Taylor Swift zwalpte in haar huwelijksbootje op The Life Of A Showgirl, Sabrina en Olivia blijven toch iets te glad. Grace Ives kaapt met derde plaat Girlfriend het moment, en toont: we zijn voorlopig nog niet uit het poptimistisch tijdperk.
“Trouble want a little more / You found me wrecked upon the shore / I’m not your sea of love / I’m just a spill we’re cleaning up.” Zeggen dat het moeilijk is geweest voor Grace Ives na tweede album Janky Star zou een eufemisme zijn. Terug van tour begon een periode van “drinking, lying, and hiding” zoals ze het zelf omschreef in een brief die eerste single “Avalanche” begeleidde, maar hier zijn we: hersteld, en – afgaand op Girlfriend – klaar voor werelddominantie.
Het is therapie-per-songwriting. Uitzweten van wat is geweest. “I need a lover who can love right back / And they all just melt away my meaning / I’ll be your candle, but I’ll weep my wax”, gaat het in het superieure “My Mans”, en de manier waarop het refrein openbarst, smeekt tot haar eigen verbazing nu al om arena’s. Dat is nieuw voor een artiest die alles tot nog toe in elkaar knutselde met haar eigen Roland MC-505 en een gitaar. Voor het eerst mogen haar songs knállen, en daar moest producer Ariel Rechtshaid (Charli xcx, Kelela, HAIM, Sky Ferreira, Blood Orange) haar van overtuigen: “Dit is het nummer dat je schreef. Geniet er nu maar van.”
Girlfriend is dus pop, maar dan op de manier waarop Lorde pop maakt: altijd net dat tikje meer edgy dan TayTay, Olivia Rodriguez of welk ander snoepje van de dag. De beats wringen soms een beetje, ritme is in de zanglijn een even groot element als melodie. “I want, want, want and I take, take, take / Feeling sorry not sorry for the mess that I make”, zingt ze in “Avalanche” – ooit uitgebracht als ringtone – over bubbelende synths en op hol geslagen drums, en ze laat elke woord staccato kletsen als deel van de beat.
In “Fire 2” zijn de echo’s van Olives ninetieshit “You’re Not Alone” hoorbaar, maar Ives legt er een ander soort soul in, de beats zijn minder gelikt. Er is een bridge in “Drink Up” waar je van alles in voelt, waarna ze doorgaat en er in haar hoogste fluisterregister pas echt inhakt: een geweldige zangeres, die nu pas ontdekt wat ze kan. Door “Neither You Or I” zweeft dan weer de Björk van “Human Behaviour”. Dik aangezette triphop is het, maar zo’n genre-oefening wordt het nooit. En hé, daar trippelt het geweldige “Trouble” al binnen, met zijn verslavende refrein. Je voelt de opwinding van iemand die ontdekt dat ze zoiets kan schrijven.
“Hello, hello, how low”, zingt ze in “What If”; gewoon, omdat het kan. Kurt Cobain haalt zijn schouders op: goed nummer, sowieso. Maar het tekent een artieste die haar goesting doet, en haar klassieken kent. Even tegendraads is de beslissing om “Stupid Bitches” – de supersingle onder de singles hier – helemaal aan het gaatje te zetten. Het is het soort beslissing dat A&R-managers 24 verdiepingen hoog op de vensterbank van hun open kantoorraam doet belanden, maar op de een of andere manier voelt het hier juist: als het puntje op de i, een uitroepteken na een belangrijke zin.
Er is een interview waarin Ives vertelt hoe ze altijd voor de grap is gegaan. “Toen ik opgroeide, besefte ik dat ik niet mooi was, niet slank. Ok, dan word ik maar hilarisch.”
Wat ze niet voorzien had, was dat ze ook nog eens een straffe artieste zou worden.




