Foo Fighters :: Medicine At Midnight

Een fris pintje op een zomers terras, een festivaloptreden dat niet wordt verschoven of een versnelling in de vaccinatiestrategie; laten we zeggen dat dit maar enkele dingen zijn waar de gemiddelde muziekfan nu op zit te wachten. Wat hoort niet in dat rijtje thuis? Stijgende bierprijzen, een katoenen staaf in je neus voor je de wei op mag, toiletcabines die aan het einde van de dag overlopen van de ranzigheid – of om maar iets te zeggen, een nieuw album van Foo Fighters.

Het moet zijn dat Dave Grohl mieren in zijn kont heeft zitten of dat er nog geen medicatie ontwikkeld is tegen de specifieke vorm van ADHD die de man teistert, want stilzitten is hem niet gegeven. De vier jaar tussen album nummer negen en plaat nummer tien werden voornamelijk ingevuld door een uitgebreide tour, promopraatjes in elke stad waar de groep zijn tent opsloeg en uitgebreide acties op sociale media. Aan het zwoegen op een bepaalde drumpartij? Plaats een filmpje online en met wat geluk reageert Grohl in de vorm van een tutorial. Je moet al echt een azijnpisser zijn om niet te erkennen dat de capriolen van de Amerikaan bijzonder goed zijn voor het groepsgevoel, maar wanneer je al even bekend staat als the nicest man in showbusiness komen dergelijke stunts eerder over als een goedkope manier om toch wat extra aandacht te versieren. Maar goed; ook dergelijke optredens gaan op den duur vervelen en kijk, net voordat Foo Fighters weer helemaal van de Europese radar lijkt te verdwijnen is daar Medicine At Midnight, een album dat zich nog het best laat omschrijven als een poging tot stadionrock voor een stadionloos tijdperk.

Kan je niet naar het optreden, dan komt het optreden toch gewoon naar jou. Als er een ding is dat je aan de positieve kant van de balans moet noteren, laat het dan de uitgekiende setlist zijn. Van opener “Making A Fire” tot slotsong “Love Dies Young”, Medicine At Midnight bootst een muzikaal avondje uit perfect na. Een eerder rustige start waarbij drums en gitaar netjes toewerken naar makkelijk meezingbare refreinen tot een artificiële encore waarbij het vuur nog een laatste keer aan de lont gaat. Samen met “Shame Shame” en “No Son Of Mine” vormt “Love Dies Young” de ruggengraat van het album; drie nummers die in het geheel van de plaat niet veel van elkaar verschillen en die meteen ook dezelfde functie vervullen: refereren aan de begindagen van de groep toen het allemaal nog net wat ruiger en ruwer mocht klinken. Drie keer krijgen gitaar en drumstel vrij spel en word je niet afgeleid door nietszeggende teksten die muzikanten van een dergelijk kaliber dadelijk zouden moeten schrappen.

Wat research maakt snel duidelijk dat het album eigenlijk niets meer en niets minder is dan een samenraapsel van demo’s en probeersels; geen volwaardige songs, maar tussendoortjes om het tempo niet al te veel te moeten laten zakken tijdens optredens. En toch, op het album is het net dat wat een keer te veel gebeurt. “Chasing Birds”, Waiting On A War” of “Cloudspotter”, ze klinken allemaal iets te opvallend als nummers die tijdens de gemiddelde looptraining gebruikt worden om even op adem te komen. Uiteindelijk rijst dan ook de vraag: wiens idee was dat album? Gaat het om de muzikale uitingsdrang van een instrumentale duizendpoot of om het naleven van de kleine lettertjes in een of andere clausule?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 1 =