Luís Vicente, John Dikeman, William Parker, Hamid Drake :: Goes Without Saying, But It’s Got To Be Said

Freejazz is muziek die gemaakt wordt uit een drang naar vrijheid, dus een maatschappelijk-politieke component komt daar vaak vanzelf bij kijken. Dat is niet anders op Goes Without Saying, But It’s Got To Be Said, een prachtig document van een internationaal kwartet dat verscheen via het Portugese JACC Records.

De reden daarvoor is dat het hier gaat om een Amerikaans trio dat uitgebreid werd met de Portugese trompettist Luís Vicente (en het concert werd in de zomer van 2019 opgenomen in Lissabon). Nu ja, Amerikaans. Saxofonist John Dikeman verblijft intussen al een hele tijd in deze contreien en speelt met Vicente samen in onder meer Twenty One 4tet (Clean Feed) en Corda Bamba (ook JACC). Zelf heeft hij ook een trio met bassist William Parker en drummer Hamid Drake, dat binnenkort een tweede album uitbrengt bij het Belgische El Negocito Records. 

Het is Dikeman die ons in de ‘liner notes’ met de neus op de feiten drukt. Racisme en ongelijkheid zijn niet altijd even zichtbaar (opgroeiend in het landelijke Wyoming was hij er zich aanvankelijk ook niet van bewust), maar drukken nog altijd een stempel op hoe maatschappijen wereldwijd georganiseerd worden. De albumtitel maakt duidelijk dat enkel bewustzijn niet voldoende is, maar dat problemen ook aangekaart moeten worden zolang ze zich voordoen. Het lijkt vanzelfsprekend dat waarden gelden voor iedereen, maar dat is duidelijk niet het geval. De muzikanten laten de gelijkwaardigheid alleszins voor zich spreken in deze registratie. Drie stukken werden uit een langere performance geknipt en laten het kwartet in verschillende gedaantes horen.

“1st Sentence”, waarmee het album opent, is een voorbeeld van lillende, woelige freejazz, geënt op de variant die de kop opstak in de jaren zestig, zoals bijvoorbeeld bij de kwartetplaten die Don Cherry opnam met Henry Grimes, Ed Blackwell en Pharoah Sanders of Gato Barbieri naast zich in de blaaslinie. De ritmesectie brengt het stuk op gang met gestreken bas en variërend drumspel en krijgt al snel gezelschap van de blazers die eerst gelijkgezind hun entree maken, maar al snel hun eigen weg uitgaan. Dikeman breed uitwaaierend, met die gul zingende intensiteit, Vicente met verkenningen en effecten in het hoge register, met een evenwicht van vloeiende en schurende momenten.

Parker en Drake spelen intussen al decennia samen, en dat valt er natuurlijk aan te horen. Ze haken in elkaar en blijven rollen, nu eens met een vagere puls, dan weer met nadrukkelijke stuwende grooves, als een hyperflexibele machine die een goede muzikant nog een niveau of twee hoger kan stuwen. Zonder er een egoshow van te maken, is dat ook wat de blazers doen: vanuit hun eigen muzikale persoonlijkheden bijdragen aan een broeierig weefwerk, met een flow die regelmatig ontrafelt, maar blijft bewegen en telkens weer op gang getrokken wordt.

Die kloeke opener wordt gevolgd door “2nd Sentence”, dat zijn compacte duur compenseert met een zinderende emotionaliteit. De aanzwellende ‘drone’ van Vicente vormt een prachtig contrast met de melodieuze lyriek van Dikeman, en zodra ze echt beginnen met z’n vieren te verstrengelen, wordt het nog mooier. Voor het slotstuk geeft de ritmesectie zoals gewoonlijk de aanzet. Parker gaat naar gimbri, Drake zingt en begeleidt met de frame drum. Zoals gewoonlijk heeft het een even sobere als bezwerende en ritualistische intensiteit, alsof je getuige bent van een eeuwenoud muzikaal gebeuren. Na enkele minuten krijgen ze gezelschap van de blazers en wat extra volume, maar het stuk blijft – mede door de tribale percussie – een rootsy statigheid bewaren.

Het is niet enkel een gloedvol einde van een soulvolle, begeesterende performance, maar het laat horen dat je je punt ook kan maken zonder voortdurend op het gaspedaal te gaan staan. Maar ook dat zou natuurlijk evident moeten zijn. In het boekje bij het album doet ook Parker zijn duit in het zakje, met stukken poëzie en gedachten bij het coronajaar. De conclusie is dat niets de liefde, de ultieme improvisatie, kapot kan krijgen. De interactie op Goes Without Saying, But It’s Got To Be Said is daar een bijzonder knappe illustratie van.

Het album verscheen digitaal, op cd en lp. En voor wie wil: binnenkort verschijnt bij Duke University Press een biografie van William Parker, een van de cruciale muzikanten van de voorbije decennia.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − 2 =