Hoezo, ‘moeilijke derde’? Het Britse trio The Smile barst stilaan van het zelfvertrouwen en verkent volop zijn eigen grenzen. En zo is Cutouts zowel dansbaar, licht gevaarlijk als soms zelfs grappig. Het is zichzelf. Het is The Smile.
Eerst even iets afspreken. Deze bespreking betreft de band The Smile. Ja, daar zitten wat heren met een Radiohead-lidkaart, maar daar gaan we het niet over hebben. ‘Ja maar ze hebben samen gerepeteerd en trouwens die van Oasis doen dat nu ook dus ze …’ Neen. Geen reünie-geroddel. We gaan luisteren naar muziek, de muziek van een drietal dat met hun derde studioalbum in een dikke twee jaar tijd een waanzinnig productief wezen gecreëerd hebben. Eentje dat met de verwoestende snelheid van een pandemisch virus evolueert.
Deze Cutouts werd in dezelfde adem opgenomen als voorganger Wall Of Eyes, wat uiteraard sterk riekt naar een collectie opgesmukte demootjes die de plaat niet haalden. Je zit daar dan toch, in die waanzinnig dure Abbey Road Studio met het London Contemporary Orchestra op de gang. Maar al van bij de eerste geloste singles “Zero Sum” en “Don’t Get Me Started” mochten we getuige zijn van het tegendeel. Akkoord, de elementen ‘progrock gitaren’, ‘zwaarmoedige elektronica’, ‘uptempo en hoekige jazzpercussie’ en ‘paniekerige Thom York’ zijn ook nu weer van de partij, maar resulteren door enkele funky accenten in een veel meer dansbaar resultaat. Dat koebelletje in “Zero Sum”, heerlijk!
Dat ‘dansbare’ moet je natuurlijk wel in de ruime zin van het woord zien. Voor hen die niet vertrouwd zijn met Yorkes oeuvre: je gaat er het dak van de après-ski-tent niet af blazen. Het zijn eerder nummers die overlopen van de elektriciteit en je zenuwbanen onder hoogspanning zetten. Verder tappen ook het poppy “Eyes And Mouth”, “No Words” en “The Slip” uit hetzelfde vaatje, en we voelen zowaar een soort spelplezier en wederzijds vertrouwen openbloeien. Wat wil je, gezien de afgelopen jaren bijna uitsluitend uit opnemen en optreden bestonden.
Echter, hier en daar trekt een individu het laken iets meer naar zich toe. Opener “Foreign Spies” draagt een duidelijke signatuur van Thom Yorkes filmmuziek, “Instant Psalm” wordt op de hielen gezeten door Johnny Greenwoods onaardse strijkersbataljon en de intro van “The Slip” etaleert Tom Skinners kunnen als jazzdrummer aangestuurd door een batterij metronomen. En ja, slottrack “Bodies Laughin” is een op-en-top Radiohead-riff waarbij elektronica en drums af en toe een voetje tussen de deur steken tot die geruisloos gesloten wordt. Ja hoor, al goed, we werpen een euro in het potje voor het gebruiken van het R-woord.
Maar in die creatieve safe haven die de heren voor elkaar gecreëerd hebben, ontspringen soms ook totaal nieuwe, erg spannende dingen. “Colours Fly” is diabolische psychedelica à la Glass Beams waarin chaotische sax en flarden zang ons uitnodigen naar de vele dimensies boven de vierde. Hadden de heren Revolver van The Beatles geschreven, die had er niet op misstaan. “Tiptoe” begint als een tafereeltje uit een jazzbar om halfvier ‘s ochtends: aarzelend aangeslagen pianotoetsen, geroezemoes op de achtergrond. Een vluchtige schets die door het strijkersarrangement in de stijl van The Cinematic Orchestra verheven wordt tot cinematografische topklasse.
Zo horen we hier een band die erg op zijn gemak is, maar daarom niet op de lauweren rust. De heren – en de fans – weten stilaan waarvoor The Smile staat en dat stilaan vertrouwde universum verkennen ze naar hartenlust. We zouden dus niet zeggen dat de groep nu definitief de weg van dansbare en proggy jazzrock ingeslagen is, maar eerder dat dit een zoveelste geslaagde tussenstop is op een kleurrijke levensweg.