Mogwai :: As The Love Continues

Als u in ons woordenboek ging kijken bij het woord “nooit”, stond daar ter illustratie de uitdrukking “een goeie nieuwe Mogwaiplaat” bij. Maar kijk, we zullen dat boek moeten herschrijven. Met hun recentste album stampen de Schotten namelijk eindelijk nog eens waar het pijn doet.

Mogwai is natuurlijk een instituut, de band die post-rock samen met Godspeed You! Black Emperor eind jaren ‘90 een forse scheut woede injecteerde. Sinds Mr. Beast sloeg de groep echter serieus aan het zwalpen. The Hawk Is Howling, Hardcore Will Never Die But You Will en Rave Tapes: ze hadden allemaal goeie songs, maar om ze nu echt nog vaak van a tot z door de living te knallen, vielen ze als geheel toch te licht uit. De soundtracks van Les Revenants en Atomic werden vorig decennium enthousiaster onthaald dan reguliere studioplaten. Vorige worp, Every Country’s Sun, nochtans opgenomen met topproducer Dave Fridmann, werd op deze site nog de nagel aan de doodskist van de groep genoemd.

De verwachtingen voor Mogwai lagen hier dus niet zo hoog. Maar kijk, ze hebben ons eindelijk nog eens bij de lurven met hun beste plaat in vijftien jaar. Weer geproducet door Fridmann, weliswaar vanop afstand wegens corona, maar ditmaal heeft die de mix niet dichtgeplamuurd zoals ten tijde van Every Country’s Sun. De nummers van die plaat deden het live trouwens heel wat beter. Dat had ook te maken met jonge hond Alex Mackay, de vervanger van John Cummings, die in 2015 de gitaar aan de wilgen hing. Mackay dook niet mee de studio in, maar misschien heeft zijn jeugdige energie toch een impact gehad op de veertigers waar Mogwai tegenwoordig uit bestaat. Of speelt het feit dat Stuart Braithwaite gestopt is met drinken mee in de hogere kwaliteit van het songmateriaal? (Maar gelooft iemand dat echt van een bende Schotten?) Het maakt ook allemaal niet zoveel uit, het belangrijkste is dat Mogwai terug is uit de doden.

De heren doen hun fans in aloude gewoonte geen cadeaus op vlak van titels, maar hier gaan we: “To The Bin My Friend, Tonight We Vacate Earth” trapt de deur van Mogwai’s tiende overtuigend open. De song is élke opener van élke Mogwaiplaat sinds “I’m Jim Morrison, I’m Dead” vanop The Hawk Is Howling, maar ook wel de beste opener sinds die plaat uit 2008 alweer. Traag trekt de band zich op gang, tot een dijk van een geluidsmuur volgt. De krofkorrelige sound van gitaar en vooral synths doet nog het meest denken aan de dreigende klanktapijten van het beste op Atomic. “Dry Fantasy” iets verderop, met zijn mooie pianopartij, herinnert trouwens ook aan de muzikale woestenij van die soundtrack. “Here We, Here We, Here We Go Forever” en “Ritchie Sacramento”, dat sterke herinneringen oproept aan Braithwaites zijproject Minor Victories, zijn verwrongen popsongs die in een wereld met andere dimensies ongetwijfeld hits hadden opgeleverd. “Ritchie Sacramento” is een eerbetoon aan verloren vrienden en specifiek David Berman van Silver Jews, iets wat je meer dan een beetje hoort in de snik in Braithwaites stem.

Tot hier hebben we nog niets nieuws gehoord, maar wel alleen maar Mogwai op topniveau, en dat blijft zo gedurende heel As The Love Continues. Alleen “Drive The Nail” weet maar niet onder de huid te kruipen: te vlak, te richtingloos, te vaak eerder en beter gehoord. Op de tweede helft van het album maakt Mogwai dat echter meer dan goed door nog een pak bozer en furieuzer te werk te gaan. “Fuck Off Money” is een woelige synthstorm, “Ceilung Granny” een wild beukfestijn op gitaar waar je niet omheen kan. De sturm und drang spat eraf, hier heeft het gezelschap haar tanden terug die ze lange tijd gemist heeft.

Want wat heb je aan subtiliteit als de wereld naar de kloten is? Niks. Dan liever een vuist in het gezicht. De zacht-hard dynamieken van “Pat Stains” en afsluiter “It’s What I Want To Do, Mum” (zucht) is oldskool Mogwai brutaliteit zoals al 25 jaar gekend, maar de groep sleept je wel mee en plakt je tegen het plafond. Dit worden sowieso hoogtepunten wanneer Mogwai eindelijk weer op een podium te vinden zal zijn en het beton van de AB op de proef kan stellen. Het is trouwens niet honderd procent zeker dat het beton wint.

De voornaamste kritiek op As The Love Continues is – buiten de makkelijke observatie dat we het allemaal wel kennen nu – dat de plaat met zijn dik uur aan materiaal een beetje te lang is. Zwakkere nummers als “Supposedly, We Were Nightmares” of “Drive The Nail” vallen wat door de mazen van het net en hadden eigenlijk achterwege kunnen gelaten worden. Maar dat is detailkritiek op een album waarop Mogwai zich voor het eerst in lange tijd nog eens urgent, spannend en meeslepend klinkt en over – ongeveer – de hele speelduur weet te boeien. Het lijkt alsof de groep eindelijk de kenmerkende unheimliche sfeer van hun typisch ijzige soundtracks weet te verzoenen met de geluidserupties en knalharde mokerslagen van hun beste studioplaten. As The Love Continues heeft een inherente droefheid in zich, maar ook genoeg boosheid om die te compenseren. Mogwai is boos, gefrustreerd, triest: een bende hooligans met een klein hartje. Je zou van minder, in een land dat wordt geteisterd door corona, economische problemen en Boris Johnson. Of misschien hebben de Glasgow Rangers gewoon verloren met de voetbal en is het bier op, dat kan ook. As The Love Continues is in ieder geval een plaat die nu nodig is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + negen =