The Body :: I’ve Seen All I Need To See

Voor sommige lezers zal The Body nog steeds een soort gimmick zijn. Misschien omdat ze zich op één enkele – veelal uitgeklede – live-ervaring baseren. En toegegeven, daarvoor moet je in de stemming zijn. Op plaat is The Body al jaren impressionant aan het evolueren. Waar hun twee albums na doorbraak No One Deserves Happiness respectievelijk barokke- en industrial-klemtonen legden, baadt I’ve Seen All I Need To See in een microtonale hel, die tegelijk ook een hemel is. Maar The Body is zoveel meer dan vijftig tinten gratuite wanhoop.

Toegegeven, ambitieuzer dan I Have Fought Against It, But I Can’t Any Longer uit 2018 is dit nieuwe album niet geworden. De lijst topnamen op die plaat viel toen samen met de snelle expansie van het The Body-universum met onder meer Kristin Hayter (beter bekend als Lingua Ignota) en leden van Sandworm. Allemaal bekenden van elkaar uit een kleine Rhode Island-scene die met Sightless Pit (bestaande uit de drummer van The Body, Lingua Ignota en Full of Hell-zanger Dylan Walker) een voorlopig artistiek summum bereikte.

I’ve Seen All I Need To See is The Body back to basics: Chip King in Event Horizon-modus en Lee Buford die harder mept dan Igor Cavalera, met de sporadische hulp van gastvocalisten Chrissy Wolpert en Ben Eberle. Productioneel heeft het niets te maken met hun vroege werk; dit album is oneindig veel rijker. Het blinkt niet uit in rauwheid, maar des te meer in intensiteit. Het duo maakt daarbij liberaal gebruik van overstuurde effecten op alle input – stem, drums en vooral de totaal vervormde gitaarpartijen van Chip King. Bij momenten komt het zelfs in de buurt van wobble bass. Op “A Pain of Knowing” en “They are Coming” wordt distortion verheven tot kunstvorm, tot op het punt dat Stephen O’Malley zich zorgen moet gaan maken.

Opener “A Lament” zet de toon van de plaat: eerst oorverdovend uithalen, de ruimte schijnbaar vullen met alle losgeslagen geluid/lawaai, diezelfde ruimte bewerken met een Japans hakmes en uit het niets toch nog stem- en pianosamples in de inmiddels flink gehavende ruimte proppen. Lijkt fysiek onmogelijk, maar het zit dan ook haarfijn in elkaar. Volledige nummers worden gebaseerd op één peilloos diep distortiebad waarvan de kraan veelvuldig open en dicht wordt gedraaid en steevast doorbreken gastvocalisten en andere samples uit het niets de opgebouwde oppervlaktespanning. Op “The Handle The Blade” krijgt dat laatste zelfs een soort driedimensionaal effect dat je moet ervaren om het te snappen. Bijzonder knap.

Net als het al genoemde “A Lament” toont het aan Sunn O)))-plichtige “The City is Shelled” aan dat The Body als een ondubbelzinnig positieve ervaring moet benaderd worden. Het duo mag dan wel de overtreffende trap van een sonische huisvredebreuk zijn, je moet het vooral over je heen laten komen. Vreemd genoeg krijg je bij The Body nooit last van depressie of ongemak als je er onbevooroordeeld naar luistert. Uiteindelijk is het lawaai en lawaai kan verdomd bevrijdend zijn. Op afsluiter “Path of Failure” hoor je in tegenstelling tot wat de titel laat uitschijnen zelfs een zeer vervormde – of moeten we zeggen realistische? – vorm van hoop.

The Body is dan ook geen cynische band; hun aanpak is er een van zuivering, niet van nihilisme. Maar om jezelf te zuiveren heb je nu eenmaal ontzettend veel keiharde introspectie nodig, zo blijkt althans, wat leidt tot deze gitzwarte escapades. Een beetje zoals Trent Reznor die ook maakte op The Downward Spiral (niet The Fragile, dat is écht een depressieve plaat), maar dan minder geschikt voor de radio, zeg maar. En, omdat het zonder franjes geserveerd wordt, ook een stuk uitdagender. Je moet bij The Body, en zeker deze I’ve Seen All I Need To See, immers altijd in je eigen hoofd kruipen – de lyrics van Chip King ga je toch nooit ontcijferen puur op gehoor. Laat het trouwens duidelijk zijn dat Nine Inch Nails vast een belangrijke invloed is geweest op het oeuvre van The Body, wat je ook op dit achtste album van hen nog steeds kan horen.

Het darkest-before-dawn principe van The Body daagt uit en bevrijdt. Nooit is dat meer het geval geweest dan op ‘I’ve seen all I need to see’. Jezelf tijdelijk overgeven aan pure negativiteit en alle energie van The Body incasseren, laten je achteraf vreemd genoeg opgewekter en beter voelen. We kunnen ook niet wachten om dit album live uitgevoerd te zien worden, want het kan niet anders dan exact zo klinken: een kwantumsprong voor The Body in hun verschijning als duo. Chip King en Lee Buford hebben een nieuw hoogtepunt bereikt en The Body kan in een jaar als 2021 de onwaarschijnlijke feelgood-band worden die we stiekem allemaal nodig hebben. Purge.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + 11 =