Matt Berninger :: Serpentine Prison

Berningers eerste soloplaat stelt een avondklok in voor de rusteloosheid die hij al jaren vruchteloos probeert te bezweren bij The National. Het is 22.00 uur, of middernacht, de deur gaat op slot, het licht gaat spaarzaam aan, en zijn eeuwige ongedurigheid, aangelengd met iets sterks dat lang in eikenhouten vaten heeft gerijpt, gaat over in bedachtzaamheid. Dat is Serpentine Prison.

Al blijft weemoed natuurlijk de navelstreng tussen Berningers band en soloplaat. Dit is per slot van rekening iemand die z’n biografie Trouble Has Found Me zou titelen, met uitgebreide hoofdstukken als “Demons”, “I Need My Girl” en “Afraid Of Everyone”. De thema’s van die songs (demonen, verlangen, isolatie) zijn ook over deze plaat uitgesmeerd als de penseelstreken op de prachtige cover van Serpentine Prison. “Gonna lose it any minute”, klinkt het al eens onheilspellend in “Take Me Out Of Town”, maar die uitbarsting volgt niet op deze plaat. Morgen is er weer een dag, en het glas is nog niet leeg. De fles ook nog niet trouwens, van zulke meevallers moet je ’t hebben.

De typische Berninger-thema’s krijgen dan ook een andere muzikale invulling. Serpentine Prison klinkt ronduit fantástisch door de genuanceerde productie van Booker T Jones, die een heel katern uit het American Songbook heeft geproducet. Piano, strijkers, koperblazers en Hammondorgel knetteren als perfecte blokjes hout in een warm haardvuur in een pikdonkere nacht waarin je niet meer buiten zou willen – als het al mocht.

Het geeft Serpentine Prison een aangenaam balsemende toon die mistroostigheid netjes buiten houdt, maar niet ontkent. Schoolvoorbeeld is “One More Second”: “Don’t be cruel, if you’re leaving me, just do it right here / ‘Cause the way you looked at me this morning / Gave my weak heart a warning”. Wanneer twee blikken een kruispunt van tristesse worden, volgen de tranen. Maar die drogen wel, op een dag. “Baby I’m gonna be fine”, stamelt Berninger, en de muziek doet je dat met de kleinste glimlach in de rechtermondhoek geloven.

Die angst voor dat moment van niks meer te zeggen hebben en dan maar voelen dat het over is, wordt ook pijnlijk tastbaar in de bloedmooie parel “Collar Of Your Shirt”: “I’m so afraid your love is leaving me / It never tells me where it goes”, zingt Berninger op hoge, smekende toon. “Take Me Out Of Town” doet aanvankelijk een walsje met “Pink Rabbits” van op Trouble Will Find Me, maar danst algauw met zichzelf. Het is even wachten op het antwoord op de breekbare liefdesverklaring: “I don’t know how to be here without you / I don’t know how to go on”. Trombone en trompet wachten mee, maar zien zich toch al eindigen in een fanfare van honger en dorst.

Serpentine Prison is een muzikaal feest van subtiliteit, een oefening waar The National met te veel krampachtigheid naar op zoek was op de laatste twee platen. Mistrappen zat er niet in, maar vol raak trappen zoals op Berningers soloplaat ook niet. Melodieën en zanglijnen klateren, zoals in “Loved So Little”, waarin Berninger tussen de hamer van misantropie en het aambeeld van toch graag gezien willen worden geprangd zit.

“Silver Springs” is nog zo’n mooi miniatuurtje, waarin de stem van Gail Ann Dorsey veel beter tot haar recht komt dan in haar bijdragen op I Am Easy To Find. Al mogen nummers ook eens ietsje breder uitwaaieren, zoals in “Distant Axis” of “All For Nothing”, maar drums, strijkers en blazers blijven voldoende onder de knoet van Booker T Jones om niet de oversteek naar “England” of een ander “Fake Empire” te maken.

De kern van deze plaat vat Berninger zelf perfect samen in “Oh Dearie”: “I Am near the bottom / Name the blues, I got ‘em / I don’t see no brightness / I’m kinda startin’ to like this”. Het is heerlijk in de armen vallen van Serpentine Prison in deze donkere herfst. Doe zoals Berninger: schenk iets sterks in, zet de spandoekpraat en heliumhumor op tv uit, doe de deur dicht, en laat 2020 als een wolf aan de deur staan.

8.5
Book Records
Beeld:
Joren Van Utterbeeck

verwant

Rock Werchter 2026 :: Van vleermuizentradities en aanverwanten

De regen staat voorlopig op herfst, de zon verschuilt...

Who We Used To Be :: De klas van 2011

Daar zitten we dan, gewrongen tussen het offline nihilisme...

Eindejaarslijstje 2025 van Maarten van Meer

Rosalía :: LUX Rosalía jaagt ons al vier...

Eindejaarslijstje 2025 van Matthieu Van Steenkiste

Ja, het was weer zo'n jaar, maar laat ons...

aanraders

Jack White :: Frozen Charlotte

Vorig jaar dook Jack White nog eens in zijn...

Labrador :: Hang In There EP

Een band uit het Limburgse Bilzen die ongecompliceerde grunge...

Zoh Amba :: Eyes Full

Sommige artiesten bouwen zorgvuldig aan een herkenbaar profiel. Anderen...

Sparklmami :: in this body

Debuutplaten die uit het niets recht op onze radar...

Mauro Pawlowski :: Unspectacular Times

Mauro Pawlowski is op Unspectacular Times terug met een...

recent

The Christophers

Er wordt wel eens gezegd dat een goede regisseur...

Spider-Man: Brand New Day

Er zijn nog zekerheden in het heden ten dage...

Rosebush Pruning

De tweede Engels gesproken speelfilm van de in Berlijn...

LOKERSE FEESTEN: De Jeugd Van Tegenwoordig :: ”Wij zijn eigenlijk een heel bizarre olievlek”

Twintig jaar De Jeugd Van Tegenwoordig, da's twee decennia...

Playtime (Re-Release Jacques Tati)

Met Playtime bereikte de minimalistische humor van de Franse...
Vorig artikel
Volgend artikel

1 REACTIE

  1. Wat ik interessant vind, ik lees vaak de recensie van deze schrijver over I am easy to find, een album dat hij een 9 geeft. Sterker, hij stelt dat dat album en het album van daarvoor, het beste van The National bundelen. In deze recensie zie ik echter toch een aantal kritische noten. Hoe komt dat? Is dat voortschrijdend inzicht of…?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in