Fail Better! :: The Fall

Rond de release van zijn tweede album Owt kondigde het Portugese kwintet Fail Better! een nieuwe line-up aan. Het duurde vijf jaar voor we die hier te horen kregen, maar het was het wachten waard. Dit is een collectief dat vrijheid en elektriciteit soms meesterlijk in evenwicht houdt.

Gitarist Marcelo Dos Reis, trompettist Luís Vicente en bassist José Miguel Pereira bleven; de Spaanse saxofonist Albert Cirera en drummer Marco Franco kwamen erbij. De band onderging daarmee een transformatie, maar bewaart ook een groot stuk van zijn oorspronkelijke insteek. Die blijft bij vrije constructies die het zowel moeten hebben van abstract gebruik van klanken als een ritualistische, en soms zelfs naar de rock neigende esthetiek, wat vooral te maken heeft met het indringende, repetitieve gitaarwerk van Dos Reis. Die bepaalt ook mee de overkoepelende kracht van The Fall, en dat is er eentje met een zinderende elektrische lading.

Opener “Ground Floor” start ontregeld, maar binnen de kortste keren zitten de vijf op parallelle sporen, met lange sopraansaxuithalen, driftig gestreken bas, trompetgesputter en struikelende drums. Maar ook een monotone strum van Dos Reis die iets heeft van een drone en zo een aangehouden spanning door het stuk jaagt. Vicente zet even een stap terug, maar het kan niet verhinderen dat de muziek ei zo na lijkt te gaan exploderen. Het is een aanpak die ook gevolgd wordt in “Skyfall”, wat verderop. De vrij spetterende start krijgt focus via een gitaar die fungeert als lijm, terwijl tenorsax en trompet overgaan tot een emotionele stand-off, drums fungeren als scheidsrechter en de bas een zware melancholie toevoegt. Vrije interactie, maar met een hart als een gebalde vuist.

Die kracht is ook nog aanwezig in “Rise Up”, dat na een zoekende start belandt in een wereld van kleur en grove randen. Dit bevat ook energie, maar dan van een minder gestroomlijnde soort. Het is bruisend, ritmisch losser en bijna dansbaar. Vicente scheurt en schettert erop los en wat al wordt gesuggereerd door de ritmesectie ontbolstert al helemaal met de komst van een staccato uithalende tenorsax. De motiefjes geuren naar afrobeat, de flow is er een van freejazz die verwant is aan wat Vicente een tijd geleden liet horen met Dikeman, Parker en Drake.

De resterende twee tracks zoeken heil in andere oorden. “Down Under” lijkt na een voorspel met tegen elkaar schurende sax en trompet eerst terug naar een trance te zoeken, maar ontvelt nu sneller. Scharnierstuk “Falling Stars” laat de horizontale beweging al helemaal voor wat ze is en duikt in het spelen met klank. De percussieve plopjes en afgeknepen vegen van sax en trompet worden aangevuld met een strijkstok over een gitaar, gemorrel aan de bas en fluit (Franco), waarmee het kwintet plots in een tropisch regenwoud beland lijkt. Een omgeving waarin alles leeft, maar het mysterie overheerst. Een overlevering aan de natuur die soms donkere tinten aanneemt, maar vooral iets heeft van een geheimzinnig droomspel. Het is een fraaie negatiefafdruk tussen stukken die het spel iets rechtlijniger spelen.

Het maakt van The Fall een album dat net als voorgangers Zero Sum en Owt een bijzonder evenwicht vindt tussen abstract experiment en knetterende focus, met vijf sterke karakters die stuk voor stuk opvallen, maar steeds ten dienste staan van het collectief. Dat lijkt een vanzelfsprekendheid binnen de vrije muziek, maar als het niet alleen een ambitie is, maar ook een echte troef, dan maak je ‘t verschil. En dat hoor je hier.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × vijf =