Ignatz & De Stervende Honden :: Saturday’s Den

Met Saturday’s Den hebben Ignatz & De Stervende Honden de balans gevonden die hun psychedelische bluesrock ten volle tot zijn recht laat komen.

Toen Bram Devens in 2005 onder de naam Ignatz voor het eerst naar buiten trad, wist zijn spookversie van krakende en rammelende blues meteen de aandacht te trekken. De unieke aanpak leek een eeuwigdurend solo-avontuur te worden, al was en is Devens zelf niet vies van samenwerkingen. Zo maakte hij al snel deel uit van het los-vastcollectief Silvester Anfang // Sylvester Anfang II en richtte hij in 2010 met Paul Labreque (Sunburned Hand of the Man), él-g, Laurent Cartuyvels (R.O.T.) en Patrick Calvelo (Coem) de gelegenheidsband The Beautiful Band op.

Desondanks leek de noemer Ignatz, op een optreden met Harris Newman in 2008 na (in 2011 uitgebracht als Bring You Buzzard Meat na, toch voornamelijk bedoeld voor Devens solowerk. Althans tot hij in 2014 zijn begeleidingsband De Stervende Honden (Tommy Denys en Erik Heestermans) wist te temmen en het knappe Teenage Boys uitbracht. Het album, dat ondertussen voor een aardig bedrag van eigenaar wisselt, werd in belangrijke mate gedomineerd door Ignatz` klassieke speelstijl maar wist wel op een indrukwekkende manier bas en drum in het geheel te incorporeren. Opvolger Deadbeat Freedom (2019) wist minder te overtuigen doordat er een soort spanningsveld ontstaan was waarbij de ritmesectie niet altijd een meerwaarde vormde bij het aandeel van Devens en net zo goed een aanvulling als storende factor kon vormen.

De groep zocht duidelijk andere terreinen op en speelde daarbij leentjebuur bij blues en psychedelica maar wist niet altijd het juiste evenwicht te bewaren. Wanneer de verschillende delen wel samenvielen, viel echter te horen waar de leden naar toe streefden, Op Saturday`s Den wordt die draad niet alleen opnieuw opgepikt maar weten de verschillende partijen zich op een evenwichtige manier tot elkaar te verhouden. Het ruimt het pad voor een soepeler psychedelische rockgeluid dat niet alleen aangenaam in het gehoor ligt maar Ignatz zelf ook enkele stappen naar het achterplan laat zetten. Zoveel is overigens al duidelijk in openingsnummer “Heidenhain Shuffle” dat opteert voor een minimale, repetitieve aanpak waarbij de bas zelf geheel afwezig lijkt te zijn (ze is er wel). Naarmate het nummer zich verder ontplooit, treden de drie muzikanten evenwel meer naar het voorplan en komt er ook zang in beeld.

Met “Height Of Noon” trekt Ignatz het zeil terug naar zich door meteen zijn kenmerkende nukkige gitaarstel en in oude blues gedrenkte zangstem te laten primeren. Opvallend echter is dat hoewel drum en bas zich op de achtergrond houden ze toch een eigen geluid ontwikkelen dat niet zozeer het hoofdmotief slaafs volgt als wel er een eigen antwoord tegenover plaatsen die het nummer een geheel eigen dynamiek geeft. In zekere zin ontplooit zich een dialoog en strijd tussen de instrumenten waarbij de gitaar vooral op het eerste gehoor op het voorplan staat. Niet geheel verwonderlijk steekt “Saturday`s Den” hierna een tandje bij en wordt een stuwende psychedelicasong gebrouwen die teert op enerzijds een voortdenderende ritmesectie en anderzijds een ijle gitaarlijn.

Wat het nummer evenwel zich laat onderscheiden van zoveel andere is de klankkleur waardoor de song nooit als een wilde pletwals aanvoelt (ondanks alle aanwezige elementen) maar net lichtvoeting blijft. Net als in het openingsnummer is het overigens lang wachten op de eerste semikoerswijziging en is het ook het enige instrumentale nummer. De B-kant van het album laat met “You Can`t See Me” opnieuw horen hoezeer het trio op elkaar ingespeeld is waarbij vooral de gitaar en drum met elkaar in duel mogen gaan terwijl de bas het geheel samenhoudt. Net als bij ‘Height Of Noon” is een sterke bluesinsteek aanwezig die nog duidelijker wordt wanneer rond de vierde minuut de gitaar op een solo-avontuur vertrekt terwijl de ritmesectie het nummer met beide voeten op de grond houdt.

Met een speelduur van nauwelijks vijf minuten (de andere songs halen allemaal moeiteloos de zeven-minutengrens) lijkt “An Absolute Pleasure” haast een tussendoortje te zijn. Dat het nummer ook een opvallende lichtvoetige toon hanteert en haast achteloos voorbij struint, kan evenmin onopgemerkt blijven. Hoewel het net door zijn andere toon aanvoelt als de vreemde eend in de bijt, die niet thuishoort op het album is het net zo goed een welkome afwisseling. Door voor een andere aanpak te kiezen, die de basiselementen respecteert, toont Ignatz & de stervende honden aan dat het meer in zijn mars heeft en bereid is ook andere paden te verkennen. Door het te laten volgen met “Rubber Panda” , zonder meer het meest psychedelische en rockende nummer op het album bevestigt de groep finaal dat haar derde album niet zomaar als een doorslagje mag gelden.

Net als op het titelnummer wordt gekozen voor een stevig rockende aanpak waarbij alledrie de muzikanten een laatste maal zich van hun beste kant mogen tonen. Terwijl de gitaar ongenadig jankt en huilt, stuitert de drumsectie ongenadig voort en leidt de bas opnieuw alles in goede banen. Hoewel Ignatz op het nummer ook zingt, lijkt dat laatste niet meer dan een bijgedachte te zijn. De spaarse zang is niet meer dan een frivoliteit, een kanttekening waar het nummer perfect zonder kan maar dat evenmin een hinderpaal vormt. Het contrast met de vorige song kan enerzijds niet groter zijn, maar voelt anderzijds net natuurlijk aan. Het venijn zo wil het spreekwoord, zit in de staart en dat bevestigt “Rubber Panda” gretig.

Als solo-artiest heeft Ignatz na zes reguliere releases, enkele tapes en aanverwanten zichzelf al meer dan bewezen. Als groep met de stervende honden bleef het toch nog afwachten hoe het trio zich zou ontwikkelen en of het meer zou zijn dan een vehikel voor Ignatz zelf. Teenage Boys was een intrigerende aanzet die zich niet ten volle verder wist te ontwikkelen op Deadbeat Freedom. De belofte was echter aanwezig en wordt op Saturday`s Den ten volle bevestigd. Drie albums ver lijkt het trio tot een verstandhouding gekomen te zijn waarbij niet langer sprake is van een pure begeleidingsband maar een volwaardige groep waarbij elk lid even relevant is voor het geheel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + acht =