Met Wicker, gebaseerd op het kortverhaal The Wicker Husband van Ursula Wills-Jones, levert regisseurskoppel Eleanor Wilson en Alex Huston Fischer een herkenbare commentaar op het heteronormatieve huwelijk.
Olivia Colman speelt Vissersvrouw, een vrouw die aan de rand van een Bokrijkachtig middeleeuws gehucht woont en voorziet in haar levensonderhoud door vis te verkopen in het naburige dorp. Haar sjofele voorkomen en de visgeur die haar omringt, doen de andere dorpelingen op haar neerkijken. Ze lachen haar uit en roepen haar achterna wanneer ze met haar vis door de straten wandelt. Na een paar spottende opmerkingen te ondergaan over haar gebrek aan een echtgenoot tijdens een huwelijksviering in het dorp, neemt ze een beslissing. Ze trekt naar de Mandenmaker, vertolkt door Peter Dinklage, en vraagt hem om haar een echtgenoot te vervaardigen uit riet. Een maand later trouwt ze met haar Rieten Man.
Hun huwelijk wekt eerst voornamelijk een perverse fascinatie op bij dorpelingen, maar als snel wordt het ook een bron van afgunst. De Vissersvrouw en haar man tonen namelijk dat het leven als getrouwd koppel iets kan zijn waar beide partijen verrijking en plezier uit halen, in plaats van de aanbeden archaïsche traditie waar de dorpelingen in gevangen zitten. Dat laatste mag in het geval van de vrouwen letterlijk genomen worden, aangezien hen tijdens de huwelijksceremonie een halsband wordt omgedaan door de man, iets wat niet gebeurde tijdens de trouw van de Rieten Man en de Vissersvrouw.
Het is dit spanningsveld tussen de verschillende opvattingen van wat een huwelijk is, dat de focus vormt van de prent. De mannen van het dorp beginnen al snel hun mannelijkheid en hun identiteit als echtgenoot in vraag te stellen, terwijl hun wederhelften dromen van de Rieten Man. Hij is niet menselijk, maar lijkt wel te beseffen dat vrouwen behandeld moeten worden als mensen, in plaats van de objecten die ze lijken te zijn voor hun mannen.
Die nadruk op hoe de rigide patriarchale normen van het dorp nefast zijn voor relaties klinkt ons als mens in de huidige maatschappij natuurlijk bekend in de oren, nu een toxisch mannelijk ideaal weer volop aan een opmars bezig is. Die problemtaiek wordt hier echter echter wel uitermate gespimplifieerd, waardoor er uiteindelijk ook weinig nieuws wordt gezegd.
Het sprookjesachtige karakter van de film, te wijten aan het licht artificiële uitzicht van het dorpje, en de titelkaartjes met spreuken die de film structureren, maken de ietwat
doorzichtige aanpak van het thema enigszins vergeeflijk. In een sprookje wordt er namelijk wel een duidelijke moraal verwacht. Het personage van de Mandenmaker zet dit aspect van de film extra in de verf. Tijdens het maken van zijn prachtige rieten creaties brengt hij poëtische monologen vol ethische vraagstukken. Het is dan ook jammer dat hij slechts spaarzaam in beeld komt en dat de andere personages noch zijn welbespraaktheid, noch zijn bedachtzame zelfreflectie delen. De prent blinkt dan ook voornamelijk uit in de schoonheid van haar Rieten Man. De special effects zijn werkelijk magnifiek en bijvoorbeeld een zeer fijn detail is het kraken van het riet bij elke beweging die hij maakt.
Het verhaal mag dan eerder aan de dunne kant zijn, de echte kern van de film is toch voornamelijk te vinden in het sterke spel van de acteurs. Olivia Colman brengt de eenzame vissersvrouw met een overgave die we ondertussen van haar gewend zijn. Maar ook Alexander Skarsgård zet hier een mooie prestatie neer, zijn zoetgevooisde woorden maken van de Rieten Man een zeer innemend figuur.



