PJDS :: Light Sleeper

Een veelschrijver kun je Pieter-Jan De Smet niet noemen: er ligt maar liefst vijf jaar tussen Light Sleeper en zijn vorige album. Toch is er niet veel veranderd. De solomens werd eerder al een duo met vaste gitarist Geoffrey Burton en groeide nu uit tot een groep. Muzikaal gaat De Smet gewoon verder op de ingeslagen weg.

Een licht gewijzigde lading vraagt een nieuwe vlag en dus gaan De Smet en groep tegenwoordig door het leven als PJDS. Toch is die groep op Light Sleeper nog niet echt aanwezig. Net als de vorige plaat August is ’s mans nieuwste voornamelijk in samenwerking met boezemvriend Geoffrey Burton tot stand gekomen.

Erg veel verschil met die vijf jaar oude plaat is er dus niet. Misschien wat meer jazzy op plaatsen, iets minder hermetisch ook. Maar ook minder poppy. Een klassieker als "August" (de single) staat hier niet op. Melodieën als van die titelsong of van "Blues" hebben plaatsgemaakt voor een vette groove. Was De Smet het niet van plan geweest, dan had hij sowieso toch een groep onder de arm moeten nemen tegen de festivals. De gesampelde ritmes van August worden tegenwoordig immers aangevuld met vette organische baslijnen.

Light Sleeper’s groove doet wat denken aan een weloverwogen variant van de spontane gekte van Millionaire. Je hoort dezelfde falsetjes en vreemde geluiden, maar dan gedisciplineerder gebruikt. Alles in dienst van de song, terwijl het bij Tim Vanhamel en de zijnen soms net omgekeerd lijkt. Het gevolg is dat Light Sleeper vrij strak klinkt en tegelijkertijd toch die losse groove heeft waar het zo leuk shaken op is.

De Smet is een eigenzinnig mens. Dat bewijst hij niet alleen door zijn eigen label Beuzak (Gents voor ambetanterik) te noemen, maar vooral op muzikaal gebied. Light Sleeper is niet op één genre vast te pinnen. Is "Death of the World" nog behoorlijk rechtlijnig, "When all the Angels got insane (and God was opening a Vein)" klinkt als een creepy dodenmars. Freddy Krüger gidst een bus zombies op toeristische rondrit in Sars-la-Bruissière, die sfeer.

Single "Sister/Brother" heeft een hoog funkgehalte en is met zijn afwisselend falset en normaal gezongen strofen erg boeiend. "Complex Thing" kabelt een aangenaam eind weg alvorens de tweede helft van start gaat.

Dat gebeurt met "Lover I’m waiting", het soort gemuteerde feestwijs waar Tom Waits een patent op heeft. Beeld u het circus in uit Freaks van Tod Browning, wanneer de verzamelde rariteiten de schone in hun midden opnemen. De meest poppy deun van Light Sleeper komt vervolgens nietsvermoedend het hoekje omgewandeld als "My Block".

Met "No one else" gaat De Smet compleet de jazzy toer op en je merkt dat hij op zijn Raymonds een "man van vele muziekjes" is. De Smet is ongetwijfeld de meest eigenzinnige muzikant in Vlaanderen en in een wereld waarin dingen als Zornik sufgehypet worden, is dat alleen maar toe te juichen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 + 1 =