Grouper :: Shade

“Can’t wait to be alone” zingt Liz Harris op haar nieuwe Grouperplaat. Over dat verlangen hoeft ze zich geen zorgen te maken. Alleen is Harris nog steeds: eenzaam, buiten de wereld, en totaal uniek.

En hoe meer de maatschappij verder dendert, zonder leidraad, hoe meer Grouper een anomalie wordt. Ze blijft op zichzelf staan, langzaam een indrukwekkend oeuvre opbouwend op haar eigen eiland ver weg van het vasteland. Misschien dat water daarom zo’n prominente plaats inneemt bij Harris. Wars van de snelheid en het exhibitionisme van sociale media, zichzelf nauwelijks blootstellend aan de wetten van de muziekwereld vandaag, met slechts hier en daar interview, brengt ze af en toe een plaat uit. Maar dat gebeurt enkel als ze iets te vertellen heeft en haar emotioneel ventiel even open moet. Haar vorige plaat, Grid of Points (2018), duurde twintig minuten en daarmee was alles gezegd toen. Zo was het goed. Dat album zette de exploraties op piano verder die ze op het meesterwerk Ruins was gestart. Daarna maakte Harris als Nivhek nog een pikzwarte, instrumentale dubbelelpee.

En nu is er Shade, waarmee Harris weer wat meer aansluit bij het geluid dat voor de meeste luisteraars het meest herkenbaar zal klinken: onder een dikke laag ruis en analoge delay bedekte gitaarsongs waarboven nauwelijks hoorbaar haar stem weerklinkt. Dat hoeft ook geen verbazing: sommige songs gaan al vijftien jaar mee. Andere zijn van recentere datum. Allemaal zijn ze van een buitenaardse schoonheid.

Harris manoeuvreert behendig tussen nauwelijks doordringbare lagen van drones en songs die zich meer openstellen naar de luisteraar. Op oppener ‘’Followed the ocean’’ presenteert ze je meteen haar aan flarden gescheurde stem die het hoofd boven het oppervlakte probeert te houden boven de ruis, haar zelfgecreëerde hel.  Met opvolger en eerste single (for what it’s worth, in haar geval) ‘’Unclean mind” had ze ons nochtans op het verkeerde been gezet door een voor haar doen vrij sprekend nummer te pennen. Het is een goeie introductie om je volledig in Shade te trekken, maar die openheid is uiteindelijk maar schijn.

Veel liever speelt ze op songs als ‘’Pale Interior” of “Disordered Minds” haar vertrouwde schimmenspel waarin Harris zichzelf nooit helemaal laat zien. Er ligt een dikke laag stof op haar instrument. Tegelijk trekt ze je mee met haar repetitieve gitaar en stemgeluid. Het lijkt alsof ze wel een band wil aangaan, maar gevangen zit in zichzelf. Dat constante wringen van aantrekken en afstoten is wat haar muziek zo intrigerend maakt, en ook zoveel interessanter dan singer-songwriters die hun hart op tafel gooien maar geen ruimte laten voor het mystieke, voor de verbeelding en interpretatieruimte. Je wilt doordringen tot een soort kern van haar verdriet, dat er duidelijk wel is, ook al weet je dat dat nooit zal lukken. Wij mensen zijn nu eenmaal geconditioneerd om dat voyeurisme te hebben, maar het is juist die blik die Grouper, verzonken in haar eigen gedachten, uitdaagt.

Een ander deel van de nummers spreekt wel luider, juist door zachter te gaan. “Ode to the blue” is zo’n delicaat kleinood waarvan de intimiteit aansluit bij de pianosongs op Ruins, een plaat met een gebroken hart. Vooral in de tweede helft van Shade, met een delicate parel als ‘’Promise”, laat Grouper iets meer in haar ziel kijken. Haar stem komt naar voren en ze zoekt meer de hoge registers op. De gitaar is sober en stelt zich bescheiden op, normaal zelfs. Op “Basement Mix” verdwijnt Harris bijna helemaal, waardoor je nog meer op haar huid gaat zitten. Je hoort vingers over een gitaarhals schuiven, als een van de weinige teken van leven in een ontzettend lege song die je heel klein doet voelen zoals alleen Grouper dat kan.

Afluister “Kelso (Blue Sky)” sluit dan weer aan bij “Unclean mind”, maar deze keer wordt haar openheid afgewezen door een onbekende ander. “ Can’t believe that I don’t get to see you/ One more time/ I asked you how you were doing/ And you said, ‘Fine’”: met die zin sluit Harris haar plaat af. Het is diep ontroerend. De stem van Harris snijdt door merg en been, wanhopig en afstandelijk tegelijkertijd. Zij blijft alleen achter, wij ook. Je hoort enkel nog de nacht, in de vorm van een uil. De natuur geeft geen moer om ons, dat maakt haar ook zo vredevol en troostend.

Je zou kunnen zeggen dat Grouper, misschien wel voor het eerst in haar carrière, weinig risico neemt met Shade. Het geluid is bekend, je weet wel ongeveer wat je te horen gaat krijgen. Langs de andere kant: Harris’ carrière is op zichzelf al een risico. Een te koesteren kleinood, ergens aan de rafelranden van de muziek. Harris situeert zich volledig op haar eigen niveau, speelt daar haar eigen spel, in een groep waar alleen zij toe behoort. De enige maatstaaf is haar eigen oeuvre, en deze plaat kan moeiteloos naast een plaat als Dragging a Dead Deer Up a Hill of The Man Who Died In His Own Boat staan. De muziek van Grouper staat nog steeds buiten tijd en ruimte, en op zo’n plek is van evolutie spreken misschien wel vloeken in de kerk. De songs zijn ook zo intiem en kwetsbaar, zo volslagen wars van alles rondom, dat zelfs ademen tijdens het luisteren bijna aanvoelt als een speld laten vallen in een kathedraal. Grouper en Shade vallen – opnieuw – met niets te vergelijken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − twaalf =