Shame :: Drunk Tank Pink

“Het is nu eenmaal crisis”. Het moet de meest gehoorde zin zijn voor meer dan één generatie nu. Weet u nog toen het geen crisis was? Neen? Wij ook niet. Die van Shame evenmin.

Met Shame en een hele buslading gelijkgezinde groepen (al durven ze ook wel eens modder naar elkaar te gooien) is er de laatste jaren een generatie bands opgestaan die uit die frustratie hun drive halen. “Clinging to conflict” staat er waarschijnlijk op de deur van hun repetitiekot geschreven, of anders “anger is an energy”. Ligt het systeem wakker van wat kwade (post)punkgroepen? Waarschijnlijk niet, maar dat hoeft ook niet altijd – al zou het mooi meegenomen zijn. Soms moet je gewoon blij zijn dat er groepen zijn die op z’n minst de muzikale status quo al eens een trap in de kloten verkoopt.

Sleaford Mods, Fat White Family, Girl Band, Idles: ze eisen ondertussen al enkele jaren met grote mond hun plek op. Shame toonde zich drie jaar geleden met Songs Of Praise misschien wel de meest hongerige, maar ook meest jeugdige van de nieuwe lading Britse postpunk. De drie jaar tussen dat debuut en deze nieuwe worp voelen trouwens aan als een eeuwigheid. In de tussentijd zijn er alweer zoveel nieuwe groepen op het podium gesprongen – The Murder Capital en Fontaines D.C., bijvoorbeeld – dat de gasten van Shame al bijna als anciens aanvoelen. Je zou zo vergeten dat de band eigenlijk een bende late tieners, vroege twintigers is.

Die jonge leeftijd is deels de reden waarom Drunk Tank Pink zo lang op zich liet wachten. De groepsleden – zanger Charlie Steen voorop – deden wat iedereen op hun leeftijd zou doen als je zo plots het wilde leven ingetrapt wordt: het er eens goed van pakken. Daarna moesten de heren echter ook de terugslag van al dat feesten verteren. Het verhaal van hoe Steen en co met een smak terug op aarde belandden, kon u al eerder lezen op enola. Vraag is nu: wat heeft Shame daaruit gehaald voor deze duidelijk ‘moeilijke’ tweede?

Drunk Tank Pink blijkt vooral een overgangsplaat. Al zal dat natuurlijk pas binnen enkele jaren echt bevestigd kunnen worden. “Alphabet” trapt eerst nog hard en onbeleefd de deur open, met een blik van heb ik wat van je. Het is weer goed meebrullen met die “Are you waiting / to feel good”, bassist Josh Finerty drukt het gaspedaal in en de gitaar is vooral luid. “Nigel Hitter” (ja, wij lazen dat ook eerst fout) geeft al weg dat er wat meer richting hoekige postpunk wordt opgeschoven en werkt ook beter hier dan als aparte single. Maar het is vooral in het machtige “Born In Lutton” dat Shame echt zijn nieuwe koers uitzet. Steen ratelt als een mitraillette terwijl de gitaren als ijzer klinken. En dan plots valt de song stil – “I’ve been waiting outside for all of my life”, biecht Steen op. Waarna zowaar een bloedmooie melodie volgt alvorens alles weer strak wordt getrokken. En zo gaat het door tot een zinderende finale.

Niks te klagen over dat openingstrio dus, maar daarna zakt Drunk Tank Pink toch wat in. “March Day” en “Water In The Well” bouwen verder op het naar mathrock neigende geluid, maar weten een pak minder te boeien. Ze doen nochtans heel hard hun best om op te vallen, en live zouden ze wel eens kunnen aanslaan, maar hier blijven ze niet lang hangen. Met de finale van “Slow Day” krabbelt het album weer wat recht.

De tweede helft van Drunk Tank Pink voelt opnieuw een pak urgenter. “6/1” en “Harsh Degrees” zijn nerveuze bommetjes die je niet kunt meezingen, maar die wel als een bulldozer over je hersens rijden. Op “Human, For A Minute” kijkt Shame naar binnen en het gaat hen zowaar goed af. Het is voor Sheen misschien wel het meest persoonlijke nummer en de groep laat hem alle ruimte daarvoor. En zo bewijst Shame dat ze ook gewoon een schone song kunnen schrijven.

Het epische “Station Wagon” sluit deze tweede Shame af. Er wordt naar boven gekeken, naar oplossingen, maar “happiness is only a habit”: wolken zijn ook maar wolken en de wereld is nog steeds dezelfde zinloos draaiende bol. En toch is ze ook weer een beetje anders. Hier staat in ieder geval een andere groep. Shame schuift met haar tweede duidelijk wat op richting volwassenheid en daarmee ook naar een ander geluid. Minder slogans, minder punk, minder pubgevoel, minder Idles. De noise van Girl Band is nooit veraf, net als de onvervalste postpunk van andere Ierse gitaarbands. Waar Idles volop het sloganeske omarmt op haar laatste plaat, doet Shame dat nadrukkelijk niet.

Toch ontbreekt soms iets waar je niet meteen je vinger op kan leggen, alsof deze tweede een “onder voorbehoud”-sticker meekrijgt. Als je na het beluisteren van deze Drunk Tank Pink dat geweldige debuut nog eens oplegt, hoor je een band die duidelijk gegroeid is en al eens goed over de structuur en gelaagdheid van een song heeft nagedacht. Maar je hoort ook wat je soms mist: pure emotie die recht uit de buik komt, van een roedel die eindelijk van de kettingen mag. Puur, ondoordacht spelplezier ook. Misschien is dat onvermijdelijk en mag dat magische Songs Of Praise gekoesterd worden voor wat het was, maar moet het verleden daarna gewoon een middelvinger krijgen. Want we zijn zeker dat Shame altijd het conflict zal blijven zoeken, een jaartje ouder of niet. En zo hoort het ook.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 1 =