Met Playtime bereikte de minimalistische humor van de Franse komiek Jacques Tati een absoluut formeel hoogtepunt. Helaas betekende dat meteen ook het virtuele einde van de carrière van deze grote regisseur, die de financiële strop die deze productie veroorzaakte , niet meer verwerkt kreeg.
Filosoof Arthur Schopenhauer beschreef in zijn traktaat over esthetiek architectuur ooit als āde kunst die enkel in de ruimte bestaatā en muziek als de kunst ādie enkel in de tijd bestaatā. Die laatste definitie is evenzeer toepasbaar op de filmkunst die door montage en opeenvolging een nieuwe esthetische werkelijkheid creĆ«ert.Ā Doordat film echter gebruik maakt van beelden en beeldkaders, ontstaat binnen die beelden een tweede ordening die wĆ©l nood heeft aan een ruimtelijke schikking ā waardoor je zou kunnen spreken van de architectuur van het filmbeeld. Met Playtime verwezenlijkte Tati ƩƩn van de weinige werken uit de zevende kunst die architectuur ā het herscheppen van de ruimte ā tot zijn wezenlijke onderwerp maakte.
De modernistische bouwkunst van architecten als Le Corbusier of Ludwig Mies Van der Rohe, krijgt hier een filmisch equivalent in een virtuoze symfonie van beweging, lijnenspel en ruimtelijke segmentatie die net als de architecturale inspiratiebronnen sterke referenties bevat naar het abstracte werk van schilders als Mondriaan of Vasily Kandinsky. Het vaste Monsieur Hulot typetje van Tati is hier niet langer een wat stuntelige Fransman die geestige voorvalletjes veroorzaakt in zijn provinciale omgeving, maar ƩƩn van de zwervende mensen die verstrikt raakt in een genadeloze strijd met de klinische, streng vormgegeven wereld om hem heen. In deze jungle van staal, glas en beton zijn we getuige van een onwaarschijnlijke reeks intelligente gags waarin voorbijgangers en bezoekers voortdurend in conflict komen met de hen omringende urbane arena. De beheersing van ritmiek en het bijna louter visuele karakter van de humor, maken dat de film zich eigenlijk best laat lezen als een stille prent, waarin de dialoog volkomen ondergeschikt is aan het beeld.
Tati liet een gigantisch decor bouwen, geĆÆnspireerd door de toen splinternieuwe luchthaven van Parijs en de futuristische kantoorwijk La DĆ©fense, een decor dat het traditionele beeld van de bruisende trekpleister Parijs, vervangt door een geordend, formalistisch geheel ā een idee dat briljant wordt weergegeven in de manier waarop de klassieke monumenten van de Franse hoofdstad (De Eiffeltoren, Montmartre ā¦) enkel in beeld komen als reflecties in de enorme glazen wanden van de nieuwe tempels van het grootstadsleven. Zoals de eindeloze muzak in de liften, lijken de Amerikaanse toeristen die de metropool bezoeken meer begeesterd door het idee van in Parijs te zijn dan door de stad zelf. Vanaf het moment echter dat een krantenverkoper The Herald Tribune aanprijst ā een verwijzing naar Ć Bout de Souffle van Jean-Luc Goddard, de film waarmee het beeld van het swingende Parijs gedefinieerd werd – herovert de jazz ,als symbool voor vitaliteit en
levenskracht, de ruimte en breekt de mens opnieuw door de cocon van de hem omringende architectuur. Tati laat het āechteā Parijs letterlijk weer tot leven komen door een groepje mensen een volkscafĆ© te laten starten terwijl rondom hen het oogverblindende maar dysfunctionele restaurant waarin ze zich bevinden, langzamerhand uit elkaar valt. Dit tweede deel is een niet te stoppen vloedgolf van destructie die de geesten van de mensen opnieuw tot leven en spel lijkt te bewegen. In dat opzicht is de titel Playtime ook de perfecte vlag die de lading dekt: Friedrich Schiller schreef in zijn Brieven over de Esthetische Opvoeding van de Mens dat de speeldrift de strijd tussen de natuur en de rede in de mens in evenwicht brengt ā een stelling die dit meesterwerk van het modernisme in de film, perfect samenvat.
Enkele zalen in Belgiƫ brengen deze zomer Playtime uit in een prachtig gerestaureerde 4K versie, samen met nog een paar niet te missen titels van Jacques Tati.


