Shame :: ”Wereldklasse, baby!”

Drie jaar. Drie fucking jaar. Zo lang duurde het, dankzij dat vermaledijde corona, voor Shame eindelijk zijn tweede plaat mocht uitbrengen. En het ging al niet vanzelf, zo vertelt frontman Charlie Steen. Drunk Tank Pink zou die typische ‘moeilijke tweede’ worden, het verhaal van een band die na debuut Songs Of Praise te hard heeft gefeest, en vergat waarom ze het ook weer zo leuk vonden.

Mocht u denken dat u soms afziet met al die online vergaderingen; wanneer we Steen aan de lijn krijgen zijn we zijn achtste zoomcall van de middag. “Vandaar dat ik al in bed lig”, grijnst hij van onder een knus dekentje, net al een tikkeltje te murw gepraat na een eindeloze promotieronde. Hij laat het niet aan zijn hart komen. “Het blijft beter dan werken, denk ik. En ik ben zo ongelofelijk blij dat de plaat er eindelijk is. Ik kan niet wachten tot iedereen ze kan horen.”

Enola: Jullie waren al lang aan Drunk Tank Pink bezig. Is de plaat nog veranderd door het nieuwe uitstel?

Steen: “Oh ja. Eigenlijk was die vertraging een meevaller. We hadden ook kunnen releasen midden in de lockdown, maar dan hadden we ons misschien moeten haasten, en waren we geëindigd met een product waarvan we de cover, de titel en de video’s niet zo geweldig vonden. Dan hadden we dat allemaal in die tijd moeten beslissen, en daar hadden we geen zin in. We hebben te veel tijd, geld en moeite gestoken in het schrijven en opnemen dat we de boel er niet op het laatste moment wilden uit persen. En uiteindelijk waren er ook belangrijkere dingen in de wereld. Ik denk dat we de juiste beslissing hebben genomen. Ik ben blij dat de plaat er is op een moment dat op zijn minst de mogelijkheid van een optreden opnieuw bestaat, al zal het dan misschien op afstand zijn. Ik ben blij dat we langer hebben kunnen nadenken.”

Enola: Op welke manier is ze nog veranderd?

Steen: “De cover, bijvoorbeeld. En de video’s waren ongetwijfeld ook niet hetzelfde geweest. Ik weet dat dat minder belangrijke zaken lijken, maar eerlijk: het artwork van een plaat wil je juist hebben, net als de titel. Dat doet zo veel voor een plaat. Toen we Songs Of Praise maakten, was dat de eerste keer dat we een album opnamen, en waren we voortdurend op tour. Er zat dus geen lijn in alle beeldmateriaal rond de muziek: de t-shirts, de clips, … Nu wilden we dat alles samenhing, een verhaal vormde. Zeker in deze omstandigheden, als je niet meteen kunt optreden, dan moet je wel zelf voor een context zorgen.”

Enola: Het verhaal van Drunk Tank Pink gaat min of meer over jij die na jaren van touren plots alleen moest leren zijn, niet?

Steen: “Klopt. Jezelf aanvaarden, leren genieten van je eigen gezelschap. Ik denk dat Drunk Tank Pink voor mij gaat over identiteit, en inzien hoe je je job moet losmaken van jezelf, voor je eigen goed. ‘t Is eigenlijk een soort gesprek met mezelf. Waar Songs Of Praise eerder bestond uit observaties, beschrijvingen van personages en zo, is deze veel meer naar binnen gekeerd. En dat komt doordat we zo hard getourd hebben, nooit eens een moment op jezelf hebben, behalve in de douche. Dan trek je je terug in jezelf, om jezelf niet te verliezen in alle afleiding rond je. Tegelijk is het ook weer makkelijk om de werkelijkheid op een afstand te houden, net door dat er zoveel gebeurt, maar het kletst je dan ook vol in het gezicht eenmaal je terug bent, en alleen in je bed zit. Niets is zo belangrijk als de slaapkamer. Je kunt alles over iemand leren door zijn slaapkamer te zien. Die momenten – dat uur, die paar minuten, wat dan ook – net voor je in slaap valt, zijn misschien wel de eerlijkste die je beleeft in een dag; wanneer je alles evalueert en overdenkt.

Enola: Het klinkt allemaal alsof het touren niet enkel rozengeur en maneschijn was.

Steen: “Dat was het ook niet, maar het was soms moeilijk. En vooral het terug op aarde neerdalen was hard. Als je op tour bent, is er altijd wel een reden voor een feestje. Of je hebt net opgetreden, of je hebt een dagje vrijaf, wat dan ook, je viert het. De dagelijkse sleur heeft dat niet. Daarom zijn de weekends uitgevonden. En je kunt maar zolang zelf proberen dat feestje te bouwen door elke dag naar de pub af te zakken, voor je beseft dat je eigenlijk gewoon aan het uitstellen bent dat je wél in de spiegel moet kijken. Dat je op een bepaald moment wél bij jezelf thuis zult moeten komen, en alleen zult moeten zijn. Jarenlang was ik op trot geweest, voortdurend aan het optreden, op nieuwe plekken, ontmoette ik nieuwe mensen, en plots was ik alleen. ‘t Was een beetje alsof ik van de klippen viel nadat ik altijd maar aan het lopen was geweest.”

Enola: En dus besloot je na een lange feestperiode, om je terug te trekken in wat je zelf je Drunk Pink Tank noemde?

Steen: “Ja. Toen we terugkwamen van tour, ben ik ingetrokken in wat ooit het washok was van een rusthuis. Daar heb ik anderhalf jaar gewoond, tot ik er werd uitgezet. We haalden de wasmachines er uit, we schuurden de muren af, en ik verfde ze helemaal roze; het soort roze dat waarin ze in de Verenigde Staten gevangenissen en scholen verven, omdat het rust brengt, en voor minder criminaliteit zorgt. En ze doen het dus ook in ‘Drunk Tanks’; plekken waar alcoholici hun roes mogen uitslapen. Toen ik dat hoorde, klonk het gewoon als de titel van een plaat. Die drie woorden; hmmm…”

Enola: Je ontdekte dat je niet de enige was die in de knoop lag met zichzelf. Gek toch.

Steen: “Maar ja! Als ik met mijn vrienden praatte, leek het gewoon alsof ze zich allemaal wat verloren voelden. En ik heb niet de indruk dat je het gewoon kunt afdoen als een quarter life crisis. Misschien is het enkel in Londen dat dat gevoel hangt, maar het viel me in elk geval op. Iedereen worstelde met angsten, wist niet wat hij met zijn leven aan moest, en of hij zou kunnen doen wat hij wilde. Daar gaat “Nigel Hitter” over; over ontdekken dat je gewoon in cirkels aan het lopen bent, een saai leven waarin je ‘s avonds iets meebrengt uit (supermarktketen) Sainsbury’s, en een filmpje kijkt, en hoe absurd ik dat eerst vond. We hebben het laatste kwart van onze tienerjaren getourd, we hebben nooit echt leren koken of onszelf organiseren; alles was altijd gepland, en dat nu zelf moeten invullen voelde heel erg vreemd.”

Enola: Eerlijk: toen ik de tracklist voor het eerst las, dacht ik dat ik “Nigel Hitler” zag staan.

Steen: (Verrast) “Oh God, fucking hell. Maar het doet me er aan denken hoe een van de technici in de Franse studio waar we opnamen zo’n geweldig Frenglish sprak. Hij had het over “Nigèlle Hitère”. En ik vroeg me steeds af hoe die Fransen iets zo raar zo geweldig konden doen klinken.”

Enola: Wat opvalt is dat Drunk Tank Pink met nadruk geen Songs Of Praise, deel 2 wil zijn. Terwijl de nieuwe nummers die jullie live hebben laten horen vaak wél in die richting wezen.

Steen: “Da’s gewoon hoe het ging. Tijdens optredens klinken ze soms anders dan wat we er op plaat van hebben gemaakt. En da’s raar, want we zijn eerst en vooral een liveband. Maar zo was het ook al bij Songs Of Praise, ook toen maakten mensen de vergelijking tussen wat ze live hoorden, en wat op plaat stond. Ik denk dat we deze keer gewoon het voorrecht hadden om onze horizonten te kunnen verkennen, en wat andere richtingen in te slaan. Zie het zo: als je drie jaar geleden een kunstenaar had ontmoet die geweldig tekende, dan had die ondertussen vierhonderd tekeningen gemaakt. Dan is het toch normaal dat je hem een schildersborstel wil geven? Daar moet die zelf toch al aan gedacht hebben: waarom niet schilderen, of houtskool, of beeldhouwen? Al die opties! Als journalist denk je toch ook al eens na over een boek of op zijn minst een kortverhaal? Waarom zou je je beperkten tot één medium? En zo was het ook voor ons. Het voelde volstrekt logisch om te evolueren, en weg te gaan van Songs Of Praise. Natuurlijk zouden we geen doorslagje maken, zoals we ook nooit Drunk Tank Pink II zullen opnemen.”

Enola: Ik herinner me hoe “Human For A Minute” een erg pittig punknummer was. Hoe eindigt het dan in die sleazy, trage versie op plaat?

Steen: “Dat lag aan onze producer, James Ford. Hij vond het niet zo goed als de rest, en daar konden we hem na herbeluistering in volgen. Josh heeft zijn baslijn toen veranderd, we speelden het trager, en het vond zijn nieuwe vorm. Het haalt veel meer uit het nummer, de zang kan meer ademen, en zo krijgt het een nieuwe betekenis.  Achteraf gezien denk ik dat het een heel belangrijk moment is geweest. Het laat een heel andere kant van ons horen, die zeker ook op de plaat moest.”

Enola: Ik las dat jij je teksten aan de rest van de groep voorlegt. Ik kan me voorstellen dat je daar wel wat moed voor moet verzamelen.

Steen: “Ja. Dat was een nieuwe uitdaging. Toen we Songs Of Praise opnamen werd de rest zich plots bewust van de teksten, en zeker toen we nadien meer optraden, en mensen die terugschreeuwden werd het wel een dingetje. Toen we demo’s opnamen in Josh’s slaapkamer was mijn zang heel erg hoorbaar, net zoals de gitaren van Sean, of de drums van Charlie. Er was veel ruimte om naar de dingen te kijken, en op sommige vlakken hielp dat ook heel erg. Zo werden we een team, wat je maar zelden ziet. Om eerlijk te zijn, er zijn momenten geweest dat ik ook eerder in de richting van het totalitarisme ging, en democratie is bij momenten erg onaangenaam, maar het is wel hoe het is gegaan. Het zorgde er voor dat iedereen zich veel meer betrokken heeft gevoeld.”

“Maar ja, het was moeilijk, want het gaat deze keer allemaal over mij, en ik wilde mezelf wel aan hun kritisch licht onderwerpen. Ik weet immers dat mensen deze plaat gaan horen, en misschien zullen er zijn die me narcist vinden omdat ik in mijn navel pulk, maar hé, dit is wat er in mijn hoofd is omgegaan. Het is allemaal waar, dus het maakt me niet uit of mensen ze goed vinden of niet. Ik ben gewoon eerlijk geweest.”

Enola: In een column op internet vertelde je ooit dat jullie het niet erg vonden dat jullie vrienden niet naar jullie eerste concerten kwamen; jullie wisten dat het niet goed was. Kun je je nog herinneren wanneer je besefte dat dat niet langer het geval was?

Steen: “Het Great Escape-showcasefestival in Brighton in 2017. En dan was er wat later een optreden op het Pitchfork Festival in Parijs; we hadden een plek gekregen die ver boven onze status lag, we speelden na Whitney. En toch ging het geweldig, en waren we plots groter in Frankrijk dan in Engeland. Dat was vreemd. Plots hadden we daar optredens waarop mensen en masse af kwamen, en de teksten meebrulden. Ik vond dat … rààr.”

Enola: En passant zijn jullie bevriend geworden met de kleindochter van Frank Sinatra. Da’s pas het gemaakt hebben.

Steen: “Oh absoluut. Wereldklasse zijn we geworden, baby! Maar het ging zo: we moesten van Australië naar Los Angeles vliegen, wat ongeveer de langste vlucht is die een mens kan maken, en we hadden aan de andere kant geen plek om te slapen. Ons label, dat Amerikaans is, vroeg dus maar wat rond, en kijk eens aan; ze raakten in contact met Nancy Sinatra’s dochter. Ze heeft ons verwelkomd, en spaghetti met gehaktballen gegeven. Elke keer we in LA zijn, komt ze kijken. Toen we op Coachella stonden, mochten we trouwens overnachten in Nancy’s bungalow in de buurt.”

Enola: Tot slot: toen ik je de vorige keer sprak moet je 19 zijn geweest, nu ben je 23. Vier jaar is op jouw leeftijd ongeveer een eeuw. Wat heb je in die tijd geleerd?

Steen: “Goeie vraag. Ervaring is de naam die we onze fouten geven, en laat me eerlijk zijn: ik heb verdomd veel ervaringen gehad in die tijd. (schatert het uit) Maar ik denk dat ik in het laatste anderhalf jaar meer heb geleerd dan voordien, omdat ik eindelijk tijd had om de dingen te verwerken. Als je op tour bent, denk je niet na over de dingen. Je haat het dat er momenten zijn waarop je weet dat je eventjes je nummertje aan het doen bent, want er hebben mensen voor betaald, en het zou dus niet mogen. Maar dit is de vijfde stad op rij waarin je niet eens buiten bent geweest, maar alleen kleedkamers hebt gezien. Je gaat nadenken over grenzen, want je kunt niet 24/7 ààn staan.”

“En tegelijk ben ik me ook bewust dat ik dankbaar moet zijn voor wat we gehad hebben, en wat we nog hebben. Weet je, als dit voorbij is, deze quarantaine of hoe je ‘t wilt noemen, gaan we allemaal veel meer appreciëren wat we hebben. Neem nu reizen. We zijn een generatie die als tieners heeft geleerd dat het kan, voor twintig pond naar Berlijn vliegen, en naar Barcelona voor dertig. Reizen, en nieuwe mensen leren kennen, was gewoon normaal, maar eigenlijk is het knettergek hoe bevoorrecht we daarin waren.”

Enola: Mijn hart bloedt als ik aan jullie twintigers denk in deze tijd. Het moet vreselijk zijn om zo’n gat van twee jaar in je leven te hebben waarin niets is gebeurd.

Steen: “Ja. Hopelijk zullen ze ‘t inhalen… Onderschat hen maar niet! Het worden de fucking roarin’ twenties. Oh man, gewoon iemand mogen knuffelen alleen al, zoiets simpels. Ik hoop dat het een uitbarsting van liefde wordt.”

 

 

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − tien =