Er is deze dagen al veel zout gestrooid, maar er kan altijd nog meer SAULT bij. De peper die de vroegere albums in hun gat hadden zitten, ontbreekt al langer op het menu en zo ook grotendeels bij het nieuwe Chapter 1. Dat maakt dit album nog niet tot een slappe hap. Het métier van de band levert immers een weinig verrassende, maar degelijke pot soulfood af.
SAULT maakt geen brandbommen meer zoals de verwoestende Untitled-tweeling uit 2020. Die platen ontploften als molotovs in je gezicht, maar tegenwoordig handelt de band meer in mantra’s die in je gehoorgang smelten. De teksten op dit album zijn vaak niet meer dan een door Cleo Sol zeemzoet gezongen herhaling van de titel, ad infinitum, zoals bij “Love Does Not Equal Pain”. Er schuilt troost en zekerheid in die herhaling, en de tijden zijn dan ook veranderd. In 2020 kon je nog geloven dat protest een verschil kan maken, maar gezien de huidige staat van de wereld biedt boetedoening en berusting meer soelaas. Als je niet meer kan geloven in de rede, is geloof en toewijding misschien het minste Kwaad: “Don’t Worry About What You Can’t Control”.
Na albums met titels als 5, 7, Nine, 11 en 10 krijgen we nu Chapter 1. Net zoals Yoda ‘de volgorde omkeren, Inflo doet’, en ook in de mysterieuze producer is de Force van de soul en de funk sterk aanwezig. Luister maar naar hoe “Chapter 1” (uiteraard pas het tweede nummer op de plaat) een hupse baslijn countert met een snijdende afropunkgitaar, kale handclaps en een psychedelisch orgel, terwijl Sol ons met “You’re just a loser, and hate that I’m a winner” tegen het canvas mept. Topnummer. Ook in “Puppet” zet de zangeres een andere stem op dan haar doorgaanse croon; ze klinkt haast even venijnig als Bette Davis op een slechte dag en dat staat haar goed. “Protector” krijgt tijd om de groove zorgvuldig op te bouwen met een dartele dans van een fluit bovenop de wiekslag van een drum en een struinend gitaartje.
Het klinkt allemaal zo simpel en er waait genoeg wind door dit album om het nog tot de lente uit te zingen, maar dat is vooral de verdienste van een wel zeer uitgekiende productie. Zo zouden er op de opener “God, Protect Me From My Enemies” niet minder dan zevenentwintig muzikanten meedoen – je zou het alleen niet zeggen. Anders dan de vroegere albums knijpt de groep niet meer je keel dicht, maar laat ze ruimte om te ademen.
Maar mispak je niet aan de ogenschijnlijke lichtheid van deze aanpak. Het grote vuur en de bombast zijn eruit, maar de sintels gloeien nog steeds hevig; zo brandt de hypnotiserende baslijn van het vederlichte “Lord Have Mercy” de boodschap in je ziel. Ergens ten tijde van Untitled (God) heeft het geloof de muziek overgenomen en is onzelieveheer het hoofdthema van SAULTs oeuvre geworden. Toch is ook Inflo geen heilig boontje gebleken – zijn vroegere protégé Little Simz deed hem een miljoenenproces aan de broek voor het niet terugbetalen van een lening. Geen geloof zonder zondaars. Dat houdt mensen niet tegen om toch nog met de man samen te werken. Ook Jack Peñate (u weet nog wel, van “Pull My Heart Away”, uit 2009 alweer) wordt vermeld in de credits, en ook Jimmy Jam en Terry Lewis (producers van o.a. de carrière van Janet Jackson, auteurs van de hit “Just be Good to Me” van de S.O.S Band en – alsof dat nog niet genoeg adelbrieven zijn – ooit ontslagen uit de backinggroep van Prince) verlenen hier hand- en spandiensten.
Vanaf de tweede helft lijkt het demosfeertje meer op de achtergrond te verdwijnen en krijgen we zowaar enkele afgewerkte songs die meteen heel hoge toppen scheren. “Good Things Will Come After The Pressure” en “Create Your Prophecy” zijn een geslaagd huwelijk tussen de funk van Cymande en Burt Bacharachs gedrapeerde arrangementen. “Don’t Worry About What You Can’t Control” klinkt dan weer erg Boeddhistisch van titel, maar toont zowaar het gelaat van Sault in diens dartele begindagen: dansbaar, aanstekelijk … I just wanna dance, dance, dance, dance, is terug.
De dagen dat we SAULT heilig verklaarden, liggen ondertussen al een tijdje achter ons, maar Chapter 1 is op zijn minst weer een stap vooruit na het mindere 10 van vorig jaar. Het is geen album om op te gaan rellen, het is een album voor bij je ochtendkoffie wanneer de warmte binnen contrasteert met het gure weer buiten. Het is een album om in te verdrinken wanneer je op de metro of trein onderweg naar het werk op zoek bent naar zingeving, én het is een prima soundtrack voor bij boek en brandy in de avond. Soms worden wij ook al eens graag van onze sokken geblazen, maar een album als Chapter 1, goed voor alle seizoenen, is ook al ruim voldoende.




