Grouper :: Ruins

“Made of Air” is de titel van het laatste nummer van Ruins en een zeer toepasselijke omschrijving van wat de muziek van Grouper precies is. Op Ruins klinkt Liz Harris – Grouper is eigenlijk haar éénmansproject – naakter dan ooit: een piano, haar stem en hier en daar natuurgeluiden op de achtergrond. Acht wolken van nummers die voorbijdrijven, meer heeft Harris niet nodig om een prachtplaat te maken.

Het is toch een kleine schok: na The Man Who Died In His Boat van vorig jaar en Dragging A Dead Deer Up A Hill, twee sublieme sfeerplaten vol met vervormde keyboards, gitaren en de mistige stem van Harris, klinkt Ruins erg eenvoudig. Harris nam het album in 2011 op in een huis in Portugal, in het midden van de bossen. Het oorspronkelijke plan was om een 7 inch-plaat op te nemen, maar haar dagelijkse wandelingen en de ruïneuze huizen en dorpen die ze op haar dagelijkse wandelingen tegenkwam, hebben uiteindelijk tot een langspeler geleid.

Harris is dan ook iemand die niet bang is om zich door haar directe omgeving te laten beïnvloeden: onderweg hoor je tsjirpende krekels, kwakende kikkers en een onweersbui. De hele plaat klinkt als een leegstaand huis in het midden van het bos waar iemand jaren later weer terugkomt en vergeten relikwieën vanonder het stof haalt. Te prozaïsch zegt u? Kan goed zijn, Harris laat zoveel ruimte in haar nummers dat je er zelf bij kan denken wat je wil: haar stem verheft zich nauwelijks boven een fluister, losse zinnen weerklinken, smelten weer weg en hier en daar vang je niet meer dan wat flarden woorden op.

Het mag hoe dan ook duidelijk zijn dat prachtnummers als “Clearing” of “Holding” over liefdesverdriet gaan. “I hear you calling and I wanna go/ Run straight into the valleys of your arms”, zo hoorden we op “Holding”, een nummer dat uit het net zo sterke Nepenthe van Julianna Barwick had kunnen komen, maar dan kaler. Ook “Call Across Rooms” valt bijna uiteen van kwetsbaarheid – de melodie klimt en daalt, Harris zingt hees en onzeker. Het is geen deprimerende plaat, maar blijft steeds ergens tussen slaapliedjes en Prozacmedicatie zweven.

Ook als Harris niet zingt, hoor je het verdriet en de melancholie: op “Labyrinth” hoor je haar twijfelend de piano-akkoorden opzoeken. Afsluiter “Made Of Air” met zijn vervormde ambient synthesizers is dan weer old school Grouper: het nummer brengt misschien geen directe verlossing of troost, maar in al zijn dromerigheid doet het iets wat op de rest van de plaat niet gebeurt: loslaten.

Acht nummers lang lijkt Harris zich namelijk vast te klampen aan haar omgeving, aan haar piano, aan verloren liefdes, aan het voorbijgaan van de tijd zelf. Het resultaat is etherisch, ongrijpbaar en bloedmooi. Een plaat die u nog tot lang na de winter warm zal houden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × een =