Tiny Legs Tim :: Call Us When It’s Over

De foto op de achterkant van de hoes van Call Us When It’s Over is een perfecte visualisatie van de muziek. Vier muzikanten die het uitschateren van het lachen. Dit is muziek waar het speelplezier vanaf spat. 

Het is ondertussen al het zesde studioalbum van Tiny Legs Tim (Tim De Graeve) en in die periode is hij uitgegroeid tot een van de vaandeldragers van de vaderlandse bluesscene. Op zijn vorige twee, overigens uitstekende, albums maakte Tiny Legs Tim een stilistische zijstap. Bijgestaan door Steven Troch op harmonice maakte hij van Melodium Rag een akoestische bluesplaat die zo voor Paramount Records had kunnen opgenomen zijn. Voor opvolger Elsewhere Bound deed hij dan weer een beroep op een negenkoppige band, voor blues die afkomstig leek uit swingin’ New Orleans. Als er een rode draad door de carrière van De Graeve loopt is het wel het respect en de bewondering van een dikke eeuw bluestraditie en de liefde ervoor. 

Iets wat De Graeve ook tot uiting bracht in de jamsessies die hij samen met bevriende muzikanten speelde in het Gentse blueskot Missy Sippy, een enclave van de Mississippi Delta in de Arteveldestad. Tot de coronapandemie toesloeg en de lockdown van begin dit jaar de muzikanten van het podium joeg. Na maanden van muzikale droogte was de goesting bij De Graeve om eindelijk terug muziek te kunnen maken zo groot dat hij een paar andere muzikanten optrommelde om op twee dagen deze Call Us When It’s Over in te blikken. Die muzikanten zijn overigens niet van de minsten. Gitarist Toon Vlerick heeft een jazzverleden en speelde vroeger al met Guy Verlinde en is tegenwoordig actief bij Absynthe Minded, bassist Mattias Geernaert speelt bij Compro Oro en Kosmo Sound en drummer Bernd Coene maakt deel uit van Raman. 

De spontaniteit van het album valt af te leiden uit enerzijds de relatief korte duur (net iets meer dan een half uur) en de selectie van de zes nummers: een cover, drie hernemingen van eigen nummers en twee nieuwe songs. Nee, achter Call Me When It’s Over zit geen groots idee. Dit zijn gewoon vier muzikanten die zich in de blues verdiepen om de miserie van het leven – in dit geval de gedwongen maandenlange inactiviteit – van zich af te spelen. Laat net dat nu de essentie van de blues zijn. De nummers op het album refereren soms aan hypnotische, Afrikaanse woestijnblues (“Love Come Knocking”), lijken dan weer weggelopen te zijn uit de south side van Chicago (“Ocean”), of hebben een onweerstaanbare swingende groove (de R.L. Burnside cover “Going Down South”). Dat de band zich ongelofelijk amuseerde tijdens de opnames merk je gewoon aan de jamsessie waarin “One More Chance” uitmondt, terwijl het instrumentale “It’s All Over Now” een passend coda is. 

Is Call Us When It’s Over een tussendoortje voor Tiny Legs Tim? Dat zou het album oneer aandoen. Dit is blues die ontroert, opzweept, die troost en steun biedt. Eeuwigheidswaarde heeft het niet, maar het doet ons toch vooral uitkijken naar het moment dat het weer live beleefd kan worden. In de Missy Sippy, bijvoorbeeld.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − 10 =