Grandaddy :: Sumday

Kus van de juffrouw/meester en een bank vooruit voor wie ons een redelijke uitleg kan geven over hun groepsnaam, maar wat er ook over Grandaddy te zeggen valt, hun albums blinken steevast uit in kwaliteit. Dat geldt ook voor hun nieuwe: Sumday is groots, groter, grootst.

De vorige albums van Grandaddy waren allemaal hedendaagse oefeningen in het genre van het conceptalbum. Toen ze in 2000 met het prachtige The Sophtware Slump op de proppen kwamen, was er geen twijfel mogelijk over het meesterschap waarmee het album in zijn geheel en elke nummers op zich opgebouwd waren. De vraag voor het nieuwe album was uiteraard of beter eigenlijk nog mogelijk was.

In plaats van daarop te antwoorden, breekt Sumday voor een groot deel met die conceptuele lijn. The Sophtware Slump bouwde zich met lang uitgesponnen songs en stukjes poëzie bijna Ziggy Stardust-gewijs op rond het zoet-droevige verhaal van ’the rise and fall’ van "Jed, the humanoid". Dat is nu anders. De nummers van het nieuwe album gaan veel minder over een gemeenschappelijk verhaal of thema, zijn beduidend korter, en vooral: ze klinken een aardig snuifje minder droef.

Minder droef is bij Grandaddy nog altijd droever dan de doorsnee ijsventer tijdens zijn laatste werkdag, en ook deze plaat heeft dat aarzelende en woelende sfeertje van ongemakkelijkheid dat Grandaddy altijd al getypeerd heeft. Wat Sumday uitademt is een soort ironische berusting in de foutheid van vanalles en nog wat. De nummer 10 kreeg dan ook bijzonder toepasselijk de titel "OK With My Decay".

Vooral de eerste helft van Sumday is minder zwaarmoedig dan wat we van de baardmensen gewend zijn. Eerste single "Now It’s On" groovet dat het knettert en vindt een vervolg in het bijna feestelijke "El Caminos in the West". "I’m On Standby" heeft een refrein dat zo meeslepend is dat het gevaarlijk wordt.

"The Group Who Couldn’t Say" is op zijn beurt een stilzwijgende kritiek op de muziekindustrie, en "Lost On Yer Merry Way" is een kille smeekbede voor rust die zijn beste momenten achterhoudt tot in de finale: "All that I’m askin’ tonight, is that I make it back home alive, no explosions, no crashes, no fights".

In de tweede helft van het album komt de diepe melancholie veel sterker naar boven. "Yeah Is What We Had" luidt deze toonverandering in. Een toonverandering die alleen door "Stray Dog And The Chocolat Shake" doorbroken wordt.

Wie "Saddest Vacant Lot in All the World" achter de kiezen heeft, zou na enkele minuten kippenvel wel eens kunnen beseffen dat het net in deze melancholische toon is dat Grandaddy zijn beste momenten beleeft. Jason Lytle is meer de nieuwe Neil Young dan wie dan ook van zijn generatie. Niet alleen hebben ze hun boswachteruitzicht en hun ijle stem gemeen, ze weten ook beiden als geen ander eenvoudige songs een opmerkelijke praal te geven.

Dat is ook overduidelijk in de twee afsluiters van Sumday. De manier waarop soberheid zich ontplooit tot een zelden gehoorde majestueuze grootsheid is verstommend. "The Warming Sun" is een briesje dat tot een orkaan uitgroeit, in "The Final Push To The Sum" mag het dan wel weer iets rustiger waaien, de kilte die eruit spreekt raakt je tot op het merg.

Sumday is meesterlijk. Grandaddy is één van de weinige groepen die toegankelijke deuntjes en zwaardere songs weten te verenigen zonder te stuntelen. Hun eigenzinnige gevoel voor kwaliteit zet zich elk nieuw album verder door en daar zien we niet snel verandering in komen. Als Grandaddy nu Radiohead en co. al niet achter zich laat, zal dat niet lang meer duren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee − een =