Taylor Swift :: Folklore

“Dit is een maatschappij waarin vrouwelijke artiesten op het olifantenkerkhof liggen als ze eenmaal 35 zijn. Iedereen is twee jaar mooi en nieuw. Vrouwelijke artiesten vinden zichzelf 20 keer vaker uit dan mannelijke. Dat moet wel. Anders ben je werkloos. Steeds jezelf opnieuw uitvinden en nieuwe, mooie facetten van jezelf vinden. Nu ik 30 word, denk ik: ik wil hard werken, nu de maatschappij nog tolereert dat ik succes heb.”

Die uitspraak van Swift is de kern van de documentaire “Miss Americana” die begin dit jaar uitkwam. Daarin werd de creatieve downfall na monstersucces 1989 in 2014 en het weer opstaan met Lover gedocumenteerd. Het is een anderhalf uur durend antwoord op de vraag: waarom komt Swift nu met een album als Folklore af? Dat antwoord bevestigt dat dit niet zozeer een drastische koerswijziging is, maar een volgende stap in een doelbewust proces dat Swift naast popdominantie ook muzikale én maatschappelijke relevantie moet bieden.

In de nasleep van de quasi perfecte popplaat 1989 verloor Swift zich in alle negatieve aspecten waar een kersverse popkoningin mee te maken krijgt – de “Shake It Off” van op die plaat zélf toepassen lukte haar niet. Naijver, roddels, bespot worden door douchebags als Kanye West. Het ging hoe langer hoe minder over haar muziek. Op een zoveelste awardshow waar ze alle prijzen wegkaapte, kreeg ze tot haar verbijstering van een nota bene vrouwelijke journaliste de vraag in het gezicht gespuwd met welke man ze nu weer naar huis zou gaan. Ze ging door een emotioneel dal, verdween een jaar uit de spotlights (een lichtjaar in de popwereld) en vergaloppeerde zich dan met het uit rancune opgebouwde Reputation. Uit rancune maak je nooit goeie dingen. De stadions bleven vollopen, maar de creatieve way down leek ingezet. Te veel popster, te weinig muziekartiest.

In aanloop naar het vorig jaar verschenen Lover vervelde de ondertussen gehaaide zakenvrouw Swift tot een maatschappelijk geëngageerde artieste die wél haar mond opendoet over politiek (ze riep in 2018 op om een oerconservatieve Republikeinse senator weg te stemmen) en die dingen wil maken die ertoe doen. Met het sterke Lover werd de eerste stap gezet, Folklore is de volgende zevenmijlspas waar zorgvuldig naar is opgebouwd. Want eerlijk: dat dit album in een opwelling is gemaakt tijdens de quarantaine lijkt me meer marketingpraat dan waarheid te zijn. De hele merchandisinglijn alleen al vergt meer voorbereiding dan drie maanden. En de documentaire “Miss Americana” was te opzichtig mooi gescript.

De waarheid is wél dat Folkore niets meer of minder doet dan bewijzen wat een uitstekende songschrijver Swift wel is. Dit is heus geen creatieve U-bocht. Melodieën en tekstuele vondsten zijn vintage Swift – je kunt de songs zo in een 1989-popjasje steken. Omgekeerd kun je veel songs uit haar oeuvre naadloos de Folklore coltrui aandoen. Luister na het bloedmooie duet met Bon Iver, “Exile”, maar eens naar “The Last Time” met Snow Patrol-frontman Gary Lightbody uit het in 2012 verschenen Red. Andere voorbeelden zijn talloos.

Naar aanleiding van Ryan Adams’ coverplaat 1989 brak ik eerder al een lans voor de uitstekende songschrijverskwaliteiten van Swift en werd ik ei zo na in een pre-corona-quarantaine gestoken wanneer ik haar de Springsteen van haar generatie noemde. Al was het maar door dezelfde tekstueel beeldende sterkte en verhalende manier van schrijven over met de liefde worstelende jongeren, waar Springsteen dat deed over de blue collars. Alleen ontbrak de erkenning, omdat catchy hitparadepop nu eenmaal minder serieus wordt genomen. En bovendien dreigden haar nummers wel erg eendimensionaal te worden door telkens over middelbare schoolliefdes te blijven schrijven.

Met die beide tekortkomingen wordt op Folklore overtuigend afgerekend. De koerswijziging zit hem in die twee dingen. De spectaculairste is natuurlijk muzikaal. De ommezwaai is een pak bruter dan de vervelling van country tot pure pop op Red en vooral 1989. De veelkleurige popwereld van Swift is stijlvol sepia geworden, waarin de stempel van Aaron Dessner en z’n vrienden uiteraard duidelijk te horen is. De intro van “The Last Great American Dynasty” kan los op The National’s Sleep Well Beast (maar Folklore is een veel betere plaat). Zachte pianotoetsen dwarrelen door de songs als herfstbladeren, strijkers waren als een nevel door de plaat, de toon is akoestisch, maar gerijpt in eikenhouten vaten elektronica.

Al is dit zeker geen Dessnerplaat – daarvoor is de inbreng van Jack Antonoff te cruciaal. De man die de Lana Del Rey-mijlpaal Norman Fucking Rockwell mee maakte. Want daar heb je ‘t: Swift schurkt zich veel dichter tegen Del Rey aan dan tegen zogenaamde indiefolk. Luister maar eens naar het verrukkelijke, verzuchte “This Is Me Trying”. Swift moet met lede ogen hebben aanzien hoe Del Rey wél aan de borst van de critici werd gedrukt, zich een steeds tijdlozere sound aanmat en haar bek opentrok over de bedenkelijke staat van Amerika, misogynie en racisme. In die context moet Folklore gezien worden.

De tweede grote stap die Swift zet, is die als tekstschrijver. Qua onderwerp althans. Haar stijl blijft direct, voorzien met fijne vondsten, eerlijk, maar ze schrijft niet langer over zichzelf. Drie songs (knappe eerste single “Cardigan”, “August” en “Betty”) gaan bijvoorbeeld over een driehoeksverhouding, geschreven vanuit de standpunten van de drie personages. Ze dingt ook mee naar de titel voor mooiste coronanummer van dit jaar met het prachtige “Epiphany”, waarin ze de link legt tussen haar grootvader aan het front tijdens de Tweede Wereldoorlog en het verplegend personeel aan het COVID-front vandaag. Dat is wat anders dan ex-vriendjes dissen. Een belezen Swiftfan zou bovendien een thesis kunnen schrijven over alle verwijzingen naar eerdere nummers in haar oeuvre. Die easter eggs tillen haar al enkele albums lang boven het maaiveld uit.

Folklore is het griezelig perfecte drielandenpunt tussen de popster (die melodieën!), de artieste (die songs, dat artwork!) en zakenvrouw (die merchandising, dat imago!) Swift. Een uitroepteken achter haar bekroning tot Artist Of The Decade op de American Music Awards vorig jaar. Een hoogtepunt in haar vervelling van behaagzuchtig (country)popmeisje tot zelfbewuste artieste die popdominantie aan muzikale relevantie knoopt. Het instant succes van Folklore biedt veel perspectieven. Om het met haar quote uit “Miss Americana” te zeggen: met deze heruitvinding heeft ze het mooiste facet van zichzelf tot dusver gevonden. Over vijf jaar is ze 35, dat olifantenkerkhof is bijlange nog niet voor haar. En ach ja: haters gonna hate.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf + 20 =