Lloyd Cole and the Commotions :: Mainstream (1987)

A-dem-be-ne-mend mooi. Simpelweg subliem. Verkillend goed. Het laatste album dat de Engelse filosofiestudent Lloyd Cole in 1987 uitbrengt met zijn vaste begeleidingsgroep The Commotions is op alle vlakken perfectie ten voeten uit, een plaat om door een ringetje te halen, absolute pracht, gevat in een dunne schijf vinyl. En dat voor een band die luttele jaren daarvoor met debuutplaat en gelijknamige single Rattlesnakes in 1984 al tekent voor een van de allersterkste debuutplaten van de jaren tachtig.

Want al van bij die magistrale eerste plaat moge het duidelijk wezen: hier is een perfectionist aan het werk, een muzikant van het zuiverste water die zijn opleiding – een master in Engels en filosofie in Glasgow university, een plek waar hij in 1982 ook de andere leden van zijn band The Commotions leert kennen – niet onder stoelen of banken steekt om één en ander Zinnigs in suikerspinnen melodieën te gieten. Hoed u voor laag overvliegende violen. Ook tekstueel zit het al van bij deze viersterren debuutplaat, haast als een waterpas op een liniaal, goed snor. Of kent u nog veel bands die op zo’n debuut flirten met grootheden als Greta Garbo, Grace Kelly, Norman Mailer en ten slotte de Franse filosofe Simone de Beauvoir en, nog beter, daarmee een patent lijken te hebben op onsterfelijke zinsnedes als “She’s obvious, despite herself” en daar nog vlotjes mee wegkomen ook?

De single “Rattlesnakes” wordt een bescheiden hit, en dat moedigt de band aan om in 1986 Easy Pieces op de mensheid los te laten. Muzikaal ligt ook deze tweede worp op een bedje van zeemzoete rozen met evenwel venijnige doornen teksten. Cole krijgt steeds meer de gewoonte om met zijn teksten in de huid van de groten der aarde te kruipen, al zitten er evengoed flink wat autobiografische elementen in zijn werk. Zo verwijst hij in “Lost Weekend” bijvoorbeeld zowel naar de zes maanden durende breuk tussen John Lennon en Yoko Ono in de jaren zeventig als naar de gelijknamige, in alcohol gedrenkte filmklassieker van Billy Wilder. In latere interviews geeft hij echter ootmoedig toe dat de song ook gaat over enkele ellendige dagen die hij ooit zélf beleefde in Amsterdam. Wahrheit und Dichtung volgens het boekje.

Maar het echte goud blijft, als het van ondergetekende afhangt, toch weggelegd voor het sublieme Mainstream. Niet verwonderlijk: in het verre 1987 zitten wij zelf met de eerste en meteen de grondigste blues in ons leven. En wat kan je dan beter doen dan troost zoeken in sublieme muziekjes die gelijk de weltschmertz van een hele generatie jongeren, adolescenten en vooral de destijds zo populaire én verguisde yuppies verwoorden? Want vergis u niet, al van in de opener en eerste single “My Bag” schiet Cole tekstueel met vlijmscherpe munitie: “We gave up sleep at the edge of 17 / my world’s getting bigger as my eyesight gets worse / this is the glamourous life / there’s no time for fooling around”. Nou nou.

Mainstream als een plaat die naast een scheepslading troost voor gewone stervelingen ook een forse doch welluidende kritiek op de uitwassen van het yuppiedom herbergt; een beetje socioloog heeft hier een vette kluif aan. Ook de tweede song en meteen tweede single op kant A is een regelrecht schot in de roos: “I’m sick and I am tired, and I don’t care anymore”, zingt Cole, en meteen geloof je hem. Hier is een dichter aan het woord, een authentieke mens die, net als wij allen, soms worstelt met Shakespeareaanse gevoelens maar ze ook even fijnzinnig als de zeventiende-eeuwse Engelse bard kan verwoorden. Ook niet onbelangrijk: de muziek klinkt nog steeds zo mooi als de lokroep van een nachtegaal op een zonovergoten lentemorgen.

En zo kennen wij dus zowel de muziekjes als de teksten van deze magistrale plaat integraal uit het hoofd. Of wat dacht u van het prachtige titelnummer van dit album, met in onze ziel gebeitelde zinsnedes als “Swimming is easy when you’re stuck in the middle of the Mississippi all you have to do is crawl”; subliem, nietwaar? En dan hebben we op diezelfde A-kant de klepper en behoorlijk bekende hitsingle “Jennifer She Said” nog niet gehad; over twee geliefden die elkaars naam laten tatoeëren, in de waan dat ze voor altijd bij elkaar gaan blijven, toch?

Kant B is zo mogelijk nog mooier, snijdt nog dieper in je huid. Met een intro waar mindere toetsenisten een moord voor zouden begaan trekken Cole en de zijnen van leer in het zinderende “Mister Malcontent”. “Or should I lie, or should I cry, or should I part my hair behind”, zingt Cole, net voordat er een duel tussen de toetsen en de gitaar begint. Neem het van ons aan: prachtmuziek, absolute prachtmuziek. En zo gaat het maar verder. Cole kruipt in de huid van de dan al wereldberoemde Sean Penn die als Meneer Madonna opdringerige journalisten in die tijd te lijf gaat in “Sean Penn Blues” en tekent daarbij voor een van de mooiste liefdesliedjes die ooit uit de pen van een sterveling kropen. Tel zelf maar bijeen: een icoon uit de alternatieve cultuur trouwt met de koningin van de (mainstream) popmuziek; het lijkt wel Romeo & Julia voor muziekfanaten. En zo gaat het dus maar door; Cole bevecht zijn innerlijke demonen nogmaals in “Big Snake”, om dan te komen tot een onwaarschijnlijk, wondermooi orgelpunt: “Hey Rusty” als één langgerekte, verkillend mooie ode aan vriendschap en (vervlogen) jeugdidealen.

Bestaat die Rusty uit laatstgenoemde titel nu echt? Of is hij slechts een ingebeelde vriend van het personage in de zangstem? Zie, dat zijn nu dingen waar wij, 35 jaar na datum, nog steeds meer van wakker liggen dan van de energiecrisis. Na een piekfijn concert van hem in 2001 hadden wij de gouden kans even met ons Absoluut Jeugdidool te kunnen babbelen, maar helaas saboteerde de opwinding van zo’n moment onze kwintessentiële vraag volledig. Wel nog tegen meneer Cole kunnen zeggen die avond: dat Mainstream enkele van de mooiste nummers die ooit op de mensheid werden losgelaten herbergt en dat die plaat op een persoonlijk niveau een eeuwenlange lente ons mentale welzijn gered heeft, punt uit. Lloyd Cole and The Commotions zijn zo midden jaren tachtig immers het muzikaal nog mooiere en minstens zo belangrijke antwoord op de legendarische band The Smiths en dat, beste vrienden, kan wel tellen.

Erg jammer dus dat het album in die tijd voor geen meter verkoopt. Dat gebrek aan commercieel succes doet The Commotions uiteindelijk in 1989 splitten. Cole zelf zou zich verdiepen in een bij vlagen intrigerende solocarrière maar het kilometershoge niveau van zijn periode bij The Commotions noch de invloed die hij vooral met hun debuutplaat heeft, zou hij solo nooit meer halen. Mainstream is een bloedmooie zwanenzang van een samenwerking tussen een beangstigend goed begaafde zanger met zijn unieke band en biedt ruimschoots balsem voor de ziel voor iedereen die graag verdwaalt in mierzoete melodieën en bovenaards intelligente songteksten. Echt waar: er zijn al voor pakken minder platen gemaakt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in