler, nochtans niet bepaald altijd de leukste
thuis, voort zou kunnen bouwen op het momentum dat hij met die film
had vergaard. Het feit dat Jack Nicholson mee zou spelen in zijn
nieuwste, beloofde althans het beste. Maar helaas – waar ‘Punch-Drunk Love’ een PT Anderson-film was
waar Sandler in meespeelde, is ‘Anger Management’ een Adam
Sandler-film, waar Nicholson een rol in heeft. En er ligt een
wereld van verschil tussen beide.

Sandler speelt Dave Buznik, een verlegen, schichtige ontwerper
van kledij voor zwaarlijvige katten (waarom werkt niemand in dit
soort van films ooit voor de vuilkar?), die er na een traumatisch
voorval in zijn jeugd problemen mee heeft affectie of woede te
tonen. Na een volstrekt banaal conflict op een vliegtuig, wordt hij
veroordeeld tot anger management-lessen bij psycholoog Buddy Rydell
(Jack Nicholson). Rydell zelf blijkt echter de grootste gek van
zijn hele therapiegroep, die de onschuldige Dave volgt op zijn
werk, dreigt zijn lief af te pakken en hem zelfs in het midden van
druk verkeer dwingt de wagen te stoppen om ‘I feel pretty’ uit
‘West Side Story’ te zingen. Met uitzondering van ‘Cool’ dan nog
het slechtste liedje uit heel die musical, de man heeft niet eens
smaak…

Het personage van Sandler hier doet verdacht denken aan Barry
uit ‘Punch-Drunk Love’. Ook hier
gaat het over iemand die door alle andere figuren, behalve zijn
vriendin (Marisa Tomei), als een voetveeg wordt behandeld. Ook hier
moet Sandler leren om voor zichzelf op te komen in plaats van zich
te wentelen in zelfmedelijden en naar binnen gekeerde woede. Maar
in plaats van de sprookjesachtige, surrealistische benadering van
Andersons film, waar zuivere romantiek uit sprak, kiest men hier
resoluut voor breedvoerige grappen, die ervoor ontworpen zijn in te
spelen op het gevoel voor humor van de laagste gemene deler, het
domste lid van het publiek. Hierbij balanceert men soms vervaarlijk
op het randje van het smakeloze (een hele subplot draait rond de
penisomvang van één van de nevenpersonages), maar goddank vallen de
makers nooit van dat randje af. Dat is dan toch tenminste iets dat
ons bespaard blijft.

In sé is er natuurlijk niets verkeerds aan om zo vaak mogelijk
zoveel mogelijk mensen aan het lachen te maken – alleen zijn de
pogingen hier niet altijd succesvol. Nicholson acteert uitsluitend
met zijn wenkbrauwen, wringt zijn gezicht in grimassen zoals we hem
dat niet meer hebben zien doen sinds ‘The Shining’ (maar daar
werkte het wél), en overtreft Sandler zelfs in zuivere etterigheid.
Nadat hij in ‘About Schmidt’ een
hele film lang alle emotie binnen moest houden, geniet de man er
zichtbaar van om nog eens alles voluit op het scherm te mogen
kliederen, met de éne diabolische grijns na de andere wijdse
armbeweging. Hij geniet wel, wij niet. Zijn nummertje gaat al snel
vervelen.

Sandler, ondertussen, speelt opnieuw identiek hetzelfde
personage dat we al zo vaak van hem hebben gezien. Wat is het
verschil tussen de goedbedoelende seut die hij hier neerzet, en die
uit ‘Mr. Deeds’? De naam.

Beide hoofdrolspelers worden ondersteund door Marisa Tomei, die
hier een zoveelste vrouwelijk aanhangsel van de held speelt (zie
ook ‘What Women Want’ en ‘The Guru’), en een pleiade aan grote
sterren in cameorolletjes. We herkennen onder andere John Turturro,
Luis Guzman, Woody Harrelson, Heather Graham, John McEnroe, John C.
Reilly en zelfs voormalig burgemeester van New York, Rudolph
Giuliani. Sommige van die optredens zijn geestig (Harrelson zorgt
voor het enige hardop-lachen-moment dat ik tijdens deze film heb
gehad), anderen zijn dan weer ronduit genant. Giuliani,
bijvoorbeeld, zorgt er hoogstpersoonlijk voor dat wat enkel een
tenenkrullend sentimenteel einde had kunnen zijn, volkomen
ondraaglijk braaksel-inducerend wordt. Ze hadden de man moeten
herverkiezen, al was het maar om te vermijden dat hij deze stunt
nog eens zou herhalen.

Het optreden van Giuliani was trouwens het hoogtepunt van een
storende subtext die door heel de film stroomt: verwijzingen naar
elf september en de oorlog in Irak – aan het begin van de film
vraagt een stewardess begrip voor “de moeilijke tijden die ons land
meemaakt”, en op het dak van Sandlers flat, staat een enorm
reclamepaneel voor het leger. “Elke generatie heeft z’n helden.
Deze generatie ook.” Met een heldhaftige soldaat ernaast,
natuurlijk. Dat, plus het optreden van de vroegere burgemeester op
het einde, suggereert duidelijk de politieke standpunten van de
filmmakers – nog afgezien van wat je van die standpunten op
zichzelf mag denken, blijft dat iets dat je niet verwacht in een
komedie als deze, en dat er behoorlijk ongemakkelijk inpast. Maar
goed, dàt geldt dan ook voor de meeste grappen.

Aanvankelijk, tijdens het eerste uur, valt er hier en daar nog
wel even te lachen, voornamelijk omdat Nicholson zó uitbundig over
de top gaat dat het moeilijk is om je gezicht in de plooi te houden
– dat wil niet zeggen dat het ook oprecht grappig is. Maar daarna
vervliegen alle charmes die ‘Anger Management’ bezat (en veel waren
het er niet), om plaats te maken voor groeiende ergernis. Ergernis
omdat de vrouwen in deze film schijnbaar opzettelijk slecht in
beeld worden gebracht: Tomei loopt rond met een lelijk kapsel en
wallen onder haar ogen die schreeuwen om een beetje make-up, en
Heather Graham ziet er zo ontzagwekkend bleek uit dat ze uit een
vampierenfilm lijkt te komen. Ergernis omdat dit een film is die
zowaar twee keer eindigt – één keer waanzinnig melig en
clichématig, een tweede keer simpelweg ongeloofwaardig, met een
laatste onthulling die verrassend bedoeld was maar enkel absurd
overkomt. Ergernis die zo groot wordt, dat je gaat twijfelen of je
niet zélf aan wat anger management toebent.

http://www.sonypictures.com/angermanagement

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × vier =